aflezen
werkw.
1) (iets) vaststellen door te kijken naar (een voorwerp) | Voorbeeld: | `je gewicht aflezen op een weegschaal` | |
2) (een meetapparaat) bekijken voor de stand van zaken | Voorbeeld: | `de watermeter aflezen` | |
Synoniemen
afkondigen afroepen afzien bekendmaken openbaar maken oplezen uitlezen 2 definities op Encyclo
- 1.lezen, voorlezen Voorbeeld: ‘Daarna moesten zij hun les opzegen; en dat ging zo stil, zo ingetogen, zo vlottend weg, lijk aflezen uit een open boek’ 2.duidelijk zeggen, de les spellen Voorbeeld: ‘'t Gedrag van zijn zuster en van Elvire de laatste dagen had hem verstoord. Met de eerste gelegenheid zou...
- 1) Oplezen 2) Bekendmaken 3) Afkondigen 4) Afroepen 5) Afzien 6) Waarnemen 7) Uitlezen
Toon uitgebreidere definitiesVraag & Antwoord voor je slimme speaker
Wat is de verleden tijd van aflezen?
De verleden tijd van aflezen is 'las af'. Het voltooid deelwoord is 'heeft afgelezen'.
Wat betekent aflezen?
'(iets) vaststellen door te kijken naar (een voorwerp)' en '(een meetapparaat) bekijken voor de stand van zaken'
Hoe spel je aflezen?
aflezen spel je A F L E Z E N
Wat is een ander woord voor aflezen?
Andere woorden voor aflezen zijn afkondigen, afroepen, afzien, bekendmaken, openbaar maken, oplezen en uitlezen.Op andere websites
Zoek aflezen in het
Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek aflezen op
Google
Zoek aflezen op
Woordenlijst.org
Zoek aflezen in de woordenboeken van het
Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek aflezen op
Wikipedia