Spreekwoorden met `nie`

Zoek


393 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `nie`

  1. `t Mag vloeien, `t mag ebben. Die niet waagt zal `t niet hebben (=je moet niet denken als je niets onderneemt dat ze het dan bij je thuis komen bezorgen)
  2. aalmoezen geven verarmt niet (=van een aalmoes te geven wordt men zelf niet armer)
  3. aan een boom zo vol geladen, mist men een twee pruimpjes niet (=als er van iets grote hoeveelheden zijn, kan er wel wat gemist worden)
  4. aan mijn nooit niet (=geen sprake van)
  5. aan zijn eerste leugen niet gebarsten en voor zijn tweede niet opgehangen zijn (=een grote leugenaar zijn)
  6. Aken en Keulen zijn niet op één dag gebouwd (=voor een uitgebreide klus heb je meer tijd nodig)
  7. allemans werk is niemands werk. (=als iedereen verantwoordelijk is, doet niemand het daadwerkelijk.)
  8. als de berg niet tot Mohammed komt, zal Mohammed tot de berg gaan (=genoegen nemen met wat er beschikbaar/mogelijk is)
  9. als de boeren niet meer klagen en de pastoors niet meer vragen, dan nadert het einde der dagen (=sommige mensen veranderen nooit)
  10. als het niet gaat zoals het moet, dan moet het zoals het gaat (=als de ideale situatie niet haalbaar is, moet je je aanpassen aan de omstandigheden.)
  11. als ik ze niet hoef te hoeden laat ik de ganzen ganzen zijn (=ik bemoei me niet met andermans zaken als het niet hoeft)
  12. als katten muizen, mauwen ze niet (=wanneer je aan het eten bent, praat je niet zoveel)
  13. als niet komt tot iet dan is het allemans verdriet (=een `parvenu` heeft dikwijls kapsones)
  14. als niet komt tot iet kent iet zichzelf niet (=een `parvenu` heeft dikwijls kapsones)
  15. armoe met eren kan niemand deren. (=arm zijn is niet erg als je maar eerlijk bent)
  16. baat het niet, schaadt het niet (=iets kan helpen, maar als het niet helpt zal het geen problemen geven)
  17. bijna is nog niet half en een koe is nog geen kalf (=iets bijna hebben is hetzelfde als iets helemaal niet hebben)
  18. blaffende honden bijten niet (=zij die het hardst roepen, zijn het minst gevaarlijk)
  19. bomen ontmoeten elkaar niet, mensen wel (=de kans dat je iemand toevallig tegenkomt is groot)
  20. breek me de bek niet open (=begin daar maar niet over, want daar kan ik heel veel negatieve dingen over vertellen)
  21. daar kan de schoorsteen niet van roken (=dat brengt niets op / men kan niet alleen van vriendelijke woorden leven)
  22. daar kan niets van inkomen (=dat zal niet lukken)
  23. daar wordt niet hard op gebikt. (=met tegenzin eten.)
  24. dat gaat je niet in de kouwe/koude kleren zitten (=dat is heel ingrijpend. Daar ben je niet snel overheen (bijvoorbeeld een traumatische ervaring))
  25. dat is alleen voor pater en mater en niet voor het hele convent (=dat is voor jou te hoog gegrepen)
  26. dat kan al het water van de zee niet afwassen (=daar is niets aan te doen - dat kan je niet wegpraten)
  27. dat kan Bruin(tje) niet trekken (=dat kunnen we ons niet veroorloven (afgeleid van een populaire naam voor trekpaarden))
  28. dat kan het paard niet trekken. (=daar heb ik onvoldoende geld voor)
  29. dat moet je niet uitpoetsen/uitvlakken (=dat is ernstiger dan het lijkt)
  30. dat paard zal mij niet meer slaan (=dat zal mij niet meer gebeuren)
  31. dat raak je aan de straatstenen niet kwijt (=dat is niet te verkopen)
  32. dat raakt mijn koude kleren niet (=ergens niets mee te maken hebben en zich niet voor interesseren)
  33. dat staat niet in zijn woordenboek (=dat kent hij niet, daar doet hij niet aan mee, heeft hij nog nooit van gehoord)
  34. dat vlas is niet te spinnen (=daar is niets mee te beginnen)
  35. dat wast al het water van de zee niet af (=iets is niet meer te veranderen/aan te passen)
  36. dat zal hem niet glad zitten (=iets zal niet meevallen en moeilijk zijn)
  37. dat zal je de dood niet aandoen (=iets is niet zo erg is als het lijkt)
  38. dat zal mijn klomp niet roesten (=ik maak me er niet druk om; het kan mij niet schelen)
  39. dat zijn ze niet die `t Wilhelmus blazen (=dat zijn onze vrienden niet)
  40. de aardappelen komen niet voor de eikenblaren (=boerenregel. De aardappelplant begint te groeien als de eik in het blad komt)
  41. de appel valt niet ver van de stam/boom (=kinderen lijken vaak op de ouders)
  42. de boog kan niet altijd gespannen zijn (=men moet zich soms ook kunnen ontspannen)
  43. de dorsende os zult gij niet muilbanden (=iemand die voor je werkt moet je goed behandelen)
  44. de druiven zijn zuur (zei de vos maar hij kon er niet bij) (=van iets dat men niet krijgen kan, zeggen dat men het niet wil)
  45. de één mag een paard stelen, de ander mag niet over het hek kijken. (=sommigen mogen alles, anderen mogen niets)
  46. de eindjes (niet) aan elkaar knopen (=(niet) rond komen (met z`n inkomen))
  47. de ene bedelaar ziet de andere niet graag voor de deur staan (=men is bang voor concurrentie)
  48. de ene kraai pikt de andere de ogen niet uit (=ze benadelen elkaar niet)
  49. de ganzen geloven niet dat de kuikens hooi eten. (=zelfs bij domme mensen vinden ongerijmdheden geen geloof.)
  50. de haan is de baas als de hen niet thuis is. (=de vrouw is de baas in huis, ook al vindt de man van niet)

