de emmer

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  ɛmər]
Verbuigingen:  emmer|s (meerv.)

vat met een hengsel waar je water of andere dingen makkelijk in kunt dragen
Voorbeelden:  `een emmer water`,
`met emmers vol`
Alsof je een emmer leeggooit!  (<dit zeg je als je iets heel veel of heel duur vindt>)

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
aker bak barr fust hengselvat kuip pot teil ton vat

Spreekwoorden en zegswijzen
• dat is de druppel die de emmer doet overlopen (=dat is maar een kleine ergernis, maar samen met wat er al gebeurd is, wordt het niet meer geaccepteerd.)
Naar de spreekwoorden

14 definities op Encyclo
  1. inhoudsmaat, 1 emmer = 1-4 vat, = 1-5 aam = ca 30 ltr. Ook gevonden Amsterdamse emmer = 2 gang = ca 14,7 ltr. In Gronin-gen en Drente ook oppervlaktemaat, 1 emmer = 1-6 g...
  2. ten minste, in elk geval.
  3. Let op: Spelling (deels) uit 1864: m. (-s), vat (om water te scheppen, te putten of te dragen); een - water, een emmer vol water. ~TJE, (B. -N), o. (-s).
  4. (Bargoens, 1914) scheldnaam voor hoer
  5. Spreekwoorden: (1914) Emmer wordt te Amsterdam gebezigd als scheldwoord, ook vuilemmer of schijtemmer (o.a. Diamst. 208), waaronder dan moet worden verstaan de beeremmer,...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met emmer:
emmerdeemmerdenemmerenemmersemmertemmertarweemmerzeil

Deze woorden eindigen op emmer:
belemmerpedaalemmermaagzuurremmerJeruzalemmerHaarlemmeralmemmerArnhemmerMAO-remmermonoamine-oxidaseremmerdierentemmerleeuwentemmerpianostemmertemmerberentemmerproteaseremmerzuurremmerremmerACE-remmerkanaalzwemmerstemmer

Herkomst volgens etymologiebank.nl
emmer (vat met hengsel)

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `emmer` kennen.