de herenboer

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  ['herə(n)bur]
Verbuigingen:  herenboer|en (meerv.)

rijke boer die knechten heeft om zijn land te bewerken
Voorbeeld:  `Door de mechanisering van de landbouw zijn er eigenlijk geen herenboeren meer.`

© Kernerman Dictionaries.

4 definities op Encyclo
  1. 1) Landbouwer 2) Rijke landbouwer
  2. boer die kapitaalkrachtig genoeg is om niet zelf zijn land te bewerken maar hiervoor personeel (dagloners) in dienst heeft; rijke boer
  3. De term herenboer of scholteboer, ook wel herenagrariër en herenlandbouwer genoemd, wordt gebruikt om een boer aan te duiden die voldoende kapitaal heeft om niet zelf z...
  4. heer die uit liefhebberij het boerenbedrijf uitoefent Jaar van herkomst: 1877 (WNT )
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met herenboer:
herenboeren

Herkomst volgens etymologiebank.nl
herenboer (heer die uit liefhebberij het boerenbedrijf uitoefent)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 91% van de Nederlanders en 84% van de Vlamingen het woord `herenboer`.