afkondigen

werkw.
Uitspraak:  ['ɑfkɔndəxə(n)]
Vervoegingen:  kondigde af (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft afgekondigd (volt.deelw.)

1) officieel bekendmaken
Voorbeelden:  `de noodtoestand afkondigen`,
`De ANWB kondigt een spitsalarm af.`

2) zeggen dat iets afgelopen is
Voorbeeld:  `een radioprogramma afkondigen`
Antoniem:  aankondigen

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
aflezen afroepen bedekken behangen bekend maken bekendmaken beschikken decreteren gelasten openbaar maken ophangen oplezen ordonneren proclameren uitvaardigen verhangen verordenen verordineren

5 definities op Encyclo
  • • [ov] openbaar maken, bijvoorbeeld van een beslissing. (+audio)
  • het officieel bekend maken vb: de nieuwe wet werd in de Staatscourant afgekondigd
  • 1) Aandienen 2) Aflezen 3) Afroepen 4) Bedekken 5) Bekendmaken 6) Beschikken 7) Decreteren 8) Gelasten 9) Mededelen 10) Openbaar maken 11) Ophangen 12) Oplezen 13) Ordonn...
  • in het openbaar bekendmaken Jaar van herkomst: 1477 (HWS )
  • staatsrecht: bekendmaking van wetten, decreten en ordonnanties. De ~ houdt in dat de uitvoerende macht (de Koning, een ...
  • Toon uitgebreidere definities

    Herkomst volgens etymologiebank.nl
    afkondigen (in het openbaar bekendmaken)