de brui

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [brœy]

de brui geven aan iets  (ermee ophouden omdat je er helemaal geen zin meer in hebt) Synoniem: opgeven

© Kernerman Dictionaries.

Spreekwoorden en zegswijzen
• er de brui aan geven (=ergens mee ophouden)
• de brui hebben aan (=maling hebben aan)
• de brui aan iets geven (=ergens mee ophouden)
Naar de spreekwoorden

4 definities op Encyclo
  1. Let op: Spelling (deels) uit 1864: m. [geen meervoud] slag, stoot; [figuurlijk] ik geef er den - van, ik bekommer er mij niet over; daar hebt gij al den -, daar is de gan...
  2. Spreekwoorden: (1914) Den brui hebben (of geven) van iets d.w.z. genoeg hebben van iets, er niets meer van willen weten, er een afkeer van hebben; syn. was den bras, den ...
  3. 1) Boel 2) Het opgeven 3) Maling 4) Opstopper 5) Rommel 6) Slag 7) Slag, stoot 8) Stoot
  4. Ergens de brui aan geven. Opgeven, niet voortzetten. 'Het was al 7 uur en het karwei was nog niet af. Toen hebben we er de brui aan gegeven.' De etymologie is onzeker. V...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met brui:
bruidbruidegombruidegomsbruidenbruidsjaponbruidsjonkerbruidsjonkersbruidsjurkbruidsmeisjebruidsmeisjesbruidspaarbruidsschatbruidsschattenbruidssluierbruidssuikersbruidssuitebruidstaartbruidstaartenbruidsvluchtbruik
Toon alle woorden die beginnen met brui

Deze woorden eindigen op brui:
verbrui
Toon alle woorden die eindigen op brui

Herkomst volgens etymologiebank.nl
brui (rommel; afstand, opgave)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 91% van de Nederlanders en 96% van de Vlamingen het woord `brui`.