brengen

werkw.
Uitspraak:  [ˈbrɛŋə(n)]
Vervoegingen:  bracht (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gebracht (volt.deelw.)

1) (naar een plaats) vervoeren
Voorbeelden:  `iemand naar het station brengen`,
`boodschappen aan huis brengen`
Antoniem:  halen
morgen brengen!  (dat zal niet gebeuren!)

2) zorgen dat iemand in een bepaalde situatie komt
Voorbeeld:  `in gevaar brengen`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
aangeven aanleveren aanrichten afgeven afleveren begeleiden bestellen betonen bezorgen langs brengen leveren meebrengen overhandigen rondbrengen thuisbezorgen toeleveren halen (antoniem)

Spreekwoorden en zegswijzen
• zijn huid zelf ter markt brengen (=zichzelf verdedigen)
• tot de bedelstaf/bedelzak brengen (=alle aardse bezittingen ontnemen)
• op straat brengen (=uitbrengen, bekend maken)
• onder zijn scepter brengen (=ondergeschikt maken)
• onder het oog brengen (=doen opmerken)
Toon alle 22 spreekwoorden die brengen bevatten

Taaladvies
Schrijf je leiden (= brengen, (aan)voeren; `dit leidt nergens toe`, `ik leid een zomerkamp`) met ei of ij? Zie leiden / lijden

4 definities op Encyclo
  • •ergens heen gaan om iets of iemand daar af te geven
  • daarheen vervoeren of begeleiden vb: ze brengt de kinderen naar school morgen brengen! [dat gebeurt niet!]
  • 1) Aangeven 2) Aanleveren 3) Aanrichten 4) Aanrukken 5) Aanvoeren 6) Aanzetten 7) Afgeven 8) Afleveren 9) Begeleiden 10) Bestellen 11) Betonen 12) Bezorgen 13) Doen toeko...
  • vervoeren Jaar van herkomst: 901-1000 (WPS )
  • Toon uitgebreidere definities

    Deze woorden eindigen op brengen:
    aanbrengenafbrengenbijbrengenbijeenbrengenbinnenbrengendoorbrengenfarbrengengrootbrengenheruitbrengeninbrengenmeebrengenombrengenonderbrengenopbrengenoverbrengenrondbrengensamenbrengenterugbrengenteweegbrengenthuisbrengen

    Herkomst volgens etymologiebank.nl
    brengen (aandragen)