Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


43 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `war`

  1. 't Moet al een ruige hond wezen, die twee nesten warm houden kan (=alleen een rijke man kan er een tweede vrouw op na houden)
  2. als een warm mes door de boter (=als iets erg makkelijk of geleidelijk gaat)
  3. als warme broodjes over de toonbank gaan (=zeer goed verkopen)
  4. daar komt de zwarte kat in (=daar komt ruzie van)
  5. de pot verwijt de ketel dat die zwart ziet (=een ander aanwijzen als schuldige, terwijl die zelf hetzelfde gedaan heeft)
  6. de voet dwars zetten (=iets verhinderen of bemoeilijken)
  7. de zwartepiet doorspelen (=de schuld doorschuiven)
  8. de zwartepiet krijgen (=de schuld krijgen)
  9. een Babylonische spraakverwarring (=door elkaar spreken zonder naar elkaar te luisteren en elkaar niet verstaan)
  10. een zware pijp roken (=door eigen schuld in moeilijkheden komen)
  11. een zware wissel trekken (=erg veel eisen)
  12. een zwarte kat krabt niet (=je moet je niet laten leiden door je angsten)
  13. er warmpjes bijzitten (=veel geld hebben, over ruime financiële middelen beschikken)
  14. er zouden geen achterklappers zijn waren er geen aanhoorders (=er wordt alleen geroddeld als er ook naar geluisterd wordt)
  15. Eten dat je zweet en werken dat je het koud krijgt, dat zijn de waren. (=Slecht personeel. Uit de tijd dat meiden en knechts bij de boer in de kost waren.)
  16. gapen als een oester die in de warmte komt (=met de wond wijd open geeuwen)
  17. het iemand warm maken (=iemand in moeilijkheden brengen)
  18. het kwartje is gevallen (=hij heeft het begrepen)
  19. het warm water (her)uitvinden (=iets wat reeds lang bekend is, presenteren alsof het een originele innovatie is. (Niet verwarren met `het wiel opnieuw uitvinden`))
  20. het zwart op wit hebben (=in geschreven of gedrukte vorm. Gedocumenteerd)
  21. het zwarte schaap van de familie (=iemand die een beetje buiten de familie staat qua gedrag)
  22. Hij geeft er niet om wiens huis in brand staat, als hij zich maar aan de gloed kan warmen (=Hij doet overal voordeel mee, ongeacht de gevolgen voor anderen)
  23. iemand de voet dwars zetten (=tegenwerken)
  24. iemand de zwartepiet toespelen (=iemand benadelen)
  25. iemand een warm hart toedragen (=iemand steunen)
  26. iemand ergens voor warm maken (=iemands interesse voor iets opwekken)
  27. iemand met een zwarte kool tekenen (=iemand erg ongunstig voorstellen)
  28. iemand warm maken (=iemands interesse opwekken)
  29. iemand zwart maken (=lelijke dingen over iemand vertellen)
  30. iets zwart op wit hebben (=het op papier hebben staan)
  31. in verzekerde bewaring nemen (=opsluiten (in gevangenis))
  32. menen ligt dicht bij Kortrijk (maar verre van waregem) (=iets menen is niet genoeg; je moet er zeker van zijn. )
  33. met een zwarte kool aangetekend staan (=ongunstig bekend staan)
  34. op zwart zaad zitten (=geen geld hebben)
  35. schenking met de warme hand (=schenken terwijl men nog leeft (erfenissen))
  36. scoren alsof het warme broodjes zijn (=scoren alsof het helemaal niets is)
  37. wie het dichtst bij het vuur zit, warmt zich het meest (=als je ergens nauw bij betrokken bent, geniet je het meeste voordeel ervan)
  38. wie voor een dubbeltje geboren is, wordt nooit een kwartje (=je kunt nooit boven de stand komen waarin je geboren bent. Arm geboren, zal wel arm blijven)
  39. ze waren fout (=collaborateurs en fascisten gedurende de Tweede Wereldoorlog)
  40. zo doof als een kwartel (=stokdoof)
  41. zo zwart zien als een moor (=bijzonder zwart zien)
  42. Zorg dat daar geen zwarte hond tussen komt (=Pas op dat het niet misgaat)
  43. zwart van de honger (=uiterst hongerig)

