drogen

werkw.
Uitspraak:  [ˈdroxə(n)]
Vervoegingen:  droogde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft, is gedroogd (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

droogmaken of droog worden
Voorbeelden:  `de was drogen met een droogtrommel`,
`De was hangt buiten te drogen.`,
`Niet huilen lieverd, droog je tranen nu maar.`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
afdrogen doen drogen droogmaken opdrogen

Spreekwoorden en zegswijzen
• zijn netten drogen (=uitrusten na dronkenschap)
• wie ’s nacht gaat vissen moet overdag zijn netten drogen (=Wie te veel heeft gedronken is de volgende dag niets waard)
Naar de spreekwoorden

12 definities op Encyclo
  1. • [ov] vocht laten of doen verdampen. • [erga] het verdampingsproces van vocht.
  2. Iets volledig of vrijwel volledig vrijmaken van vloeistoffen. Gebruik `dehydreren` voor het verwijderen of onttrekken van water, waarbij andere vloeistoffen kunnen achter...
  3. drogues, gedroogde kruiden.
  4. Uit `De lagere vaktalen: De spinners-en weverstaal` 1914 dat zegt men meer bepaaldelijk van dien zijn garen met het vier droogt.
  5. ervoor zorgen dat het water eruit gaat vb: de was hangt te drogen aan de lijn
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden eindigen op drogen:
afdrogenopdrogenuitdrogenverdrogenvriesdrogen

Herkomst volgens etymologiebank.nl
drogen (droogmaken)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `drogen`.