1061 betekenissen bevatten `nie`

  1. de oude mens afleggen (=(en de nieuwe aantrekken) een nieuw leven beginnen - beterschap beloven)
  2. de eindjes (niet) aan elkaar knopen (=(niet) rond komen (met z`n inkomen))
  3. op de vingers kijken (=(Op een vervelende manier) scherp toezien hoe iemand iets doet, zodat elke fout direct opgemerkt wordt)
  4. in de ijskast zetten (=(tijdelijk) niet uitvoeren)
  5. buiten spel blijven (=(willen) proberen niet betrokken te zijn)
  6. het licht zien (=1: begrijpen wat men daarvoor nog niet begreep 2: geboren worden, ontstaan)
  7. as is verbrande turf (=aan een belofte (as = als) heb je niets)
  8. de kap maakt de monnik niet (=aan het uiterlijke kan men het innerlijke niet beoordelen)
  9. niet in iemands schaduw kunnen staan (=aan iemand absoluut niet kunnen tippen)
  10. iemands maat niet kunnen halen (=aan iemand niet kunnen tippen)
  11. een kleine aardappel moet je niet schillen (=aan mensen die weinig geld hebben, moet je niet veel geld vragen)
  12. van een mooi bord kun je niet eten (=aan uiterlijk alleen heb je niets)
  13. zo welkom als een hond in de keuken (=absoluut niet welkom)
  14. op een letter doodblijven (=absoluut niets veranderd willen zien)
  15. je snor drukken (=afwezig blijven / zijn werk niet doen)
  16. al te wit is gauw vuil. (=al te grote liefde is niet bestendig)
  17. geld stinkt niet (=alle manieren om aan geld te komen zijn toegestaan)
  18. zonder geluk vaart niemand wel (=alleen met hard werken komt men er niet, ook een beetje geluk is nodig om ergens te komen)
  19. om den brode doen (=alleen werken voor het geld en niet omdat het werk fijn/leuk is)
  20. wie weet waarom de ganzen blootsvoets gaan? (=alles heeft een reden, ook al is die niet altijd even duidelijk)
  21. de kust is veilig (=alles is in orde - er is niemand in de buurt)
  22. kreupel of koning. (=alles of niets.)
  23. eet geen paaseieren op goede vrijdag (=alles op zijn tijd, het feest niet te vroeg vieren)
  24. alles malletje naar malletje doen/maken (=alles steeds weer op precies dezelfde manier doen)
  25. als het niet gaat zoals het moet, dan moet het zoals het gaat (=als de ideale situatie niet haalbaar is, moet je je aanpassen aan de omstandigheden.)
  26. als de herder dwaalt dolen de schapen (=als de leider het verkeerd doet weten de mensen die hem volgen niet wat ze doen moeten)
  27. mal moertje mal kindje (=als de moeder te veel toegeeft zal het kind niet deugen)
  28. in het donker zijn alle katten grijs/grauw (=als de situatie niet duidelijk is, zijn de zaken niet goed te beoordelen)
  29. als er één schaap over de dam is, volgen er meer (=als één persoon iets nieuws geprobeerd heeft, durven anderen ook wel)
  30. het is maar een weet (=als het eenmaal bekend is, is het niet moeilijk meer)
  31. gezelligheid kent geen tijd (=als het gezellig is, is het niet erg als het wat later wordt)
  32. als de boter duur wordt, leert men het brood droog eten. (=als het niet anders kan, is men ook met minder tevreden.)
  33. morgen gaat het beter (=als het vandaag niet zo best is gegaan...)
  34. allemans werk is niemands werk. (=als iedereen verantwoordelijk is, doet niemand het daadwerkelijk.)
  35. dan moet de wal het schip maar keren (=als iemand niet vooraf rekening houdt met een naderend probleem, dan moet het probleem maar daadwerkelijk in volle omvang ontstaan, en dan alsnog worden opgelost)
  36. dun door de broek lopen. (=als iets niet mee zal vallen)
  37. eén kwade dag maakt de winter niet. (=als iets verkeerd gaat, hoeft nog niet alles verkeerd te gaan.)
  38. lieg ik, dan lieg ik in commissie (=als ik niet de waarheid vertel komt dat omdat ik niet beter weet of vertel wat anderen vertellen)
  39. als honden konden bidden zou het kluiven regenen (=als is een niet ter zake doende opmerking)
  40. je kan niet alle meisjes haten om één (=als je bent getrouwd wilt dat niet zeggen dat vrouwen je niet meer interesseren)
  41. wie zijn ogen sluit, waant zich in Rome (=als je de realiteit negeert, ben je niet bewust van wat er werkelijk gaande is.)
  42. laat je linkerhand niet weten wat je rechterhand doet (=als je een ander geld geeft kun je dat beter stilhouden want anderen hoeven het niet te weten)
  43. een pakje wordt een zakje. (=als je een probleem niet aanpakt kan het zich uitbreiden en erger worden.)
  44. wie het dichtst bij het vuur zit, warmt zich het meest (=als je ergens nauw bij betrokken bent, geniet je het meeste voordeel ervan)
  45. grijze haren zijn kerkhofsbloemen (=als je grijze haren krijgt, ben je niet zo ver van het kerkhof)
  46. wie appelen vaart, die appelen eet (=als je handelt in bepaalde goederen, dan zul je deze zelf waarschijnlijk ook gebruiken. / Iemand die bepaalde werkzaamheden voor een ander moet verrichten, geniet daar doorgaans zelf ook van)
  47. wie zwijgt, stemt toe (=als je het ergens niet mee eens bent, moet je het zeggen)
  48. niet geschoten is altijd mis (=als je het niet probeert, komt er ook niks van)
  49. een spiering is vis als er anders niet is (=als je honger hebt, ben je niet kieskeurig / bij gebrek aan beter)
  50. ongevraagd, ongeweigerd (=als je iets doet waarvoor geen toestemming is gevraagd kan het achteraf niet meer geweigerd worden omdat het al gebeurd is)

