afroepen

werkw.
Uitspraak:  ['ɑfrupə(n)]
Vervoegingen:  riep af (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft afgeroepen (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

1) (namen) na elkaar hardop uitspreken
Voorbeelden:  `de namen van de spelers afroepen`,
`In de tram worden de haltes afgeroepen.`

2) laten weten dat je (bepaalde producten) wilt laten komen commercie
Voorbeelden:  `Alle vrachten moeten minimaal vijf dagen voor levering worden afgeroepen.`,
`een bestelling geheel of in gedeelten afroepen`

3) officieel publiekelijk aankondigen
Voorbeeld:  `de noodtoestand afroepen`
Synoniemen:  uitroepen, afkondigen

4)
(iets onplezierigs) over jezelf afroepen  (door je gedrag (iets onplezierigs) laten gebeuren) `hoon en spot over jezelf afroepen`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
afkondigen aflezen bekend maken bekendmaken namen afroepen omroepen openbaar maken oplezen wegroepen

2 definities op Encyclo
  1. 1) Afkondigen 2) Aflezen 3) Avoceren 4) Bekendmaken 5) Een voor een luid uitspreken 6) Evoceren 7) Omroepen 8) Oplezen 9) Oproepen 10) Wegroepen
  2. Het bestellen van een reeds vooruit geproduceerde voorraad drukwerk. De kostprijs is verhoogd met opslagkosten en eventuele transportkosten, op basis van vooraf gemaakte ...
Toon uitgebreidere definities

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `afroepen`.