Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


38 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `tussen`

  1. dat gaat zo tussen neus en mond (=dat gebeurt in een verloren ogenblik)
  2. De groten rijden te paard en de kleinen hangen tussen hemel en aarde. (=De machtige lui leven op kosten van de gewone man)
  3. een wig drijven tussen (=een splitsing of misverstand bewerken)
  4. een wig drijven tussen twee personen (=ervoor zorgen dat ze ruzie krijgen)
  5. een wigge drijven tussen (=een splitsing of misverstand bewerken)
  6. er niet van tussen kunnen (=er aan vastzitten)
  7. ergens geen speld tussen kunnen krijgen (=iets klopt precies, geen gelegenheid krijgen in een gesprek ertussen te komen)
  8. ervan tussen (=ontsnapt)
  9. het botert niet tussen hen (=ze kunnen niet goed met elkaar over weg)
  10. het is koek en ei tussen hen (=ze zijn zeer bevriend)
  11. het moet zo tussen neus en lippen gebeuren (=het moet bijna ongemerkt gebeuren)
  12. het verschil tussen mijn en dijn niet kennen (=stelen)
  13. iets tussen neus en lippen zeggen (=zonder dat je het merkt in het geheel iets zeggen)
  14. met het mes tussen de tanden (=wanneer alles op het spel staat)
  15. ook tussen de mooie bloemen groeien brandnetels (=de schoonheid van de omgeving biedt geen garantie voor onaangename zaken)
  16. tussen beurs en geweten geplaatst zijn (=een financieel goede - maar misdadige - zaak kunnen doen)
  17. tussen de bedrijven door (=tussen andere bezigheden in; tussendoor)
  18. tussen de klippen doorzeilen (=op handige manier alle moeilijkheden vermijden)
  19. tussen de mazen (van het net) vissen (=creatief te werk gaan)
  20. tussen de regels door lezen (=de diepere betekenis van een tekst begrijpen)
  21. tussen de soep en de aardappels (=Terloops)
  22. tussen de vier muren (=in een kamer opgesloten)
  23. tussen de wal en het schip geraken (=in de knel komen, iets raakt per ongeluk verloren of zoek)
  24. tussen die twee was er geen chemie (=die twee mensen hadden te veel karakterverschillen om goed te kunnen samenwerken)
  25. tussen hamer en aanbeeld (=tussen twee slechte dingen moeten kiezen)
  26. tussen hemel en aarde hangen (=In een lastige situatie verkeren)
  27. tussen hoop en vrees dobberen (=hopen dat het goed gaat, maar tegelijkertijd vrezen dat het mis gaat)
  28. tussen hoop en vrees zweven (=hopen dat het goed gaat, maar tegelijkertijd vrezen dat het mis gaat)
  29. tussen mal en dwaas zijn (=de bakvisleeftijd hebben)
  30. tussen servet en tafellaken zijn (=niet bij de kleintjes maar ook niet bij de groten horen)
  31. tussen twee stoelen in de as vallen (=er bekaaid vanaf komen)
  32. tussen twee stoelen in de as zitten (=Niks uitvoeren / besluiteloos zijn)
  33. tussen twee vuren zitten (=moeten kiezen tussen twee onaangename mogelijkheden, zich bevinden tussen twee ruziemakers)
  34. tussen twee vuren zitten (=uit twee slechte dingen moeten kiezen)
  35. twee geloven op een kussen daar slaapt de duivel tussen (=als twee personen van een verschillend geloof trouwen, gaat het zelden goed)
  36. zich tussen hangen en wurgen bevinden (=zich in gevaarlijke en moeilijke omstandigheden bevinden)
  37. zijn kruk ergens tussen steken (=ergens ter hulp komen)
  38. Zorg dat daar geen zwarte hond tussen komt (=Pas op dat het niet misgaat)

16 betekenissen bevatten `tussen`

  1. het juiste midden vinden (=een goed evenwicht vinden tussen twee tegengestelde aanpakken. Bijvoorbeeld, als het er om gaat hoeveel bevoegdheden de politie moet hebben om de rechtsstaat te handhaven)
  2. de gulden middenweg (houden/bewandelen/verkiezen) (=een tussenstandpunt of tussenoplossing verkiezen)
  3. er is onkruid onder de tarwe (=er zijn minderwaardige goederen (of personen) tussen de betere)
  4. iemand te grazen nemen (=iemand een gemene streek leveren, op gemene manier er tussen nemen)
  5. iemand op de hak nemen (=iemand er tussen nemen (grap uithalen) of spottend over iemand praten)
  6. iemand een kool stoven (=iemand op een onprettige manier ertussen nemen)
  7. ergens geen speld tussen kunnen krijgen (=iets klopt precies, geen gelegenheid krijgen in een gesprek ertussen te komen)
  8. een kink in de kabel komen (=iets tussen komen)
  9. tussen twee vuren zitten (=moeten kiezen tussen twee onaangename mogelijkheden, zich bevinden tussen twee ruziemakers)
  10. ad interim (=tijdelijk - tussentijds)
  11. geen koren zonder kaf (=tussen al het goeie zit altijd ook wel iets minder goeds)
  12. geen licht zonder schaduw (=tussen al het goeie zit altijd ook wel iets minder goeds)
  13. tussen de bedrijven door (=tussen andere bezigheden in; tussendoor)
  14. in het land der blinden is eenoog koning (=tussen dommeriken volstaat een klein beetje verstand om baas te zijn)
  15. tussen hamer en aanbeeld (=tussen twee slechte dingen moeten kiezen)
  16. als een pareltje in het goud zitten (=zich tussen aangename personen (buren) bevinden)

Het dialectenwoordenboek kent 58 spreekwoorden met `tussen`

  1. Munsterbilzen - Minsters: iemed mèt zen libbëre pakke (=iemand tussenpakken)
  2. Westerkwartiers: die is altied ongriepboar (=die glipt altijd overal tussendoor)
  3. Lebbeeks: geritst: Ei es 't er vantisse geritst (=Hij is er tussenuit geknepen)
  4. Westerkwartiers: de ploat poets'n (=er tussenuit knijpen)
  5. Westerkwartiers: hij is eem aan de flitter (=hij is er even tussenuit)
  6. Munsterbilzen - Minsters: tësse de sop en de iërappel( noen) (=tussendoor)
  7. Munsterbilzen - Minsters: daaj höb ich alle hiek van de kaomer lotte zien (=die heb ik eens goed tussengepakt)
  8. Lebbeeks: gemoësd: ei ester vanonder gemoësd (=Hij is er tussenuit geknepen)
  9. Oudenbosch: ijissur tussenuit geknepe (=hij is er vandoor gegaan)
  10. Munsterbilzen - Minsters: ter vanonder ritse (=er tussen uitknijpen)
  11. Mechels (NL): Reen (=Scheidinglijn tussen akkers)
  12. drents: die potretten zit tussen zwien en big in (=die potretten zitten tussen zwijn en big in.)
  13. Mestreechs: evekes de rits op zien (=er even tussen uit knijpen)
  14. Oudenbosch: da klopt as un bus (=geen speld tussen te krijgen)
  15. Munsterbilzen - Minsters: moei dich nie ! (=steek er je neus niet tussen)
  16. Sevenums: Un schoor hengt duk tussen Maas en Piël (=een onweersbui blijft vaak tussen Maas en Peel hangen)
  17. Kinrooi: tussen Allways en Alldays zitj versjil mer ich zeen 't verbandj neet! (=tussen Allways en alldays zit verschil maar ik zie het verband niet!)
  18. Oudenbosch: das piek en pook (=dat zit niet goed tussen die twee)
  19. Munsterbilzen - Minsters: et hoofnauws wor al aofgeloope (=de nieuwslezer las tussen de regels)
  20. Hals: doe es èun oer in de bouter (=het gaat niet goed tussen 2 mensen)
  21. Bilzers: aste slups béste daud (=leven doe je tussen het slapen en eten door)
  22. Waregems: deran zitn vribblen (=veelvuldig heen en weer wrijven tussen de vingers)
  23. Mestreechs: ut um klipsére (=er tussen uit knijpen)
  24. Bilzers: dekteirke spiële (=lichamelijke ondekkingstocht tussen kinderen)
  25. Zelzaats: Menne, menneken (=Smalle doorgang tussen twee woningen)
  26. Erps: fiejolieteren (=ergens (iets) tussen proberen wringen)
  27. Mechels (NL): Sjheed (=Scheidingsgrens tussen Percelen)
  28. Liwwadders: kwienskwans (=tussen neus en lippen, terloops)
  29. Sint-Niklaas: e snufke zaat (=een beetje keukenzout dat men tussen duim en wijsvinger kan vasthouden)
  30. Mestreechs: tösse de regels door leze (=tussen de regels door lezen)
  31. Iepers: è blek vo è lek (=kortstondige zonneschijn tussen 2 regenbuien door)
  32. Geuls: get/eine urreges tusje gruffele (=iets/iemand ergens tussen werken)
  33. Oudenbosch: oppun ouwe fiets mottut lere (=ruim leeftijdsverschil tussen vrouw en man)
  34. Westfries: dat pôot is stik (=tussen hen komt het niet meer goed)
  35. Oudenbosch: danaade meer kaans dattur eentje tussen zaat die nie goed waar (=dan was er meer kans op een afwijking)
  36. Tilburgs: tusse die tweej is ut pik èn pook (=het botert niet tussen die twee)
  37. Sint-Niklaas: das zo breed ast lank is (=dat is hetzelfde, daar is geen verschil tussen)
  38. Waregems: (h)oud oi weezn! (=kom niet tussen/ onderbreek me niet (uithaal))
  39. Gents: tussen pot en pinte (=losjesweg)
  40. Merenaars: die van boven de windj (=dorpen tussen mere en zottegem)
  41. Horster: schroal tusse de biën (=geïrriteerde huid tussen de billen)
  42. Harelbeeks: 'T es tussen oalf en heblik (=Het is half goed)
  43. Gents: de koas van tussen eu tienen hoale (=zwaar ondervraagd worden)
  44. Londerzeels: tes gruun haat tussen die twie (=die twee hebben ruzie gemaakt)
  45. Dendermonds: 't stof van tussen a kluete bloeze (=Een scheet laten)
  46. Hoeilaart: Vel tussen zen tiene (=Inwoner van Neerijse)
  47. Giessendams: even tussen in doen (=samen dekens kloppen !)
  48. Westerkwartiers: d'r zat 'n baarg kaf tuss'n 't koor'n (=er zat heel veel troep tussen)
  49. Astens: 't is wir botter toe dun bojum (=het gaat weer goed tussen hen :)
  50. Liedekerks: ge moesjn gezien emmen, me zenne stjeit in ze gat (=je moest hem gezien hebben, met zijn staart tussen zijn benen)



Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen