23 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `pet`
- als je je pet ertegenaan gooit dan blijft hij hangen (=dat stukje verfwerk is niet erg vlak uitgevoerd)
- boven de pet gaan (=er niets van begrijpen)
- dat gaat mijn pet te boven (=daar begrijp ik niets van)
- dat is huilen met de pet op (=bedroevend resultaat)
- dat is naatje/pet (=dat is waardeloos)
- en petit comité (=in een klein genootschap, in het geheim)
- er geen hoge pet van op hebben (=geen hoge verwachting hebben van iets)
- er met de pet naar gooien (=een taak bijzonder slordig uitvoeren)
- er met de pet niet bij kunnen (=het niet willen/kunnen snappen)
- gooi het maar in je pet (=er komt niks van in)
- het is knudde met de pet op (=het is triestig / het lijkt nergens op)
- het onder de pet houden (=het niet in de openbaarheid brengen)
- iets in petto houden (=een mededeling voor later bewaren)
- ik vind het pet (=ik vind het een bijzonder slechte zaak)
- Jan pet en Piet Boezeroen (=de arbeiders)
- met de pet naar iets gooien (=niet echt moeite voor iets doen, zonder inzicht schatten)
- met de pet rondgaan (=geld inzamelen)
- met je hoed in je hand kom je door het ganse land (maar met je pet op je test kom je er ook best) (=met beleefdheid kun je veel bereiken)
- petje af (=respect betonen voor hoe iemand iets voor elkaar gekregen heeft)
- poppetje gezien kastje dicht (=we laten het even zien, maar daarna is het voorbij)
- van Jan pet (=onverzorgd, waardeloos)
- voor iemand of iets zijn petje afnemen (=ergens respect voor hebben)
- weten waar petrus de sleutel had (=op de hoogte zijn van wat niet iedereen weet)
10 betekenissen bevatten `pet`
- het slechtste wiel van de wagen kraakt meest. (=de minst competente persoon is vaak ook de luidste)
- holle vaten klinken het hardst. (=de minst competente persoon is vaak ook de luidste)
- ijdele tonnen rollen het hardst. (=de minst competente persoon is vaak ook de luidste)
- iets uit zijn mond sparen (=iets niet opeten)
- iets soldaat maken (=iets openmaken en helemaal opeten)
- in de running (=in competitie - doet nog mee)
- achter de gordijntjes smullen (=in stilte opeten)
- naar binnen spelen (=opeten)
- wie tot een penning geboren is kan tot geen stuiver komen (=wat het lot voor je in petto heeft kan je niet ontlopen)
- we zullen ze eens een poepie laten ruiken (=we zullen iets doen dat hen zal verbluffen (vooral toegepast in situaties waar sprake is van competitie))
29 dialectgezegden bevatten `pet`
- achter de pette kiekn (=stil gebed waarbij de pet voor de ogen ging) (Zeeuws)
- As dae ziene kop op ei vêrreke stông, lösdje neemes gein spek mieër (=Geen hoge pet van iemand hebben) (Weerts)
- aste diep èn de pêt zits, ziet dan daste nie heil onder de shit kumps te zutte (=laat je niet teveel inzinken) (Munsterbilzen - Minsters)
- dat gijt 'em boov'm de pet (=dat is door hem niet te begrijpen) (Westerkwartiers)
- dat gijt mij boov' m de pet (=dat kan ik niet bevatten) (Westerkwartiers)
- dè is ter enne van lek mien vestje (=een niet zo betrouwbaar iemand, die er met de pet naar gooit) (Sin tunnis)
- de pét (kieps) óp half èlf hebbe staon (=aangeschoten zijn) (Genneps)
- doë konste mèt ze boereverstand nie bij (=als iets boven je pet gaat, zit het er niet onder) (Munsterbilzen - Minsters)
- get bekoongkelle (=iets onder de pet houden) (Mestreechs)
- haug van den toeën bloëze (=een grote pet opzetten, bluffen) (Munsterbilzen - Minsters)
- hij gooide d'r moar wat met de pet noar (=hij deed zijn best niet) (Westerkwartiers)
- hij huuft niet noar zien pet zoek'n (=hij heeft het erg druk) (Westerkwartiers)
- hij smeet d'r met de pet noar (=hij deed zijn best niet erg) (Westerkwartiers)
- hoage zije (=hoge pet) (Brakels (gld))
- hoègu zije (=pet met klep en een vijfkantige verhoging) (Brakels (gld))
- ich woor nog leever ziêne roeëzekrans as zien vrouw (=iemand waar je geen hoge pet van op hebt) (Weerts)
- inne pêt wêrke (=in de mijn werken) (Opglabbeeks)
- Jaan met de pet (=het gewone volk) (Westerkwartiers)
- kriesjn me 'n oeie an (=huilen met de pet op) (Merkems)
- Maar mit je pet op je test kojje d'r ok best. (=Met de hoed in de hand komt men door 't ganse land.) (Zaans)
- naadje met de pet (=als het niets is) (Bargoens)
- ô klak stod op halfzeven (=uw pet staat scheef op je hoofd) (Sint-Niklaas)
- onder de pet hieve (=onder de pet houden) (Culemborgs)
- pet van een kwartje, ij ies nes as un pet van un kwartje (=Je kunt niet van hem op aan.) (Volendams)
- te laot de pèt gevüld, asset kaaf verdroenken ès (=berouw komt na de zonde) (Munsterbilzen - Minsters)
- tis laloen met de pet op (=het is een droevige situatie) (Oudenbosch)
- z'n klakse aflangen (=zijn pet afnemen) (Booms)
- zan kaboesje ligt in de marrazje van 't skavaul in de Piszjemaastroate (=zijn pet ligt in de smurrie van het rioolputje in de Buizemontstraat) (Giesbaargs)
- zien pet stijt op haalf zeuv'm (=zijn pet staat niet recht) (Westerkwartiers)
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen