hinderen

werkw.
Uitspraak:  [ˈhɪndərə(n)]
Vervoegingen:  hinderde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gehinderd (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

lastig of vervelend zijn voor (iets of iemand)
Voorbeelden:  `De radio hindert me bij mijn werk.`,
`De auto met pech hindert de doorstroming van het verkeer.`
Synoniem:  dwarszitten

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
belemmeren dwarszitten lastigvallen moeilijk maken onmogelijk maken storen tegenwerken

Intensiveringen
Uitdrukkingen die hinderen betekenen (waarin het woord zelf niet voorkomt):
geen strobreed in de weg leggen;

3 definities op Encyclo
  1. • [ov] de voortgang verstoren. • [ov] iets of iemand storen in zijn-haar bezigheden.
  2. hem last bezorgen vb: hij hinderde mij bij het lezen het hindert niet [het geeft niet]
  3. 1) Afleiden 2) Belemmeren 3) Bemoeilijken 4) Benadelen 5) Benauwen 6) Bezwaren 7) Derangeren 8) Deren 9) Dwarsbomen 10) Dwarsliggen 11) Dwarszitten 12) Embarrasseren 13) ...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden eindigen op hinderen:
verhinderen

Herkomst volgens etymologiebank.nl
hinderen (belemmeren, storen)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 100% van de Vlamingen het woord `hinderen`.