afdrogen

werkw.
Uitspraak:  ɑvdroxə(n)]
Vervoegingen:  droogde af (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft afgedroogd (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

1) (iets nats of vochtigs) droogmaken
Voorbeeld:  `de vaat afwassen en daarna afdrogen`

2) (de tegenstander) flink laten verliezen sport
Voorbeeld:  `We werden thuis met 6-0 afgedroogd.`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
afranselen afrossen aftuigen afvegen afwissen drogen droogmaken vegen wissen

4 definities op Encyclo
  1. • [ov] het vocht wegnemen van iets of iemand. • [ov] op verpletterende wijze verslaan. • [ov] [informeel] afranselen.
  2. weer droog maken vb: ik zal de borden afwassen, dan mag jij ze afdrogen
  3. Iemand een pak slaag geven. Nadat iemand voor straf van de ra in het koude water was gegooid werd hij `afgedroogd` met honderd slagen.
  4. 1) Afranselen 2) Afrossen 3) Aftuigen 4) Afvegen 5) Afwissen 6) Drogen 7) Droog maken 8) Droogmaken 9) In de pan hakken 10) Keukenwerk 11) Slaan 12) Vegen 13) Verslaan 14...
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
afdrogen

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 100% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `afdrogen`.