I de debiel

zelfst.naamw. (m./v.)
Uitspraak:  [də'bil]
Verbuigingen:  debiel|en (meerv.)

1) iemand met weinig verstandelijke vermogens
Voorbeeld:  `instellingen waar debielen wonen`
Synoniem:  zwakzinnige

2) iemand die zich stom en bespottelijk gedraagt informeel
Voorbeeld:  `Wat zijn dit voor idiote maatregelen. De stad wordt bestuurd door debielen!`
Synoniemen:  lulhannes, stommeling


II debiel

bijv.naamw.
Uitspraak:  [də'bil]

1) met weinig verstandelijke vermogens
Voorbeeld:  `een debiel zusje hebben`
Synoniem:  zwakzinnig

2) stom en bespottelijk
Voorbeelden:  `Bij strenge vorst in zee gaan zwemmen. Wat een debiel idee!`,
`op zo'n debiele toon tegen kleine kinderen praten`
Synoniem:  belachelijk

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
dement dom gek idioot imbeciel mafkees mafketel waanzinnige zot zwakzinnig

3 definities op Encyclo
  1. •("verouderd") iemand die licht zwakzinnig is •("beledigend") bespottelijk iemand
  2. 1) Aartsdom 2) Achterlijk 3) Achterlijk mens 4) Beperkt van verstand 5) Dement 6) Dom 7) Ezelachtig 8) Idioot 9) Imbeciel 10) Machteloos 11) Mafkees 12) Onintelligent 13)...
  3. zwakzinnig Jaar van herkomst: 1650 (MEY )
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met debiel:
debielen

Deze woorden eindigen op debiel:
randdebiel

Herkomst volgens etymologiebank.nl
debiel (achterlijk ; zwakzinnige)

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `debiel` kennen.