de tamboer

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [tɑm'bur]
Verbuigingen:  tamboer|s (meerv.)

iemand die op een trommel slaat
Voorbeeld:  `een drumband met vijftig tamboers`
Synoniem:  trommelaar

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
trommelaar

17 definities op Encyclo
  • Let op: Spelling van 1858 tambour, Fr., eene trommel; trommelslager; ook eene met schietgaten voorziene soort van ligte verschansingen aan muurwerk. Tamboeren, trommelen;...
  • Let op: Spelling van 1914 Zie DANSEN.
  • van koepel In een koepelgewelf worden meestal geen vensters aangebracht. Voor de verlichting van de ruimte eronder, vaak een donkere viering, wordt de koepel als het war...
  • Andere benaming voor de moederrol papier die rechtstreeks op een papiermachine geproduceerd wordt. Deze moederrol wordt later op de bobineuse tot smallere rollen versnede...
  • •trommelslager die de maat aangeeft bij het marcheren van soldaten. (+audio)
  • Toon uitgebreidere definities

    Deze woorden beginnen met tamboer:
    tamboerdetamboerdentamboereertamboereerdetamboereerdentamboereerttamboerijntamboerijnentamboerstamboert

    Herkomst volgens etymologiebank.nl
    tamboer (trommelaar)