afhaken

werkw.
Uitspraak:  ɑfhakə(n)]
Vervoegingen:  haakte af (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft, is afgehaakt (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

ophouden met meedoen
Voorbeelden:  `afhaken bij de besprekingen`,
`door een blessure moeten afhaken in de wedstrijd`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
afkoppeling afvallen afzeggen afzien van eindigen eruitstappen kappen loshaken ontkoppeling opgeven ophouden staken stoppen uitscheiden

2 definities op Encyclo
  1. Let op: Spelling (deels) uit 1864: [bedrijvend werkwoord] [gelijkvloeiend] (ik haakte af, heb afgehaakt), wat met een haak vast zit losmaken; haakwerk voltooien. *...HAK...
  2. 1) Afkoppeling 2) Afvallen 3) Afzeggen 4) Eindigen 5) Eruitstappen 6) Kappen 7) Loshaken 8) Niet langer meedoen 9) Nokken 10) Ontkoppeling 11) Opgeven 12) Ophouden 13) St...
Toon uitgebreidere definities

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `afhaken` kennen.