aftuigen

werkw.
Uitspraak:  ['ɑftœyxə(n)]
Vervoegingen:  tuigde af (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft afgetuigd (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

1) (iemand) hard en langdurig slaan
Voorbeeld:  `De winkelier krijgt een boete omdat hij een overvaller afgetuigd heeft.`
Synoniem:  afranselen

2) ontdoen van bepaalde onderdelen
Voorbeelden:  `de kerstboom aftuigen`,
`je zeilboot aftuigen`
Antoniem:  optuigen

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
afdrogen aframmelen afranselen afrossen aftakelen in elkaar timmeren onttakelen toetakelen

5 definities op Encyclo
  1. afranselen Jaar van herkomst: 1912 (WNT )
  2. • [ov] [scheepvaart] ontdoen van alle tuig. • [ov] versieringen verwijderen. • [ov] iemand een flinke afstraffing geven. •tweede betekenisomschrijving. •enz.
  3. heel hard slaan vb: ze hebben die jongen met zijn allen afgetuigd Synoniem: afranselen de zeilen van een schip afhalen vb: we hebben de boot afgetuigd
  4. Def.: de tuigage van de boot afnemen. Toelichting: Ook wel gebruikt voor afslaan, dus alleen de zeilen afnemen.
  5. 1) Afdrogen 2) Aframmelen 3) Afranselen 4) Afrossen 5) Aftakelen 6) Bont en blauw slaan 7) In elkaar slaan 8) Kalen 9) Kalen (scheepst.) 10) Kerstboom ontsieren 11) Misha...
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
aftuigen (van trektuig of tuigage ontdoen; afranselen)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 100% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `aftuigen`.