Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


Eén spreekwoord bevat `stront`

  1. zo fijn als gemalen poppenstront. (=zeer streng rechtzinnig)

Het dialectenwoordenboek kent 74 spreekwoorden met `stront`

  1. Munsterbilzen - Minsters: zoe zaot as doezend man (=strontzat)
  2. Werviks: tete kanong zin (=strontzat zijn)
  3. Lebbeeks: strontvliegen: Ze mag er zijn, de strontvliegen zijn der oeëk (=Meisje dat niet bepaald mooi is)
  4. Fries: traag as dikke stront (=erg langzaam)
  5. Sint-Laureins: strontroapere achter de trein (=armoedig bestaan hebben)
  6. Hansbeeks: Hij es strontroab'r achter den trein (=Twaalf stielen, dertien ongelukken)
  7. Sint-Katelijne-Waver: strontraper achter den elektieken traan (=Wat ga je later worden .?)
  8. Brakels (gld): Ge kaant bètur dur un koets overreju worru dan dur un strontkar (=Je kunt beter door een koets worden overreden dan door een strontkar)
  9. Achterhoeks: zo drao as dikken stront (=heel erg langzaam)
  10. Kaatsheuvels: zo bot es ne stront (=van een bot mes)
  11. Venloos: stront wae haet mich geschete (=verbeelding hebben)
  12. Liwwadders: dat liekt as un flag op un strontpraam (=dat staalt nergens naar)
  13. Deinzes: ge zult nog veel smalle stronten schijd'n! (=je zal nog afzien)
  14. Zaans: Van de pissebed in de strontebed/kakkebed (=Van de regen in de drup)
  15. Fries: hestte een plak ontbijtkoeke derre (=stront onder de schoen)
  16. Graauws: ge wur alt overreeen deur een strontkaar, nooit deur ne mercedes (=pech hebben)
  17. Bevers: De liefde kan zowel op ne stroont vallen as op een roois (=De liefde kan zowel op een stront vallen als op een roos)
  18. Klemskerks: stroent, wien (h)èt er je gescheetn?: platte uitdrukking ter karakterisering van een hooghartig, pretentieus persoon (=stront, wie heeft er je gescheten?)
  19. Munsterbilzen - Minsters: dae hèt e gezich waaj ne stront (=die kijkt lelijk)
  20. Bilzers: n smoel waaj ne stront (=een gezicht als een donderwolk)
  21. Gents: ij ee in den stront gebloaze (=hij heeft veel sproeten in het aangezicht)
  22. Wetters: stront wie eeterau gescheten (=tegen iemand die zich mateloos aanstelt)
  23. Munsterbilzen - Minsters: bedörve stront (=verwend kind)
  24. Ursels: wordt gezegd tegen iemand waarvan men denkt dat hij geen deftige job zal vinden (=wa gaade later worden strontraper achter den trein)
  25. Zaans: stront met stientjes (=Antwoord op de vraag: wat gaan we eten?)
  26. Waregems: ie es bedorv'n, de stront oit zijn gat ; azoë ne kepkeut'le! (=hij is zeer verwend)
  27. Wetters: azuue kunde ne stront goe maken (=iemand die veel ingrediënten aan zijn eten toevoegt)
  28. Aalsters: Getj een bakkes om stront op te sorteiren. (=U hebt een lelijk aangezicht.)
  29. Munsterbilzen - Minsters: hae plekde on mich waajen strontvlieg (=de imker smeerde honing aan de mond)
  30. Sint-Niklaas: wa ne bedorve stront (=wat een verwend kind)
  31. Geffes: Hij sket zeuve kleure stront (=Hij is bang)
  32. Utrechts: Je wor noait overreeje as van 'n strontkar (=Alleen slechte mensen praten slecht over je)
  33. Bilzers: Aste hinne gees haate, moeste hunne stront terbij pakke (=Bij de lusten moet je ook de lasten nemen)
  34. Munsterbilzen - Minsters: aste èn stront gees plojere, gees te stinke (=graaf nooit te diep, je zit zo in de put)
  35. Munsterbilzen - Minsters: iemed dêr de stront trèkke (=iemand zwart maken)
  36. Munsterbilzen - Minsters: dik én de sjijt (stront) zitte (=problemen hebben)
  37. Liwwadders: ut innigste wat jou kenne is fan broad stront make (=voorkom zelfoverschatting)
  38. Leuvens: stront wie ee moa geschète (=zij/hij is hovaardig)
  39. Aalsters: stront wie eet er a geschèten (=hovaardig persoon)
  40. Achterhoeks: zo trage as dikke stront (=heel erg langzaam)
  41. Liwwadders: su traag as dikke stront in een trechter (=heel langzaam)
  42. tervurens: emmik stront geroope (=ongevraagd een opmerking geven)
  43. Rotterdams: As as meel was en stront stroop dan aten we morgen pannekoeken (=Als)
  44. Barghs: stront wie het ow gedrette (=Verbeeld je maar niks!)
  45. Liwwadders: op sien elvendertigst of su traag as dikke stront (=zeer traag)
  46. Evergems: Zijn stront zit dichte teen zijn herte. (=Hij maakt zich vlug kwaad.)
  47. Munsterbilzen - Minsters: e gezich trèkke waaj ne stront (=een vertrokken gezicht trekken)
  48. Ransts: stront wie hee maa geschejten (=iemand die uit de hoogte doet)
  49. Oosteekloos: Zee in ne stront gebloazen (=Iemand die veel sproeten heeft)
  50. Baasrode: van alles is kiekere stront (=antwoord op `van alles` in een zin)


Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen