Spreekwoorden met `rig`

Zoek

9 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `rig`

  1. gierigheid is de wortel van alle kwaad (=door gierigheid ontstaan er veel problemen en is er veel ellende in de wereld)
  2. hongerige luizen bijten scherp (=met de arme mensen heeft men de meeste last)
  3. ieder oortje brengt zijn gierigheid. (=zelfs om kleine dingetjes kunnen mensen hebzuchtig zijn (een oortje is een oude munteenheid))
  4. iedere stuiver brengt zijn gierigheid mee. (=zelfs om kleine dingetjes kunnen mensen hebzuchtig zijn)
  5. nog niet jarig zijn (=iets ongunstigs te verwachten hebben)
  6. snotterige veulens worden de gladste paarden. (=kwajongens die nergens voor lijken te deugen, worden vaak flinke mannen)
  7. vurige kolen op iemands hoofd stapelen (=iemand een groot schuldgevoel geven door hem onverdiende lof of vriendelijkheid te geven.)
  8. vurige kool op iemands hoofd stapelen (=iets goeds doen voor een vijandig persoon)
  9. zo hongerig als een kerkrat/kerkmuis (=heel hongerig zijn)

62 betekenissen bevatten `rig`

  1. lief en leed delen (=allerlei plezierige en droevige dingen met elkaar beleefd hebben)
  2. tot in de puntjes regelen (=alles nauwkeurig regelen)
  3. een spiering is vis als er anders niet is (=als je honger hebt, ben je niet kieskeurig / bij gebrek aan beter)
  4. men moet de schapen scheren maar niet villen (=als men uit hebberigheid de inkomstenbron opoffert heeft men niets meer voor in de toekomst)
  5. je bent om op te eten (met boter en suiker). (=beeldig, snoezig, hartveroverend, snoeperig.)
  6. de rokende vlaswiek niet uitblussen (=de ijverigheid niet doven)
  7. gierigheid is de wortel van alle kwaad (=door gierigheid ontstaan er veel problemen en is er veel ellende in de wereld)
  8. zuinigheid met vlijt, bouwt huizen als kastelen (=door zuinig en ijverig te zijn, kan men veel bereiken)
  9. een koperen bruiloft (=een 12½-jarig huwelijk)
  10. een krent (=een gierig persoon)
  11. droge stokvis (=een houterig iemand)
  12. een gezicht van ouwe lappen (=een huilerig of lelijk gezicht)
  13. de bom is gebarsten (=een langdurige spanning of conflict is tot een uitbarsting gekomen)
  14. de lange weg maakt een moede man (=een langdurige ziekte leidt tot uitputting)
  15. het is monnikenwerk (=een saaie, harde, langdurige taak)
  16. een bedrijvige Martha zijn (=een zeer ijverige vrouw zijn (Martha= bijbels symbool voor hardwerkende huisvrouw))
  17. eruit zien of men een paal ingeslikt heeft (=er erg stijf, harkerig uitzien)
  18. eruit zien om door een ringetje te halen (=er keurig uitzien)
  19. er op zitten zweten (=er moeizaam of langdurig aan werken)
  20. er komt een dominee voorbij (=er valt een plotselinge stilte in een rumoerig gezelschap)
  21. op iets dood blijven (=erg belust op iets zijn (bv geld; gierig))
  22. een oortje in vieren zouden bijten (=erg gierig zijn)
  23. om van te kotsen (=erg lelijk, absoluut onplezierig)
  24. iemand het hemd van het lijf vragen (=erg nieuwsgierig zijn en alles van iemand proberen te vragen)
  25. iemand de hielen likken (=erg onderdanig of nederig tegen iemand doen)
  26. je ogen uitkijken (=erg verbaasd of nieuwsgierig staan kijken)
  27. er Spaans aan toe gaan (=erg wild en rumoerig aan toe gaan)
  28. iemand op zijn zeer trappen (=ergens over praten wat door iemand als erg onplezierig ervaren wordt)
  29. van de houvast zijn (=gierig of mager zijn)
  30. op de penning zijn (=gierig zijn)
  31. van de kleef zijn (=gierig zijn)
  32. de zee is altijd zonder water. (=hebberige mensen willen altijd meer)
  33. zo hongerig als een kerkrat/kerkmuis (=heel hongerig zijn)
  34. op de letter (=heel nauwkeurig uitgesproken)
  35. te vies om met een tang aan te pakken (=heel vies en smerig)
  36. iemand van het hoofd tot de voeten meten (=iemand heel nauwkeurig onderzoeken)
  37. kroes haar kroeze zinnen (=iemand met gekruld haar is wispelturig)
  38. iets op de keper beschouwen (=iets nauwkeurig bekijken)
  39. iets onder de loep nemen (=iets nauwkeurig onderzoeken)
  40. er als een berg tegen opzien (=iets voor zichzelf beschouwen als een zeer moeilijke, of onplezierige, taak of omstandigheid)
  41. het warm water (her)uitvinden (=iets wat reeds lang bekend is, presenteren alsof het een originele innovatie is. (Niet verwarren met `het wiel opnieuw uitvinden`))
  42. iets in geuren en kleuren vertellen (=iets zeer uitvoerig en gedetailleerd vertellen)
  43. vuil water blust ook vuur. (=in moeilijke situaties moet je creatief en niet te kieskeurig zijn)
  44. je ziet eruit als een afgegoten patat (=katerig)
  45. om door een ringetje te halen (=keurig netjes)
  46. een Piet Lut zijn (=kleinzerig zijn)
  47. aan een been knagen (=langdurig vergeefs bezig zijn)
  48. kijken als een schelvis (=lodderig, dom of onbetrouwbaar kijken)
  49. een put maken om een andere te vullen (=met de ene lening de vorige afbetalen)
  50. op de kop af (=nauwkeurig / precies, exact)

Eén dialectgezegde bevat `rig`

  1. boëk: Zijnen (elen) boëk plekt tegen zijne (ele) rig (=Zo mager als een graat) (Lebbeeks)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen