I de zot

zelfst.naamw. (m./v.)
Uitspraak:  [zɔt]
Verbuigingen:  zot|ten (meerv.)


II zot

bijv.naamw.
Uitspraak:  [zɔt]

vreemd op een grappige manier
Voorbeelden:  `zot doen`,
`je zot gedragen`,
`zot gedoe`
Synoniemen:  maf, mal, dwaas,

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
absurd achterlijk clown debi debiel dom dwaas flapdrol gek geschift gestoord hansworst harlekijn idioot idioterig imbeciel krankjorum krankzinnig kwast kwibus maf mafkees mafket mafketel mafkikker mal mallerd malloot mesjogge nar niet goed snik pias raar stupide waanzinnige zottin

Spreekwoorden en zegswijzen
• elke zot heeft zijn eigen marot (=iedereen heeft ook minder goede eigenschappen)
Naar de spreekwoorden

Intensiveringen
Hoe kun je met zot een ander begrip versterken?
als een zot
Hoe kun je zot krachtiger uitdrukken?
zot als een mus;

9 definities op Encyclo
  1. wie erg raar doet, zijn verstand kwijt is vb: doe niet zo zot! Synoniemen: waanzinnig dwaas [2] gek [2] nar Tegenstellingen: verstandig raadzaam zinnig
  2. zie nar
  3. Let op: Spelling (deels) uit 1864: [bijvoegelijk naamwoord] en [bijwoord] (-ter, -st), ~TELIJK, [bijwoord] dwaas, gek; onverstandig, dom. ~, m. (-ten), zot, dwaas. ~HEID...
  4. Uit `De lagere vaktalen: Timmermanstaal` 1914 die schroef is zot: is dol, draait zonder sluiten.
  5. [Belgisch Nederlands] (van schroeven) dol
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met zot:
zotheidzottebolzottebollenzotteklapzotten

Deze woorden eindigen op zot:
zevenzot

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 98% van de Nederlanders en 100% van de Vlamingen het woord `zot`.