aftakelen

werkw.
Uitspraak:  ɑftakələ(n)]
Vervoegingen:  takelde af (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  is afgetakeld (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

minder gezond of krachtig worden
Voorbeeld:  `Door zijn ziekte is hij erg afgetakeld.`
Synoniem:  achteruitgaan

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
achteruitgaan afglijden afzakken inzinken vervallen verzwakken wegglijden wegzinken

5 definities op Encyclo
  1. een schip aftuigen Jaar van herkomst: 1809-1811 (WNT )
  2. Spreekwoorden: (1914) Aftakelen. Dit wordt gezegd van een schip: het van takelage, staand en loopend want, ontdoen, het onttakelen, het aftuigen; daarna kreeg van iets af...
  3. Let op: Spelling van 1858 geschut, ankers, touwen en zeilen van een schip afnemen en in de magazijnen brengen; zoo als in vredestijd geschiedt met de oorlogsschepen
  4. [Mil. Woordenboek, spelling van 1861 ``Aftakelen``] het schip ontwapenen, het tuig enz. daarvan afnemen, bijv. om het eene herstelling te doen ondergaan
  5. 1) Achteruit gaan 2) Achteruitgaan 3) Achteruitgaan in gezondheid 4) Afglijden 5) Aftuigen 6) Afzakken 7) In kwaliteit teruggaan 8) Inzinken 9) Kalen 10) Minder worden 11...
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
aftakelen (ontdoen; in kracht achteruitgaan)

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `aftakelen` kennen.