overboord

bijwoord
Uitspraak:  [ovərˈbort]

van een boot af in het water
Voorbeeld:  `overboord slaan/vallen`
er is nog geen man overboord als...  (<geruststelling bij een probleem>)

© Kernerman Dictionaries.

Spreekwoorden en zegswijzen
• achter de puttings overboord vallen (=reddeloos verloren zijn)
Naar de spreekwoorden

3 definities op Encyclo
  1. over de reling van het schip in het water vb: er is een man overboord gevallen je plannen overboord zetten [ervan afzien]
  2. 1) Buitenboord 2) Van het schip af in het water
  3. over de randen van het schip. [U>]
Toon uitgebreidere definities

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 100% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `overboord`.