lenen

werkw.
Uitspraak:  [ˈlenə(n)]
Vervoegingen:  leende (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft geleend (volt.deelw.)

1) zonder betaling tijdelijk iets van een ander gebruiken en het later teruggeven
Voorbeelden:  `geld lenen van je broer`,
`Mag ik je fiets even lenen?`

2) (iemand) zonder betaling tijdelijk iets van je laten gebruiken en het later terugkrijgen
Voorbeelden:  `iemand een boek lenen`,
`geld lenen aan je zus`
Synoniem:  uitlenen

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
aanbieden financieren geschikt zijn ontlenen uitlenen

Spreekwoorden en zegswijzen
• het oor lenen (=luisteren)
• de hand lenen tot (=helpen)
Naar de spreekwoorden

Taaladvies
Is geld ontlenen correct? Zie Ontlenen / lenen, uitlenen

6 definities op Encyclo
  • •iets tijdelijk gebruiken wat niet van jou is, dikwijl in ruil voor een kleine vergoeding. •"zich ~ tot-voor"; mogelijk maken.
  • het tijdelijk in gebruik hebben vb: kun je mij 100 gulden lenen? ervoor beschikbaar zijn vb: ik leen me niet voor dat smerige werk ervoor geschikt zijn vb: dat boek leent...
  • 1) Aanbieden 2) Beren 3) Borgen 4) Crediteren 5) Financieren 6) Gebruiken 7) Geld tijdelijk beschikbaar stellen 8) Geschikt zijn 9) Geven 10) Huren 11) Iets tijdelijk afs...
  • overeenkomstenrecht: geldlening waarbij rente over de af te lossen som moet worden betaald aan de uitlener of kredietverschaffer. ...
  • te leen geven of krijgen Jaar van herkomst: 1240 (VMNW )
  • Toon uitgebreidere definities

    Deze woorden beginnen met lenen:
    lenen voor

    Deze woorden eindigen op lenen:
    belenenChilenenhulpverlenenontlenenuitlenenverlenen

    Herkomst volgens etymologiebank.nl
    1. lenen (te leen geven)
    2. lenen = leunen (steunen)