de bruidegom

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [ˈbrœydəxɔm]
Verbuigingen:  bruidegom|s (meerv.)

man op zijn trouwdag
Antoniem:  bruid

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
bruid (antoniem)

Intensiveringen
Hoe kun je met bruidegom een ander begrip versterken?
verheugd als een bruidegom;

6 definities op Encyclo
  1. man die trouwt vb: de bruidegom ging met de bruid naar het stadhuis
  2. Let op: Spelling (deels) uit 1864: m. (-s), verloofde; hij is de -, verloofd. ~SGOED, o. [geen meervoud] uitzet -, huwelijksgoed van den bruidegom. ~SKLEED, v. (-eren). ~...
  3. •man die in het huwelijk treedt.
  4. 1) Echtgenoot 2) Huwelijkspartner 3) Man die trouwt 4) Man in ondertrouw 5) Ondertrouwde 6) Ondertrouwde man 7) Verloofde
  5. Een bruidegom en zijn "best man" dragen kilts in SchotlandEen bruidegom is de benaming voor een man op de dag dat hij trouwt. De benaming wordt ook wel gebruikt vanaf de...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met bruidegom:
bruidegoms

Herkomst volgens etymologiebank.nl
bruidegom (man van de bruid)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `bruidegom`.