50 dialectgezegden bevatten `nie`

  1. `ich zal toeris goeën zègge dat Zjef heië nie thinnis ès, dan kan d'ne jóng dieëzen achtere no tous koeëme` (=`Ik zal bij u thuis gaan zeggen dat Jef vandaag niet bij hem thuis is, dan kan uw kind namiddag naar thuis komen.`) (Genker)
  2. `witte gè ut geld van Willem Holleeder, daor hè-k nie genogt vèèref veur `! (=`witwas jij het geld van Willem Holleeder ` (verrassend antwoord) ) (Tilburgs)
  3. ''...hij hagget nie briejid'' (=afzien) (Waalwijks)
  4. 'd As nog nie gezieevert he (=Dat is niet niks.) (Bevers)
  5. 'k 'n wil ui nie in de reedns voln, moar... (=ik doe geen afbreuk aan uw woorden, maar...) (Waregems)
  6. 'k ben den tronnot nog nie terug gewoon (=ik ben het werkritme nog niet terug gewwon) (Antwerps)
  7. 'k ben nog nie beskit (=ik heb nog niets vernomen) (Wevelgems)
  8. 'k drink nie uit da glas worda torjuust iemand ö gezabberd eet (=ik drink niet uit dat glas waar net iemand anders van dronk) (Sint-Niklaas)
  9. 'k ê mijn gat nog nie gedroait of ... (=ze hebben niet gewacht om ...) (Kaprijks)
  10. 'k en maag ekik nie kloagen (=ik mag niet klagen) (Wichels)
  11. 'k enkan ou nie thuis bringn (=Ik herken u niet) (Brakels)
  12. 'k goa d'r nie veurn strij'n (=ik ben het niet 100 zeker) (Waregems)
  13. 'k goa nie lange lett'n (=ik blijf niet lang) (Wevelgems)
  14. 'k Goa nie lange lett'n. (=Ik zal niet lang blijven.) (Wevelgems)
  15. 'k gon nie lange letten (=ik blijf niet lang) (Veurns)
  16. 'k heb u da nie g'heeten (=Ik heb u daartoe geen opdracht gegeven) (Hansbeeks)
  17. 'k hoeve nie hen heui'n (=ik heb het niet druk) (Vechtdals)
  18. 'k kan 't nie al mee 'n schèrtje knip'n (=als iets niet precies eerlijk verdeeld kan worden) (Zeeuws)
  19. 'k kan die pint nog nie uitkrijgen (=ik kan mijn glas bier niet in één keer uitdrinken) (Sint-Niklaas)
  20. 'k ken um nie bekwèkt krijge (=hij hoort me niet roepen) (Bredaas)
  21. 'k keun-êm nie tuisbrijën (=ik herken hem niet) (Kaprijks)
  22. 'k koste wel nie viuëdere (=ik kon niet anders) (Kaprijks)
  23. 'k mag er nie goed op (ô) peizen (=als men vreest dat iets verkeerd gaat aflopen) (Sint-Niklaas)
  24. 'k mage da nie (=ik lust dat niet (eten, drinken) ) (Waregems)