43 betekenissen bevatten `war`

  1. maak je borst maar nat (=bereid je voor op een zware klus (of op veel tegenstand))
  2. apen en beren op de weg zien (=bezwaren zien)
  3. leeuwen en beren op de weg zien (=bezwaren zien)
  4. captie maken (=bezwaren/aanmerkingen maken)
  5. zo zwart zien als een moor (=bijzonder zwart zien)
  6. dan zwaait er wat (=dan dreigen zware repercussies)
  7. iets op je lever hebben (=dat je nog iets wilt uiten, dat er iets is dat je heel erg dwars zit en dat gezegd moet worden)
  8. Het hinkende paard komt er achteraan. (=De bezwaren komen achterop. Na blijdschap volgt iets minder aangenaams)
  9. in het honderd sturen/lopen (=de boel met opzet mis laten lopen, in de war laten lopen)
  10. de molen is/loopt door de vang (=de zaak of persoon is in de war (gek))
  11. een Egyptische duisternis (=een inktzwarte duisternis)
  12. iets in petto houden (=een mededeling voor later bewaren)
  13. Sisyfusarbeid (=een zware, onmogelijke, zinloze taak)
  14. de soep wordt nooit zo heet gegeten, als zij wordt opgediend (=er worden meestal minder zware maatregelen toegepast dan was aangekondigd)
  15. van streek raken (=erg in de war door iets geraken)
  16. zo dicht als een pot zijn (=goed kunnen zwijgen/geheimen bewaren)
  17. van de kook zijn (=helemaal in de war zijn)
  18. wie wat bewaart, die heeft wat (=het bewaren van zaken kan op lange termijn voordelig blijken te zijn)
  19. het eet geen brood (=het kost niets om het te bewaren, behoeft geen onderhoud)
  20. de kop van jut (=het slachtoffer, het zwarte schaap)
  21. hij is zo gesloten als een oester (=hij doet zijn mond niet open en kan een geheim bewaren)
  22. iemand de wind uit de zeilen nemen (=iemand dwars zitten)
  23. iemand het mes op de keel zetten (=iemand onder zware druk zetten)
  24. een lange arm hebben (=iemand zelfs vanaf een grote afstand nog dwars kunnen zitten)
  25. bij het scheiden van de markt leert men de kooplui kennen (=iemands ware karakter blijkt pas als het erop aankomt)
  26. het warm water (her)uitvinden (=iets wat reeds lang bekend is, presenteren alsof het een originele innovatie is. (Niet verwarren met `het wiel opnieuw uitvinden`))
  27. van je á propos gebracht worden (=in de war gebracht worden)
  28. de boel in het honderd sturen (=in de war maken/verstoren)
  29. de kluts kwijt zijn (=in de war zijn)
  30. helemaal van slag zijn (=in de war zijn)
  31. van het padje af zijn (=in de war zijn, malende / prettig gestoord zijn)
  32. met molentjes lopen (=in de war zijn, niet goed bij het verstand zijn)
  33. Boter op je hoofd smeren en droog brood eten. (=In de war zijn.)
  34. in de goot (=in de zware problemen)
  35. aan de heidenen overgeleverd (=in zware moeilijkheden - in de macht van mensen zonder scrupules)
  36. tegen de verdrukking in groeien (=ondanks zware omstandigheden toch vooruit komen)
  37. met een kanon op een mug schieten (=ophef maken om niks / overdreven zware maatregelen nemen)
  38. Eten dat je zweet en werken dat je het koud krijgt, dat zijn de waren. (=Slecht personeel. Uit de tijd dat meiden en knechts bij de boer in de kost waren.)
  39. het niet meer hebben (=totaal in verwarring geraken - van de kook zijn)
  40. veel vijven en zessen hebben (=veel bezwaren hebben)
  41. in de bonen zijn (=verward zijn)
  42. het masker afdoen/afleggen/afnemen (=zijn ware gezicht tonen)
  43. rouwranden aan zijn nagels hebben (=zwarte randjes onder vingernagels hebben)

