de bezoekdag
zelfst.naamw. (m.)
| Verbuigingen: | bezoekdagen |
| Verbuigingen: | bezoekdagje |
dag dat men iets of iemand kan of mag bezoeken Bron: WikiWoordenboek.
1 definitie op Encyclo
Toon uitgebreidere definitiesVraag & Antwoord voor je slimme speaker
Is het 'de bezoekdag' of 'het bezoekdag'?
Het is 'de bezoekdag', want bezoekdag is mannelijk. Als je het aanwijst is het 'die bezoekdag'.
Wat betekent bezoekdag?
'dag dat men iets of iemand kan of mag bezoeken'
Hoe spel je bezoekdag?
bezoekdag spel je B E Z O E K D A G Op andere websites
Zoek bezoekdag in het
Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek bezoekdag op
Google
Zoek bezoekdag op
Woordenlijst.org
Zoek bezoekdag in de woordenboeken van het
Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek bezoekdag op
Wikipedia