afzien van

werkw.
Uitspraak:  ɑfsin vɑn]
Vervoegingen:  zag af van (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft afgezien van (volt.deelw.)

(iets) niet doen
Voorbeeld:  `afzien van geweld in de strijd om dierenrechten`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
afhaken afstappen afvallen afzeggen eruitstappen opgeven ophouden stoppen