Het dialectenwoordenboek kent 808 spreekwoorden met `war`

  1. Sint-Niklaas: wa ne muizennest (=wat een warboel)
  2. Vechtdals: in warkn wèèn (=aan het werk zijn)
  3. Wetters: al overende zetten (=alles verplaatsen,er een warboel van maken)
  4. Sint-Niklaas: wariekkekik (=wat ruik ik?)
  5. Wolvertem: wariekekikkie (=wat ruik ik hier)
  6. Munsterbilzen - Minsters: daste ware Jacobb (=dat is de ware man)
  7. Achterhoeks: God's wark. (=Vrouw met een flink achterwerk.)
  8. Westlands: dat ware nog us barre taie (=dat waren leuke tijden)
  9. Sallands: drok ant wark (=druk aan het werk)
  10. Sint-Niklaas: 'k ston bukkangst in de warande (=ik ben bijna falliet)
  11. Bilzers: de zon konste pas wardiëre asse aater de wolke autkump (=na regen komt zonneschijn)
  12. Waregems: ze zot'n an de kap (=ze waren aan het vechten)
  13. Vechtdals: 't zwaore wark mu-j peerd loatn doe en veur 't lichte mu-j oe waren. (=oppassen dat je niet te veel doet)
  14. Doornspijks: as de zunne zit int westn, warken de luijn op zun bestn (=als er laat wordt doorgewerkt)
  15. Westerkwartiers: da's mien woare joakob (=dat is de ware man voor mij)
  16. Sint-Niklaas: ast nie was da munnen.... (=ware het niet dat wij....)
  17. Twents: Ie hept het goot dooi hier (=Het is hier warm)
  18. Zuid-west-vlaams: gloei'n link een koole vier (=koortsig warm hebben)
  19. Temse: tis douf (=het is drukkend warm)
  20. Mestreechs: De mösje valle vaan 't daak (=Het is ontzettend warm)
  21. Giesbaargs: de zonne geeft (=heel warm in de zon)
  22. Vechtdals: 't noadeel van wark is dat ter zovölle tied in zittn giet (=het nadeel van werk is dat het veel tijd kost.)
  23. Westfries: Loeker weertje niet (=Het is warm en broeierig)
  24. Loksbergs: hot oech werm (=houd u warm)
  25. Bilzers: tés haaj zjus ne bakoëve (=hier is het nogal warm)
  26. Temse: tis doef (=het is drukkend warm)
  27. Rotterdams: De reuzel loopt m'n reet uit (=Ik heb het warm)
  28. Westlands: hij heeft tomaten geplukt in een heet warenhuis (=hij is wel wat gewend)
  29. Vechtdals: hi-j bidt um wark en daankt as e 't nie kreg (=hij bid om werk en dankt als hij het niet krijgt.)
  30. Lichtervelds: stookn dat de duuvels in en uut kruupn (=het goed warm maken)
  31. Gronings: tis ja veul te hait, tis nait kold vandoag (=Het is erg warm vandaag.)
  32. Bilzers: tés haaj zjus ne bakoëve (=wat is het hier toch warm)
  33. Munsterbilzen - Minsters: t ès haaj zjus ne briebak (=wat is het hier warm !)
  34. Kortemarks: jeet e verlottn keelegat (=hij kan zeer warm voedsel verorberen)
  35. Bilzers: foj 't ès wêrm, 't ès vér flaa te valle van de hits (=het is drukkend warm)
  36. Waregems: 't es in ordre (='t is in orde)
  37. Waregems: out oy in (=beheers je)
  38. Waregems: ellee couroaizje! (=houd moed!)
  39. Waregems: prietproat oitgoan (=onzin verkopen)
  40. Waregems: toer'n doen (=plaagstoten uitdelen)
  41. Waregems: zijnen bolf vull'n (=veel eten)
  42. Waregems: an tijds (=stipt op tijd)
  43. Waregems: dobbe d'r achtre (=vlak daarna)
  44. Waregems: duikske speeln (=verstoppertje spelen)
  45. Waregems: pessoazje (=doorgang)
  46. Rotterdams: die is warm te hard neer gezet (=klein persoon)
  47. Tilburgs: ze hòn niks op òf aon (=ze waren naakt)
  48. Eesjdens: De musje valle van ut doak. (=De mussen vallen van het dak ( het is heel warm ))
  49. Oudenbosch: ut is wir zo eet datt de musse vant dak valle (=het is weer heel erg warm vandaag)
  50. Sint-Niklaas: vree feel, vree fuil, vree weirm... (=heel veel, heel vuil, heel warm...)



Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen