het bruidspaar
zelfst.naamw.
| Uitspraak: | [ˈbrœytspar] |
| Afbreekpatroon: | bruids·paar |
| Verbuigingen: | bruidsparen (meerv.) |
bruid en bruidegom samen 2 definities op Encyclo
- 1) Stel dat gaat trouwen 2) Bruid en bruidegom 3) Getrouwd stel 4) Pas getrouwd stel
- Een bruidspaar is een duo dat bestaat uit een bruid en een bruidegom. [basiswoordenlijst groep 5]
Toon uitgebreidere definitiesTaaladvies
Wordt deze samenstelling aaneen geschreven, of komt er een spatie tussen?
Zie jonggehuwd koppel / jong gehuwd koppelVraag & Antwoord voor je slimme speaker
Is het 'de bruidspaar' of 'het bruidspaar'?
Het is 'het bruidspaar', want bruidspaar is onzijdig. Als je het aanwijst is het 'dat bruidspaar'.
Wat is het meervoud van bruidspaar?
Het meervoud van bruidspaar is 'bruidsparen'. Eén bruidspaar, twee bruidsparen.
Wat betekent bruidspaar?
'bruid en bruidegom samen'
Hoe spel je bruidspaar?
bruidspaar spel je B R U I D S P A A R Op andere websites
Zoek bruidspaar in het
Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek bruidspaar op
Google
Zoek bruidspaar op
Woordenlijst.org
Zoek bruidspaar in de woordenboeken van het
Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek bruidspaar op
Wikipedia