Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


23 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `pet`

  1. als je je pet ertegenaan gooit dan blijft hij hangen (=dat stukje verfwerk is niet erg vlak uitgevoerd)
  2. boven de pet gaan (=er niets van begrijpen)
  3. dat gaat mijn pet te boven (=daar begrijp ik niets van)
  4. dat is huilen met de pet op (=bedroevend resultaat)
  5. dat is naatje/pet (=dat is waardeloos)
  6. en petit comité (=in een klein genootschap, in het geheim)
  7. er met de pet niet bij kunnen (=het niet willen/kunnen snappen)
  8. ergens geen hoge pet van op hebben (=geen hoge verwachting hebben van iets)
  9. ergens met de pet naar gooien (=een taak bijzonder slordig uitvoeren)
  10. gooi het maar in je pet (=er komt niks van in)
  11. het is knudde met de pet op (=het is triestig / het lijkt nergens op)
  12. iets in petto houden (=een mededeling voor later bewaren)
  13. ik vind het pet (=ik vind het een bijzonder slechte zaak)
  14. jan pet en piet boezeroen (=de arbeiders)
  15. met de pet naar iets gooien (=niet echt moeite voor iets doen, zonder inzicht schatten)
  16. met de pet rondgaan (=geld inzamelen)
  17. met je hoed in je hand kom je door het ganse land (maar met je pet op je test kom je er ook best) (=met beleefdheid kun je veel bereiken)
  18. petje af (=respect betonen voor hoe iemand iets voor elkaar gekregen heeft)
  19. poppetje gezien kastje dicht (=we laten het even zien, maar daarna is het voorbij)
  20. van Jan pet (=onverzorgd, waardeloos)
  21. voor iemand of iets zijn petje afnemen (=ergens respect voor hebben)
  22. weten waar petrus de sleutel had (=op de hoogte zijn van wat niet iedereen weet)
  23. zij hielden het onder de pet (=zij brachten het niet in de openbaarheid)

7 betekenissen bevatten `pet`

  1. iets uit zijn mond sparen (=iets niet opeten)
  2. iets soldaat maken (=iets openmaken en helemaal opeten)
  3. in de running (=in competitie - doet nog mee)
  4. achter de gordijntjes smullen (=in stilte opeten)
  5. naar binnen spelen (=opeten)
  6. wie tot een penning geboren is kan tot geen stuiver komen (=wat het lot voor je in petto heeft kan je niet ontlopen)
  7. we zullen ze eens een poepie laten ruiken (=we zullen iets doen dat hen zal verbluffen (vooral toegepast in situaties waar sprake is van competitie))

Het dialectenwoordenboek kent 52 spreekwoorden met `pet`

  1. Lebbeeks: petatt'n: A petatte kommen oët (=Je hebt een gat in je sok)
  2. Lebbeeks: petatt'n: Zijn petatt'n afgiet'n (=Gaan plassen / piesen)
  3. Tegels: Wie eine Prins in un petattekoel. (=Als koning in Frankrijk)
  4. Kalkens: uitleggen en peten tiëkenen (=uitvoerig praten en gesticuleren)
  5. Brugs: de petatten afgietn (=plassen)
  6. Aarschots: de petaate zooien (=de aardappelen koken)
  7. Zeeuws: petaten bie pee-en en juun (=hutspot)
  8. Zeeuws: van zûn petattn valln (=in katzwijm vallen)
  9. Zeeuws: nieuwe petaten en zoute vis eten de boeren at kerremis is (=kerremis)
  10. Zeeuws: nieuwe petaten en zoute vis eten de boeren at kerremis is (=nieuwe aardappels)
  11. Lebbeeks: petatte: A petatte kommen oët (=Je hebt een gat in je sokken)
  12. Overmeers: 'n boale petatten (=een zak aardappelen)
  13. Niel: van brussel oep klain petatjes (=van de hak op de tak)
  14. Munsterbilzen - Minsters: op zen petatte valle (=op zijn gezicht vallen)
  15. Culemborgs: onder de pet hieve (=onder de pet houden)
  16. Overmeers: 'n mande petatten (=een mand aardappelen)
  17. Overmeers: 'n roe petatten (=een oppervlak aardappelen)
  18. Erps: de petatten zijn zocht (=de aardappels zijn gaar)
  19. Brugs: in de petatten zitten (=in de miserie zitten)
  20. loois: hij verdint het zuit oep zijn petette nog nie (=hij verdient niet veel)
  21. west-vlaams: Ej i je kloat'n gekapt / Ej je petat'n uphoogt (=heb jij een wind gelaten)
  22. Harelbeeks: J'es snotte petat (=Hij is zeer zat)
  23. Westerkwartiers: zien pet stijt op haalf zeuv'm (=zijn pet staat scheef)
  24. Sint-Niklaas: we zimmen nog nie on de nief petetjes (=er staat ons nog wat te wachten)
  25. Sint-Niklaas: we zimmen nog nie on de nief petetjes (=we zijn er nog lang niet)
  26. Munsterbilzen - Minsters: got toch petatte plante, joeng (=maak dat je weg bent !)
  27. Sint-Niklaas: de petetten (puttettun) zè zocht (=de aardappelen zijn gaar gekookt)
  28. Ransts: hij gaat zijn petatten afgieten (=een man die gaat urineren)
  29. Sevenums: De stomste boren bouwen de diekste petatten (=Slim zijn is ook niet alles)
  30. Venloos: De stómste boere hebbe de diekste petatte (=Het geluk is met de dommen)
  31. Mestreechs: get bekoongkelle (=iets onder de pet houden)
  32. Haags: peter pan (=henk)
  33. Vrasens: Tegen Vroase-karmes steken we nuve petetten. (=Als het kekrmis is in Vrasene, oogsten we nieuwe aardappelen)
  34. Merkems: kriesjn me 'n oeie an (=huilen met de pet op)
  35. Munsterbilzen - Minsters: dich zits op zen lui petatte en ich zit haaj mèr te vrietele (=jij zit op je luie K terwijl ik me dood werk)
  36. Wetters: hoe dommer den boer , hoe schunder de petatten (=hij heeft niet veel verstand, maar wel veel geluk)
  37. Waregems: ie ee de vontesmet van... (=hij vertoont een kentrek van zijn peter/meter)
  38. Zeeuws: achter de pette kiekn (=stil gebed waarbij de pet voor de ogen ging)
  39. Sint-Niklaas: ô klak stod op halfzeven (=uw pet staat scheef op je hoofd)
  40. Westerkwartiers: Jaan met de pet (=het gewone volk)
  41. Giesbaargs: zan kaboesje ligt in de marrazje van 't skavaul in de Piszjemaastroate (=zijn pet ligt in de smurrie van het rioolputje in de Buizemontstraat)
  42. Westerkwartiers: hij huuft niet noar zien pet zoek'n (=hij heeft het erg druk)
  43. Meerhouts (Gestel): nen eljen emmer petetten oan énnen buist en da fleus tegen de zitterse steweg (=een ganse emmer aardappelen aan één struik en dat straks tegen de zittaartse steenweg)
  44. Oudenbosch: tis laloen met de pet op (=het is een droevige situatie)
  45. Meerhouts (Gestel): nen hiejelen oaker petetten oan énnen buist en da fleus tegen de zitterse stiejeweg (of boan) (=een ganse emmer aardappelen aan één struik en dat straks tegen de zittaartse steenweg)
  46. Liwwadders: as de klant met de slager praat, mut de wurst um stilhouwe (=als Pietje met Robert praat moet peter zich stilhouden)
  47. Kastels: Me Sint-Jan zoe hiët ast kan , en me Sinte-peter ist nôg hiêter . (=Met Sint-Jan zo heet als het kan , en met Sint-peter is het nog heter.)
  48. Munsterbilzen - Minsters: doë konste mèt ze boereverstand nie bij (=als iets boven je pet gaat, zit het er niet onder)
  49. Westerkwartiers: hij gooide d'r moar wat met de pet noar (=hij deed zijn best niet)
  50. Westerkwartiers: dat gijt mij boov'm de pet (=dat kan ik niet bevatten)



Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen