I de idioot

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [idiˈjot]
Verbuigingen:  idi|oten (meerv.)

1) <als scheldwoord voor iemand die iets heel doms of verkeerds doet>
Voorbeeld:  `Idioot, door dat rijgedrag breng je ons leven in gevaar!`
Synoniemen:  dwaas, stommeling, gek,

2) iemand die nauwelijks verstandelijke vermogens heeft
Voorbeeld:  `Op deze afdeling wonen idioten en diep-gestoorden.`
Synoniem:  krankzinnige


II idioot

bijv.naamw.
Uitspraak:  [idiˈjot]

bespottelijk
Voorbeeld:  `Wat een idioot gedrag om 's zomers in je winterkleren te lopen.`
Synoniemen:  dwaas, belachelijk, imbeciel,

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
achterlijk achterlijke afgestompt belachelijk bespottelijk bezopen breinloos debi debiel dement dol dom dommerik dwaas flapdrol geesteloos gek geschift geschifte gestoord hersenloos idioterig imbeciel krankjorum krankzinnig krankzinnige maf mafkees mafket mafketel mafkikker malloot mesjogge niet goed snik oen onbenul onbenullig onbezonnen onnozekerel onnozel onnozelaar onnozele onverstandig rund schaapskop schapenkop simpeziel stommerd stompzinnig stupide sukkel sul verstandeloos waanzinnige zot zwakhoofd zwakzinnig zwakzinnige

Intensiveringen
Hoe kun je met idioot een ander begrip versterken?
als een idioot; idioot;

6 definities op Encyclo
  • •een grote maat van zwakzinnigheid hebbend. •dwaas.
  • heel erg raar vb: doe niet zo idioot, je kunt me toch wel groeten? Synoniemen: belachelijk bespottelijk absurd met sterk achterblijvende geestelijke ontwikkeling vb: in d...
  • iemand met weinig verstandelijke vermogens vb: die idioot ging met dat slechte weer toch de weg op
  • Let op: Spelling van 1858 idiot, Fr., een onwetende, een botterik, onnoozele hals of sukkel. Idioticon, Gr., een landschapswoordenboek, zoodanig woordenboek, waarin allee...
  • 1) Aartsdom 2) Abnormaal persoon 3) Absurd 4) Achterlijk 5) Achterlijke 6) Afgestompt 7) Belabberd 8) Belachelijk 9) Belatafeld 10) Bespottelijk 11) Bezeten 12) Bezetene ...
  • Toon uitgebreidere definities

    Herkomst volgens etymologiebank.nl
    idioot (stompzinnig, bespottelijk; onnozel ; idioot persoon)