Spreekwoorden met `wach`

Zoek

14 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `wach`

  1. daar is wel wachten maar geen vasten naar (=dat zal niet gauw gebeuren)
  2. de bui afwachten (=rustig afwachten wat voor onheil er komt)
  3. eb en vloed wachten op niemand (=de tijd gaat gewoon door)
  4. een aflossing van de wacht (=een vervanging van de ene persoon door een andere)
  5. geen heil verwachten (=niets positiefs zien)
  6. het ene ongeluk kan niet op het andere wachten. (=ongeluk komt zelden alleen)
  7. het tij wacht op niemand. (=benut kansen voor het te laat is)
  8. iemand de wacht aanzeggen (=een laatste waarschuwing geven)
  9. iets in de wacht slepen (=op oneerlijke manier verkrijgen, iets in bezit krijgen voor weinig geld)
  10. iets van de achterwacht vernemen (=iets vernemen na veel omwegen)
  11. in de wacht slepen (=winnen - verwerven)
  12. wachten tot je een ons weegt (=onmogelijk lang wachten)
  13. wie kaatst kan/moet de bal verwachten (=als je een ander plaagt, kun je verwachten dat die jou terug gaat plagen)
  14. zo scheel als de hondenwacht (=zeer scheel)

81 betekenissen bevatten `wach`

  1. met zijn gat in de boter vallen (=(onverwacht) goed terechtkomen)
  2. met zijn neus in de boter vallen (=(Onverwacht) goed terechtkomen)
  3. als je geschoren wordt, moet je stilzitten (=als er scherpe kritiek op je is (je wordt geschoren), kun je beter rustig wachten tot het voorbij is, in plaats van erop in te gaan)
  4. buiten zijn rekening gaan. (=als het anders loopt dan verwacht)
  5. wie kaatst kan/moet de bal verwachten (=als je een ander plaagt, kun je verwachten dat die jou terug gaat plagen)
  6. goed uit de verf komen (=beter tot uiting komen of succesvoller zijn dan verwacht.)
  7. uit de lucht komen vallen (=doen alsof men van niets weet / erg plotseling en onverwacht)
  8. je achter de oren krabben (=door een onverwachte, zorgelijke ontwikkeling tot nadenken gestemd zijn)
  9. de kat uit de boom kijken (=een afwachtende houding aannemen)
  10. een tegenslag (=een onverwacht nadelig feit of voorval)
  11. als een donderslag bij heldere hemel (=een onverwachte gebeurtenis, die een grote schok teweeg brengt)
  12. nood doet zelfs oude vrouwen rennen (=een onverwachte situatie kan verrassende kwaliteiten naar boven brengen (vergelijkbaar met `angst geeft vleugels`))
  13. er muziek in zitten (=er veel van kunnen verwachten en/of plezier van beleven)
  14. `m knijpen (=erg zenuwachtig zijn)
  15. met knikkende knieën (=erg zenuwachtig zijn voor iets)
  16. schitteren door afwezigheid (=ergens niet aanwezig zijn, terwijl je komst wel verwacht werd)
  17. ergens een potje te vuur hebben staan (=ergens noch wat zeer ongunstigs te verwachten hebben)
  18. er geen hoge pet van op hebben (=geen hoge verwachting hebben van iets)
  19. het geluk komt in de slaap. (=geluk komt onverwachts)
  20. het geluk ligt in een klein hoekje (=geluk komt onverwachts)
  21. die het geluk vindt, die mag het oprapen. (=geluk komt onverwachts)
  22. men heeft het geluk zo vast als een handvol vliegen. (=geluk komt onverwachts en kan zo weer gaan)
  23. het uitzingen (=het einde ervan afwachten, het volhouden)
  24. een streep door de rekening. (=het gaat onverwacht niet door)
  25. je weet nooit hoe een koe een haas vangt (=het kan altijd nog op onverwachte wijze tot een oplossing komen)
  26. niet thuis geven (=het verwachtingspatroon niet kunnen nakomen)
  27. hij droomt van schol maar eet graag platvis (=hij verwacht te veel)
  28. hoe een dubbeltje rollen kan (=hoe iets een onverwacht verloop kan kennen)
  29. voor het blok zetten (=iemand onverwacht in een lastige positie brengen; bijvoorbeeld iemand dwingen te reageren die dat eigenlijk niet wil, of iemand dwingen een keuze te maken.<>)
  30. een potje te vuur hebben staan (=iets onaangenaams te verwachten hebben)
  31. nog niet jarig zijn (=iets ongunstigs te verwachten hebben)
  32. uit de hoek komen (=iets onverwachts of verrassends doen.)
  33. er naar uitkijken als de pastoor naar het geld in het kerkenzakje (=iets vol verwachting tegemoet zien)
  34. ik ben geen uithangbord (=ik heb meer te doen, ik blijf niet wachten/zo staan)
  35. aan het vinkentouw zitten (=in spanning iets afwachten en graag door willen)
  36. gezegende omstandigheden (=in verwachting)
  37. een blinde passagier hebben. (=in verwachting zijn)
  38. de koe trekt de melk op. (=je krijgt niet wat je verwachtte)
  39. de aanval is de beste verdediging (=je kunt in een strijd of ruzie beter zelf actie ondernemen dan afwachten)
  40. tegemoet zien (=kunnen verwachten)
  41. overstag gaan (=na aandringen/lang er mee wachten toegeven)
  42. je naam eer aandoen (=naar behoren uitvoeren, precies doen wat men verwacht)
  43. door het ijs zakken (=niet aan de verwachtingen voldoen.)
  44. de boot afhouden (=niet meedoen - afwachten)
  45. nog te bezien staan (=nog af te wachten zijn)
  46. de zaak nog eens aankijken (=nog even afwachten)
  47. voor de boeg hebben (=nog voor zich hebben, te wachten staan)
  48. op hete/gloeiende kolen zitten (=ongeduldig wachten / veel haast of spanning hebben)
  49. in een slechte huid (=ongezond - iets ongunstigs verwachtend)
  50. in een slecht vel steken (=ongezond zijn - iets ongunstigs te verwachten hebben)

2 dialectgezegden bevatten `wach`

  1. emes de wach aan zègke (=iemand waarschuwen zich in acht te nemen) (Steins)
  2. wach ies eem (=wacht eens even) (Hoogeveens)


Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen