culpabiliseren

werkw.
Uitspraak:  [kʏlpabili'zerə(n)]
Vervoegingen:  culpabiliseerde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft geculpabiliseerd (volt.deelw.)

(iemand) beschuldigen, zich schuldig laten voelen
Voorbeeld:  `Het heeft geen enkele zin om groepen mensen te stigmatiseren of te culpabiliseren: problemen zijn er om opgelost te worden.`

© Kernerman Dictionaries.

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 27% van de Nederlanders en 76% van de Vlamingen het woord `culpabiliseren`.