Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

5 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `voorbij`

  1. er komt een dominee voorbij (=er valt een plotselinge stilte in een rumoerig gezelschap)
  2. het gaat aan zijn neus voorbij (=hij loopt iets mis)
  3. regen in mei, dan is april voorbij (=de natuur kiest vanzelf de goede volgorde)
  4. voorbij de schout zijn deur mogen dragen (=wel gezien mogen worden)
  5. zijn mond voorbij praten (=meer zeggen dan dat er gezegd mag worden en/of het verklappen van een geheim)

13 betekenissen bevatten `voorbij`

  1. als je geschoren wordt, moet je stilzitten (=als er scherpe kritiek op je is (je wordt geschoren), kun je beter rustig wachten tot het voorbij is, in plaats van erop in te gaan)
  2. De druk is van ketel (=de grootste spanning is voorbij)
  3. de gelegenheid bij de haren grijpen (=de kans niet laten voorbijgaan)
  4. de tijd kent geen genade (=de tijd gaat sneller voorbij dan je denkt)
  5. Eet vis, als er vis is. (=Een gunstige gelegenheid moet men niet ongebruikt laten voorbijgaan.)
  6. in ere houden (=goed onderhouden, niet laten voorbijgaan)
  7. een kort liedje is gauw gezongen (=het onaangename gaat snel genoeg voorbij)
  8. het is maar een strovuurtje (=het ziet er erg uit, maar het is snel voorbij)
  9. hij vaart de haring over de kop (=hij schiet zijn doel voorbij)
  10. Het ringetje van de deur kussen (=Onderdanig / beleefd zijn voorbij geloofwaardigheid)
  11. als een bok op de haverkist (=wakend om de gelegenheid niet te laten voorbijgaan)
  12. gedane zaken hebben geen keer (=wat voorbij is, keert niet meer weer)
  13. poppetje gezien kastje dicht (=we laten het even zien, maar daarna is het voorbij)

Het dialectenwoordenboek kent 32 spreekwoorden met `voorbij`

  1. Lunters: d'r mit een goeie gang v'rbiesnuve (=er hard voorbijrijden)
  2. Merenaars: a vergallopeert em (=zijn mond voorbijpraten)
  3. Volendams: Zomer voorbij (=Zomer voorbij)
  4. Opglabbeeks: tis oem (=het is voorbij)
  5. Westerkwartiers: hij liet de vogel over 't net vlieg'n (=hij liet zijn kans voorbijgaan)
  6. Oudenbosch: ijee z ne tijd gat (=zijn tijd is voorbij)
  7. Hulsters (NL): da's gepassêêrd (=dat is voorbij)
  8. Munsterbilzen - Minsters: tstink nimei, mër treik nog sterk (='t ergste is voorbij)
  9. Waregems: 't e rap upusseerd (=het is snel voorbij)
  10. Westerkwartiers: hij snoof d'r laangs (=hij stoof voorbij)
  11. Steins: ''Bèste bang dat dien moel iëder verslete is es dien vot !?` (=opmerking als iemand je in het voorbijgaan niet groet)
  12. Hoekschewaards: D'n haering over 't hôôd gezaaild (=De kans voorbij laten gaan)
  13. Zaans: de veugel over 't touw évloge (=de kans voorbij laten gaan)
  14. Oudenbosch: ut lek is wir bove waoter (=de moeilijkheden zijn weer voorbij)
  15. Sint-Niklaas: ei kom daf op zèn zokken (=hij komt stil (ongemerkt) voorbij)
  16. Bilzers: zennen toêr lotte sjiete (=zijn kans voorbij laten gaan)
  17. Veurns: de leute was rap oed'n (=de pret was rap voorbij)
  18. Bilzers: twiëd wol kaad zonder bloeëze (=t gaat wel voorbij)
  19. Zeeuws: D'n tied vergoeng (=de tijd is voorbij)
  20. Oudenbosch: de we-reld draait deur ee / de tijd gao deur ee (=alles gaat voorbij he)
  21. Munsterbilzen - Minsters: tsloeg vaajf vër twelf (=de horlogemaker ziet dat zijn tijd voorbij is)
  22. Dordts: zo gaat de merreweede langs dordt (=je gaat voorbij zonder te groeten)
  23. Oudenbosch: ut stienkt nie mir mar ut ruukt nog (=het ergste is alweer voorbij)
  24. Munsterbilzen - Minsters: blind zin és erg, mér ziende blind nog mei (=je loopt beter tegen een gesloten deur dan voorbij een open)
  25. Sint-Niklaas: 'k en èm zjuust mè ne schemel zien passeren (=ik geloof dat hij hier juist voorbij ging)
  26. Kinrooi: Eigelik kinne wae 't gelök allein mer es 't veurbiej is! (=Eigenlijk kennen wij het geluk alleen maar wanneer het voorbij is!)
  27. Texels: Ik hèèw de feugel over 't net late vliêge (=Ik heb de kans voorbij laten gaan)
  28. Oudenbosch: das op,gewiest en gedaon (=die tijd is nu wel voorbij)
  29. Lebbeeks: schier: As en aa schier in brand schit, es ze moeilèk te bliss'n (=Als een ouder iemand verliefd wordt, gaat het niet vlug voorbij)
  30. Kalforts: met Kalfort kermis zit de winter in Coolhemdreef (=de zomer is voorbij, het wordt stilaan kouder)
  31. Munsterbilzen - Minsters: tijd konste maoke, minse nie (=de tijd gaat niet voorbij, wij wel)
  32. Epers: Et melk nog wat noa (gezegd als een regenbui bijna voorbij is) (=Het druppelt nog wat na)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen