boemelen

werkw.
Verbuigingen:  boemelde
Verbuigingen:  geboemeld

1) met de stoptrein ergens heen reizen
Voorbeeld:  `Hij was deze keer eens naar Amsterdam geboemeld.`

2) met de stoptrein reizen
Voorbeeld:  `Er was eindeloos geboemeld, maar uiteindelijk kwamen ze toch aan op de plaats van bestemming.`

3) zijn tijd doorbrengen met uitgaan, brassen, slempen
Voorbeeld:  `Er werd weer flink geboemeld die avond.`


Bron: WikiWoordenboek.

Synoniemen
brassen nachtbraken pierewaaien slempen stappen uitspatten zwijnen

3 definities op Encyclo
  1. (Gezegd van treinen, ook wel bussen) traag rijden van een trein die bij elk tussenstation stopt
  2. 1) Aan de zwier zijn 2) Brassen 3) Dweilen 4) In de trein stappen 5) Kroeglopen 6) Nachtbraken 7) Pierewaaien 8) Rinkelrooien 9) Slampampen 10) Slempen 11) Stappen 12) To...
  3. kroegen aflopen Jaar van herkomst: 1894 (Aanv WNT )
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
boemelen (lanterfanten; uitgaan)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 87% van de Nederlanders en 97% van de Vlamingen het woord `boemelen`.