  25. 'k meuë't nie gedriuëmd-ên (=ik mag er niet aan denken) (Kaprijks)
  26. 'k peidige van wel / van nie (=ik dacht van wel / van niet) (Waregems)
  27. 'k un koste nie vuodere (=Ik kon niets anders doen) (Eekloos)
  28. 'k verdien ier 't zaat op min petetten nog nie (=ik verdien hier heel weinig) (Sint-Niklaas)
  29. 'k vuul me nie goe (=Ik ben ziek) (Herentals)
  30. 'k warskauw oe nie mèr! (=Ik waarschuw je niet meer!) (Helmonds)
  31. 'k zij nie in mijnen aak (=Ik voel mij niet goed) (Zelzaats)
  32. 'k zijn nie in mijn naok (=Ik voel me niet goed) (Oosteekloos)
  33. 'k zit nie op unne skupstoel (=ik hoef niet weg) (Brabants)
  34. 'k zoe d'r nie fan ipkijk'n (=het zou mij niet verwonderen) (Waregems)
  35. 'k zoent nie edon en (=ik zou het niet gedaan hebben) (Veurns)
  36. 'n appel val nie ver van den buuëm (=de appel valt niet ver van de boom) (Wichels)
  37. 'ne goeien haon maog nie vèt zijn. (=een goede haan mag niet vet zijn) (Genker)
  38. 'r achterste van je toenge nie loat'n zieën (=zich niet laten uithoren) (Veurns)
  39. 'r nie aon ùit kanne (=iets niet kunnen begrijpen) (Luyksgestels)
  40. 's Mérges zèk de boer : de hoes nie te joëge of te drijve, ve zulle gemêkkelek gedoën krijge.s' Oëves zekter dan : Ver hoeve nimei te jöëge of te drijve, ve zulle toch nimei gedoën krijge (=nooit laten opjutten!) (Bilzers)
  41. 't 'n e nie da 't (leeëluk es) (=ik beweer niet dat het (lelijk is) ) (Waregems)
  42. 't 'n e nie meu'lijk! (=het is onmogelijk!) (Waregems)
  43. 't 'n es nie doenlijk (=het is onhaalbaar / onvoorstelbaar) (Waregems)
  44. 't 'n steekt zooë nauwe nie (=zo nauwkeurig hoeft het nu ook niet te zijn) (Waregems)
  45. 't 'n trekt er nie ip (=het is ondermaats) (Waregems)
  46. 't 'n trekt ip nie feele (=het stelt weinig of niets voor) (Waregems)
  47. 't achterste van de too nie loadn zien (=iets verzwijgen) (Kaprijks)
  48. 't ael es nog nie van au gat gespoeld [hoewel dit nergens terug te vinden is moet `ijl` hier `vruchtwater`betekenen] / ge zèe nog nie druëg achter au uëren (=je komt net kijken) (Wichels)
  49. 't ang nie onieën wattem zeid (=het houdt geen steek wat hij zegt) (Meers)
  50. 't besant nie (=het geeft niet) (Deinzes)




Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen