Spreekwoorden met `tale`

Zoek

11 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `tale`

  1. betalen als de paus geus wordt (=nooit betalen)
  2. de tol aan de natuur betalen (=dood gaan)
  3. een stalen voorhoofd hebben (=onbeschaamd zijn)
  4. het gelag betalen (=alle kosten moeten betalen terwijl ook anderen er schuld aan hebben)
  5. leergeld betalen (=fouten maken tijdens het leren)
  6. met gelijke munt betalen (=hetzelfde kwaad terugdoen)
  7. met gesloten beurs betalen (=door middel van een wederzijdse schuld het bedrag verrekenen)
  8. met zijn talenten woekeren (=de persoonlijke mogelijkheden/gaven goed gebruiken)
  9. naar iets talen (=ergens belangstelling voor hebben)
  10. schot en lot betalen (=zijn burgerplicht naar behoren vervullen)
  11. zwijgen in alle talen (=helemaal niets zeggen, niets van zich laten horen)

32 betekenissen bevatten `tale`

  1. het gelag betalen (=alle kosten moeten betalen terwijl ook anderen er schuld aan hebben)
  2. voor Sinterklaas spelen (=alle wensen vervullen, alles voor iedereen betalen)
  3. iemand tot op zijn hemd uitkleden (=alles van iemand afnemen, een te hoge prijs laten betalen)
  4. kinderen die vragen worden overgeslagen (=brutale kinderen die altijd overal om vragen, worden genegeerd)
  5. de rotte appels uit de mand halen (=de minder getalenteerde personen wegsturen, de minder goede dingen sorteren van de goede dingen)
  6. het zit eraan bij hem/haar (=diegene kan het betalen, er is genoeg)
  7. er peper aan eten (=duur betalen)
  8. een mond als een hooischuur (=een grote of erg brutale mond)
  9. in de bus blazen (=flink betalen)
  10. vissen hebben een goed leven (=het gelag niet betalen)
  11. met iemand afrekenen (=iemand betalen; iemand iets betaald zetten)
  12. iemand het vel over de oren halen (=iemand te veel laten betalen)
  13. iemand een poot uitdraaien (=iemand te veel laten betalen)
  14. iemand villen (=iemand te veel laten betalen / Iemand afpersen)
  15. er de boot mee ingaan (=iets hebben ondernomen, dat tot een totale mislukking heeft geleid)
  16. op de pof komen (=iets kopen zonder direct te betalen)
  17. op je tandvlees lopen (=in totale uitputting voortdoen, zijn laatste krachten gebruiken)
  18. een put maken om een andere te vullen (=met de ene lening de vorige afbetalen)
  19. geld ophoesten (=met tegenzin of met moeite betalen)
  20. niet van de wind kunnen leven (=moeten werken om alles te kunnen betalen)
  21. als een feniks uit de as herrijzen (=na de totale vernietiging opnieuw opbouwen)
  22. betalen als de paus geus wordt (=nooit betalen)
  23. botje bij botje leggen (=samen geld bijeen leggen om te betalen)
  24. schoon schip maken (=schulden betalen, de boel opruimen, na ruzie/problemen samen er uit komen en het verleden laten rusten)
  25. korte afrekening maakt lange vriendschap (=snel terugbetalen (teruggeven) voorkomt ruzie)
  26. larie en apekool (=totale onzin)
  27. kant noch wal raken (=totale onzin zijn)
  28. over de brug komen (=veel geld moeten betalen)
  29. veel pijlen op zijn boog hebben (=veel middelen, talenten hebben)
  30. geen hoogvlieger zijn (=weinig talent hebben)
  31. geen hand voor ogen zien (=zich in totale duisternis (of dichte mist) bevinden)
  32. op de lat kopen (=zonder te betalen iets kopen en daarmee schulden maken)

Eén dialectgezegde bevat `tale`

  1. daaj ès nie op hër moennëkë (mondsje) gevalle (=zij is goed ter tale) (Munsterbilzen - Minsters)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen