204 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `vi`
- aan de rand van het ravijn bloeien de mooiste bloemen (=de beste resultaten dragen tegelijkertijd de grootste risico`s)
- aan de vishaak bijten (=zich laten vangen, toehappen)
- aan elke goede visser ontsnapt wel eens een aal (=iedereen maakt wel eens een foutje)
- aan het vinkentouw zitten (=in spanning iets afwachten en graag door willen)
- achter het net vissen (=een kans missen)
- alle vis is geen bakvis (=niet alles is even dienstig (of handelbaar of lekker))
- als David zijn volk telde verloor hij de strijd (=tel de winst pas uit bij het einde van de strijd)
- als de vis goedkoop is stinkt ze (=de herkomst ergens van is niet te vertrouwen)
- als een vis op het droge (=iemand die zijn draai niet kan vinden of daar niet thuis hoort)
- als je hem een vinger geeft, neemt hij de hele hand (=als je iemand een beetje helpt, wil diegene altijd je hulp)
- ars longo vita brevis (=de kunst blijft lang en het leven is kort) (Latijn)
- beter rapen aan eigen dis dan elders vlees of vis (=oost West thuis best)
- bezoek en vis blijven drie dagen fris (=je moet geen gasten te lang laten logeren want dan ga je je aan hun gewoonten ergeren)
- boter bij de vis (=betaling bij de levering)
- botten blijven platvis (=als je dom bent dan blijf je dat)
- daar is kop noch staart aan te vinden (=daar geraak je niet uit wijs)
- dat is kaviaar voor hen (=dat is onbereikbaar voor hen)
- dat is nog geen haaienvin waard (=waardeloos)
- de boer eet vis als het spek op is (=je moet tevreden zijn met wat je hebt)
- de boer op de bok liet de teugels vieren, het paard kende zelf de weg wel. (=je moet niet doen alsof je de beste bent, iemand anders weet ook wel wat)
- de eerste viool spelen (=het hoogste woord hebben en de baas spelen)
- de grote vissen eten de kleine (=de ondergeschikten moeten doen wat de baas zegt / het slachtoffer worden van overmacht.)
- de haringvijver (=de Noordzee)
- de hond in de pot vinden (=te laat zijn voor het eten (alles is op))
- de mossel doet de vis afslaan. (=veel slechte waar op de markt doet de prijzen van de goede waar dalen)
- de teugels laten vieren (=een minder streng beleid voeren)
- de vierschaar spannen. (=een rechtzitting houden. (vierschaar = middeleeuws gerechtelijk bestuur))
- de vijl erover laten gaan (=er de scherpe kantjes van afhalen)
- de vinger aan de pols houden (=in de gaten houden of alles goed gaat)
- de vinger op de wond leggen (=precies aangeven waar het probleem zit)
- de vingers jeuken hem (=het bijna niet kunnen laten er op los te slaan)
- de violen stemmen (=met elkaar onderhandelen, naar compromissen zoeken)
- de vis aardt naar de zee (=je kunt wel zien waar hij vandaan komt)
- de vis begint te stinken bij de kop (=het loopt het eerst mis bij de leiding)
- de vis is de boet niet weerd (=het sop is de kool niet waard)
- de vis wordt duur betaald (=het vergt veel opoffering ( je moet er wat voor over hebben) om te krijgen wat je wilt)
- de visjes gaan voeren (=zeeziek zijn en overgeven)
- die het geluk vindt, die mag het oprapen. (=geluk komt onverwachts)
- die is vis (=die is dronken)
- doorslaan als een blinde vink (=hoogst onlogisch redeneren)
- droge stokvis (=een houterig iemand)
- een bedrijvige Martha zijn (=een zeer ijverige vrouw zijn (Martha= bijbels symbool voor hardwerkende huisvrouw))
- een blind varken vindt ook nog wel eens een eikel. (=zelfs iemand die niet erg intelligent is heeft soms geluk en doet iets goed)
- een blinde kip vindt ook nog wel eens een graankorrel. (=zelfs iemand die niet erg intelligent is heeft soms geluk en doet iets goed)
- een goeie vis moet drie keer zwemmen (=in het water, in de boter of kookvocht en in de wijn)
- een haar in de boter vinden/zoeken (=op het kleinste detail vitten)
- een klein visje een zoet visje (=een klein voordeel of winstje dat met weinig moeite is verkregen)
- een man als David (=een sterke kerel (David doodde de reus Goliath))
- een ongelovige Thomas zijn (=nooit iets geloven)
- een oortje in vieren zouden bijten (=erg gierig zijn)
158 betekenissen bevatten `vi`
- bakkerskinderen eten oud brood. (=aan het vak dat men uitoefent, besteedt men in zijn directe omgeving weinig aandacht.)
- lief en leed delen (=allerlei plezierige en droevige dingen met elkaar beleefd hebben)
- eet geen paaseieren op goede vrijdag (=alles op zijn tijd, het feest niet te vroeg vieren)
- als de kat zich wast, komt er gewis een gast (=als de kat zich wast komt er visite.)
- er is geen ijs of het kost mensenvleis (=als er ijs op de sloten en vijvers ligt, verdrinken er altijd mensen)
- een vliegende kraai/vogel vangt/vindt altijd wat (=als je er maar op uit gaat, vind je altijd wel wat in je voordeel)
- waar een wil is is een weg (=als je iets echt wilt, dan zul je ook slagen /de weg vinden naar je doel)
- wie een hond wil slaan, vindt altijd wel een stok (=als je kritiek wil hebben op iemand, vind je altijd wel een reden)
- bij de duivel te biecht gaan (=bij de vijand om raad gaan)
- steen en been klagen (=constant en hevig klagen. (klagen bij alles wat heilig is, bv. botten (=been) in een graf (=steen)))
- visnamig (=daar is het goed vissen, er zit daar veel vis)
- daar is een haartje in de boter (=daar is ruzie of wrijving)
- daar valt wel een mouw aan te passen (=daar is wel een oplossing voor te vinden)
- daar komt een schip met zure appels (=daar komt een stevige regenbui aan)
- dat is Beulemans Frans (=dat is slecht Frans spreken. In België zeggen de Vlamingen dat over Waals. Walloniërs op hun beurt vinden Vlaams weer slecht Nederlands)
- tussen mal en dwaas zijn (=de bakvisleeftijd hebben)
- ketters wonen het dichtst bij de paus (=de beste vrienden van een machtig man zijn vaak zijn grootste vijanden)
- je ei kwijt kunnen (=de gelegenheid hebben zich te uiten; of, zijn creativiteit kunnen gebruiken)
- iemand kunnen maken en breken (=de mogelijkheid hebben te beslissingen over iemands leven en dood en welbevinden)
- ook tussen de mooie bloemen groeien brandnetels (=de schoonheid van de omgeving biedt geen garantie voor onaangename zaken)
- de dader ligt op het kerkhof (=de schuldige is niet te vinden)
- de haan is de baas als de hen niet thuis is. (=de vrouw is de baas in huis, ook al vindt de man van niet)
- het klopt als een bus (=deze uitdrukking is een contaminatie van het sluit als een bus met: het klopt als een zwerende vinger)
- het paard van Troje binnenhalen (=door onnadenkendheid of onnozelheid de vijand toelaten)
- jezelf op de borst slaan (=duidelijk aan de omgeving laten weten dat men ergens bijzonder trots op is)
- iets in één adem uitlezen (=een boek waaraan je begonnen bent heel snel uitlezen, omdat je het zo spannend vindt)
- het juiste midden vinden (=een goed evenwicht vinden tussen twee tegengestelde aanpakken. Bijvoorbeeld, als het er om gaat hoeveel bevoegdheden de politie moet hebben om de rechtsstaat te handhaven)
- je in het hol van de leeuw wagen (=een groot risico nemen , rechtstreeks bij de vijand te rade gaan)
- branden als een (tiere)lier (=een heel erg hevige brand)
- een nieuwe bron aanboren (=een nieuwe manier vinden om iets te krijgen)
- eruit komen (=een oplossing vinden)
- de kool en de geit sparen (=een oplossing vinden waar beide partijen tevreden mee kunnen zijn)
- de vierschaar spannen. (=een rechtzitting houden. (vierschaar = middeleeuws gerechtelijk bestuur))
- een man als David (=een sterke kerel (David doodde de reus Goliath))
- een kerel als Kas (=een stevig gebouwde kerel (ironisch bedoeld))
- het op je boterham krijgen (=een stevig standje incasseren)
- vegen met de spons van blanus (=een teleurstelling ondervinden)
- het gras is altijd groener bij de buren (=er is altijd iets te vinden om jaloers op te zijn)
- bij de vleet (=er is meer dan voldoende van (vleet was vroeger een groot visnet))
- in het duister tasten (=er niets over weten, geen aanknopingspunten vinden)
- er een vuile pijp aan roken (=er veel nadeel van ondervinden)
- er een lelijke pijp aan roken (=er veel schade van ondervinden)
- er een balletje over opgooien (=er voorzichtig over beginnen te praten om erachter te komen wat anderen ervan vinden)
- het zal er stinken/waaien (=er zal hevige ruzie zijn)
- het zal daar kluizen (=er zal hevige ruzie zijn)
- vuur en vlam spuwen (=erg hevig uitvaren)
- in vuur en vlam staan (=erg opgewonden zijn / hevig branden)
- uit de kluiten gewassen zijn (=erg stevig en groot zijn)
- heg noch steg weten (=ergens de omgeving totaal niet kennen)
- er is geen zalf aan te strijken (=ergens niets aan kunnen doen of geen enkel zinvol advies mogelijk voor iemand)
Eén dialectgezegde bevat `vi`
- dae nie baute geet kraajg gene vi (=als je niet buitenkomt weet je niets) (Munsterbilzen - Minsters)
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen