exploiteren

werkw.
Uitspraak:  [ɛksplwɑˈterə(n)]
Vervoegingen:  exploiteerde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft geëxploiteerd (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

een zaak of bezit (van een ander) zó beheren dat je er geld mee verdient
Voorbeelden:  `de kantine van de tennisclub exploiteren`,
`een kolenmijn exploiteren`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
beheren exploitatie rantsoeneren runnen uitbaten uitbuiten uitmelken uitzuigen

7 definities op Encyclo
  1. Fr: l`exploitation / exploiter / exploité [auteursrecht] ontginnen, uitbaten…
  2. Iets gebruiken, vaak om winst te maken. In de tropen wordt dat vaak gedaan zonder zich te bekommeren over de eventuele schade die dat aanricht. Ook wel `ontginnen` genoem...
  3. zo gebruiken dat het winst oplevert vb: welke firma exploiteert de nieuwe tunnel?
  4. •draaiende houden met winst.
  5. 1) Bebouwen 2) Beheren 3) Exploitatie 4) Ontginnen 5) Rantsoeneren 6) Runnen 7) Uitbaten 8) Uitbuiten 9) Uitmelken 10) Uitzuigen 11) Valoriseren 12) Winstgevend maken
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
exploiteren (iets gebruiken om voordeel te behalen; uitbuiten)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `exploiteren`.