het baken

zelfst.naamw.
Uitspraak:  [ˈbakə(n)]
Verbuigingen:  baken|s (meerv.)

voorwerp in het water of op het land waarmee schepen en vliegtuigen hun route bepalen
Voorbeelden:  `langs de bakens varen`,
`een baken missen`
de bakens verzetten  (de dingen heel anders gaan doen)

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
afwikkelen baak inbakeren inzwachtelen liquideren omwikkelen opheffen oprollen opwinden

Spreekwoorden en zegswijzen
• een schip op het strand is een baken in zee. (=van de fouten die anderen hebben gemaakt kun je zelf veel leren)
• de bakens verzetten (=van richting of ingesteldheid veranderen)
• als het tij verloopt verzet men de bakens (=men moet zich aan de omstandigheden aanpassen)
• als het getij verloopt verzet men de bakens (=men moet zich aan de omstandigheden aanpassen)
Naar de spreekwoorden

9 definities op Encyclo
  1. Een baken is elk vast merk (ton, paal) dat het vaarwater markeert.
  2. bakken, ook sein
  3. merkteken op het water waaraan je kunt zien hoe je moet varen vb: je vaart langs het baken en dan rechtdoor de bakens verzetten [je plannen veranderen]
  4. Def.: een vaarwegmarkering Toelichting: Dit kunnen boeien, lichtboeien of tonnen (steekbakens) zijn.
  5. •markering.
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met baken:
baken afbaken uitbakendebakenenbakensbakenzender

Deze woorden eindigen op baken:
bebakenradiobakenzeebakenkoersbaken

Herkomst volgens etymologiebank.nl
baken = baak (signaal)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 95% van de Vlamingen het woord `baken`.