bonzen

werkw.
Uitspraak:  ['bɔnzə(n)]
Vervoegingen:  bonsde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gebonsd (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

dof geluid van een klap maken
Voorbeeld:  `op de deur bonzen`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
beuken botsen dreunen jagen luiden

4 definities op Encyclo
  1. Let op: Spelling van 1858 benaming der Heidensche priesters in Oost-Indië, China en Japan
  2. Let op: Spelling (deels) uit 1864: [bedrijvend werkwoord] en ow. [gelijkvloeiend] (ik bonsde, heb gebonsd), stooten, hard kloppen; de deur open -, openslaan.
  3. 1) Beuken 2) Bonken 3) Botsen 4) Doffen 5) Dreunen 6) Hevig kloppen 7) Hard kloppen 8) Jagen 9) Kloppen 10) Kloppen op de deur 11) Luiden 12) Slaan
  4. hevig kloppen Jaar van herkomst: 1589 (Claes Tw. 11 )
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
bonzen (hevig kloppen)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 98% van de Nederlanders en 98% van de Vlamingen het woord `bonzen`.