Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

14 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `schui`

  1. als een vlag op een modderschuit (=dat is veel te mooi voor die situatie)
  2. de markt afschuimen (=overal zoeken wat er `te koop` is)
  3. een schuimspaan zijn (=Een zuiplap of niksnut zijn)
  4. er schuilt een addertje onder het gras (=er is een verborgen risico in het spel)
  5. iemand achter de bank schuiven (=iemand minachtend behandelen)
  6. iemand iets in de schoenen schuiven (=iemand aanwijzen als de schuldige of als de verantwoordelijke voor een mislukking)
  7. iets op de lange baan schuiven (=iets uitstellen)
  8. in de schoenen schuiven (=(vaak onterecht) beschuldigen)
  9. in het schuitje zitten en mee moeten varen (=mee moeten doen, zich niet meer kunnen terugtrekken)
  10. in hetzelfde schuitje varen/zitten (=met dezelfde omstandigheden te maken hebben, hetzelfde lot ondergaan)
  11. met de nachtschuit komen (=laat komen / iets vertellen dat iedereen al weet)
  12. met de nachtschuit vertrekken (=er erg stilletjes vandoor gaan)
  13. op de hals schuiven (=opzadelen met)
  14. wie in het schuitje zit moet meevaren (=wie ergens mee begonnen is moet dit ook afmaken)

Eén betekenis bevat `schui`

  1. de zwartepiet doorspelen (=de schuld doorschuiven)

Het dialectenwoordenboek kent 21 spreekwoorden met `schui`

  1. Tilburgs: ut schuifke kreegen (=het schuifje gaat dicht[afvoern die hap])
  2. Tilburgs: bè hullie hèn ze pòrtefeseeschööfdeure (=bij hun hebben ze dubbele schuifdeuren)
  3. Achterhoeks: schoefkaeze a'j 't brood egettene hebt, ku'j de kaeze weer in 't beksken doon (=schuifkaas)
  4. Lokers: Héét mieren oan zijn gat, schuifelgat (=Onrustig iemand)
  5. Deinzes: nen schui'en tiep (=een speciaal iemand)
  6. Aspers: Ne schuien (=Een rare man)
  7. Tilburgs: Wè schuifde ammel (=waar werk je?)
  8. Wommersoms: Gojt zoewenes! (=schuif op! ga opzij!)
  9. Gronings: skuim op de bek staan jonge (=schuim op de mond staan)
  10. Roois (Sint-Oedenrode): t schuifke krijgen (=Geen vergeving krijgen met biechten)
  11. Mestreechs: sjuif uns 'n bats (=schuif 'ns een stukje door)
  12. Lochristis: 't es mej moar ne schui'n (=Wat een vreemde man.)
  13. Westerkwartiers: schuuf es wat deur (=doorschuiven - schuif es wat door)
  14. Hoevelaoks: schuuf es een reupel op (=schuif eens een plaatsje op)
  15. Steins: sjuuf 'ns ei betske !! (=schuif eens wat op !!)
  16. Oudenbosch: alles uit de schuif betaole (=geen boekhouding voeren)
  17. Tilburgs: Wè schuift dè? (=Kunt u mij een prognose geven van de winstcijfers?)
  18. Roois (Sint-Oedenrode): Ut schuifke krijgen (Minheer Pastoor goit dan ut ramke dicht tussen jou en hum in de biechtstoel) (=Geen vergeving krijgen met biechten)
  19. Lokers: Wa bringet op te schuiflen ast piëird nie wil ziëken. (=Wat baten kaars en bril als de uil niet zien en wil.)
  20. Kerkraads: sjuuf ins ing bats (=maak eens wat ruimte (voor mij) * letterlijk: schuif eens een bil-helft *)
  21. Oudenbosch: schuif us un end op jong (=ga eens wat opzij als je wilt)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen