aflezen

werkw.
Uitspraak:  ['ɑflezə(n)]
Vervoegingen:  las af (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft afgelezen (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

1) (iets) vaststellen door te kijken naar (een voorwerp)
Voorbeeld:  `je gewicht aflezen op een weegschaal`

2) (een meetapparaat) bekijken voor de stand van zaken
Voorbeeld:  `de watermeter aflezen`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
afkondigen afroepen afzien bekendmaken openbaar maken oplezen uitlezen

2 definities op Encyclo
  1. 1) Afkondigen 2) Afroepen 3) Afzien 4) Bekendmaken 5) Oplezen 6) Uitlezen 7) Waarnemen
  2. [Nederlands] Opmaken/tot een conclusie komen
Toon uitgebreidere definities

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 98% van de Nederlanders en 100% van de Vlamingen het woord `aflezen`.