Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

7 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `pijl`

  1. als een pijl uit de boog (zijn) (=snel vertrekken)
  2. als klap op de vuurpijl (=een verrassing)
  3. De ene pijl de andere nazenden (=Een dwaze of nutteloze daad herhalen)
  4. meer dan een pijl op zijn boog hebben (=meerdere oplossingen weten)
  5. meer pijlen op zijn boog hebben (=meer kunnen dan reeds laten zien)
  6. veel pijlen op zijn boog hebben (=veel middelen, talenten hebben)
  7. Zijn pijlen verschieten (=Te snel handelen)

Het dialectenwoordenboek kent 10 spreekwoorden met `pijl`

  1. Liwwadders: pielkje skiete (=pijltjes blazen)
  2. Oudenbosch: ijee oute pijle / ooi geschete (=hij is erg bang geweest)
  3. Zelzaats: 't Es e zwalpei. (=Dronken nietsnut die blijft rondhangen. Of nietsnut die van geen hout pijlen weet te maken.)
  4. Merenaars: ni wete van wat out pijlen mauken (=niet weten waarin of waaruit)
  5. Munsterbilzen - Minsters: hae wis van wo hoot pijle maoke (=de kanonier stak het vuur aan 't lont)
  6. Brakels: ij wee van gin èjt pijle moaken (=hij ziet het niet meer zitten)
  7. Bilzers: nie wiëte van wo hoot pijle maoke (=niet weten wat aan te vangen)
  8. Waregems: ie weet nie van wa out pijl'n umokt (=hij zit aan de grond)
  9. Munsterbilzen - Minsters: nimmei wiëte van wo hoot pijle maoke (=het niet meer zien zitten)
  10. Oudenbosch: van gin out mir pijle wete te maoke (=niet meer weten wat nog te moeten doen)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen