246 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `n.`
- `t Mag vloeien, `t mag ebben. Die niet waagt zal `t niet hebben (=je moet niet denken als je niets onderneemt dat ze het dan bij je thuis komen bezorgen)
- aan een dood paard trekken. (=je inspannen voor iets, dat tot mislukken gedoemd is)
- alle dingen hebben twee handvatten. (=er zijn vaak meerdere manieren zijn om een situatie aan te pakken)
- alle scheuten zijn geen rozen. (=uiterlijk bedriegt; niet alles is van hoge kwaliteit.)
- alle winden hebben hun weerwinden. (=soms zit het mee, soms zit het tegen)
- als buurmans huis brand is het tijd om uit te zien. (=leer van andermans problemen)
- als de boter duur wordt, leert men het brood droog eten. (=als het niet anders kan, is men ook met minder tevreden.)
- als de dagen lengen begint de winter te strengen. (=wanneer de dagen korter worden komt de winter eraan)
- Amerikaanse toestanden. (=overdreven grote en heftige situatues)
- arbeid is voor de dommen. (=gezegd als je liever op twijfelachtige wijze geld verdient dan op een eerlijk manier)
- armoe met eren kan niemand deren. (=arm zijn is niet erg als je maar eerlijk bent)
- bij eigen zin is geen gewin. (=eigenwijs zijn is niet goed)
- bij gebrek aan brood eet men korstjes van pasteien. (=bij gemis aan het gewone moet men zijn toevlucht soms wel tot iets duurders nemen.)
- bij kleine hapjes leert men een hond eten. (=geleidelijk aan kun je zelfs aan onmogelijke dingen wennen.)
- bij kleine lapjes leert men de hond leer eten. (=geleidelijk aan wen je zelfs aan de onmogelijkste dingen.)
- bijl en blok zijn behouden. (=vrouw en kind hebben de bevalling overleefd.)
- boontjes uit water eten. (=een eenvoudige maaltijd.)
- boter op je hoofd smeren en droog brood eten. (=in de war zijn.)
- buiten iets kunnen. (=iets kunnen missen)
- buiten zijn rekening gaan. (=als het anders loopt dan verwacht)
- daar lusten de honden geen brood van. (=het is volstrekt onacceptabel)
- dat kan het paard niet trekken. (=daar heb ik onvoldoende geld voor)
- dat schaap zal een zachte dood nemen. (=het wordt vergeten)
- de admiraal heeft geschoten. (=de gastheer heeft het sein gegeven te gaan eten.)
- de boel de boel laten. (=tijdelijk afstand nemen van een lastige situatie of probleem)
- de bout op de kop krijgen. (=een geschil verliezen)
- de broodkorf hoger hangen. (=bezuinigen)
- de bui over laten drijven. (=niet reageren op een moeilijke situatie)
- de darmen zalven. (=lekker eten en drinken.)
- de deksel van de pot aflichten. (=bekendmaken wat voorheen verborgen was)
- de deugd zit in het midden. (=gezegd als iemand tussenin zit)
- de dood wil een oorzaak hebben. (=het is belangrijk onm te weten waarom iets gebeurt)
- de één mag een paard stelen, de ander mag niet over het hek kijken. (=sommigen mogen alles, anderen mogen niets)
- de ganzen geloven niet dat de kuikens hooi eten. (=zelfs bij domme mensen vinden ongerijmdheden geen geloof.)
- de kast indraaien. (=in de gevangenis komen.)
- de kerk midden in het dorp laten. (=het laten zoals het is)
- de koning te rijk zijn. (=bijzonder gelukkig zijn)
- de kunst afkijken. (=leren door te observeren.)
- de lucht hangt nog vol dagen. (=er is tijd genoeg)
- de mens zal bij brood alleen niet leven. (=een mens heeft niet alleen lichamelijke maar ook geestelijke behoeftes.)
- de mossel doet de vis afslaan. (=veel slechte waar op de markt doet de prijzen van de goede waar dalen)
- de naald in het spek steken. (=stoppen met werken.)
- de nacht is een goede raadsman. (=een nachtje slapen is goed bij het nemen van beslissingen)
- de oude Adam afleggen. (=slechte gewoonten of gedrag achterlaten om positieve veranderingen aan te brengen.)
- de patatten afgieten. (=urineren)
- de Paus van dichtbij zien. (=dronken zijn)
- de pijp aan Maarten geven. (=er definitief mee stoppen)
- de poes op de bak zetten. (=urineren)
- de proef op de som nemen. (=iets uitproberen.)
- de riem toehalen. (=minder eten.)
171 betekenissen bevatten `n.`
- een groentje zijn (=(ook: Groen als gras zijn. ) Ergens nog geen ervaring mee hebben)
- kinderen die zwijgen zullen ook nooit wat krijgen (=aanvulling op `Kinderen die vragen worden overgeslagen.`)
- uit iemands hand eten. (=afhankelijk zijn.)
- op je hoede zijn (=alert en voorzichtig zijn.)
- het leven is meer dan eten en drinken. (=alleen eten en drinken vult geen leven.)
- geen middel onbeproefd laten (=alles proberen om een doel te bereiken.)
- als het niet gaat zoals het moet, dan moet het zoals het gaat (=als de ideale situatie niet haalbaar is, moet je je aanpassen aan de omstandigheden.)
- eén rotte appel in de mand, maakt al het gave fruit te schand (=als één persoon uit een groep zich misdraagt, wordt de hele groep erop aangekeken. / Een negatieve beïnvloeding van één persoon kan vele anderen op het slechte pad brengen.)
- als de boter duur wordt, leert men het brood droog eten. (=als het niet anders kan, is men ook met minder tevreden.)
- morgen gaat het beter (=als het vandaag niet zo best is gegaan...)
- eén kwade dag maakt de winter niet. (=als iets verkeerd gaat, hoeft nog niet alles verkeerd te gaan.)
- een pakje wordt een zakje. (=als je een probleem niet aanpakt kan het zich uitbreiden en erger worden.)
- wie appelen vaart, die appelen eet (=als je handelt in bepaalde goederen, dan zul je deze zelf waarschijnlijk ook gebruiken. / Iemand die bepaalde werkzaamheden voor een ander moet verrichten, geniet daar doorgaans zelf ook van)
- allemans vriend is allemans gek. (=als je iedereen te vriend wil houden, zal men misbruik van je maken.)
- in de nood eet de duivel vliegen. (=als je in nood verkeert, stel je je tevreden met dingen die je anders zou weigeren.)
- iemand in de buik straffen. (=als straf geen eten geven.)
- als twee honden vechten om een been loopt de derde ermee heen (=als twee mensen ruzie maken, profiteert een derde ervan.)
- bij gebrek aan brood eet men korstjes van pasteien. (=bij gemis aan het gewone moet men zijn toevlucht soms wel tot iets duurders nemen.)
- steen en been klagen (=constant en hevig klagen. (klagen bij alles wat heilig is, bv. botten (=been) in een graf (=steen)))
- dat is algabra voor hem. (=daar snapt hij niets van.)
- dat is een alikruik van een vent. (=dat is een kleine dikke man.)
- dat is Beulemans Frans (=dat is slecht Frans spreken. In België zeggen de Vlamingen dat over Waals. Walloniërs op hun beurt vinden Vlaams weer slecht Nederlands)
- daar moet de schoorsteen van roken (=dat moet de inkomsten voortbrengen. Daar moeten we van bestaan)
- meer geluk dan wijsheid. (=dat was geluk hebben.)
- de admiraal heeft geschoten. (=de gastheer heeft het sein gegeven te gaan eten.)
- de hel breekt los (=de ruzie is begonnen.)
- wie de pot breekt betaalt de scherven (=de veroorzaker van schade moet de situatie zelf rechtzetten.)
- dood en begraven zijn (=definitief voorbij zijn.)
- uit hetzelfde vaatje tappen (=dezelfde standpunten of opvattingen delen.)
- moet is een bitter kruid. (=dingen die men moet doen kunnen onaangenaam of vervelend zijn.)
- een bom inhebben. (=dronken zijn.)
- de knoop doorhakken (=een beslissing forceren. (Afgeleid van het verhaal van de Gordiaanse knoop))
- een kringetje drinken. (=een borreltje drinken.)
- het laken door het oog van de schaar halen. (=een deel voor jezelf houden.)
- een steek laten vallen (=een fout maken.)
- een beerput opentrekken (=een geheim onthullen of schandalen blootleggen.)
- je mag wel ergens anders honger krijgen, als je thuis maar komt eten. (=een getrouwde man mag wel met knappe meisjes flirten, daar moet het bij blijven.)
- het juiste midden vinden (=een goed evenwicht vinden tussen twee tegengestelde aanpakken. Bijvoorbeeld, als het er om gaat hoeveel bevoegdheden de politie moet hebben om de rechtsstaat te handhaven)
- eet vis, als er vis is. (=een gunstige gelegenheid moet men niet ongebruikt laten voorbijgaan.)
- een duit in het zakje doen (=een kleine bijdrage leveren. (Historisch: de kleinst mogelijke gave in het collectezakje van de kerk).)
- een scheve schaats rijden (=een misstap begaan. Een morele regel overtreden)
- tweede viool spelen (=een ondergeschikte rol spelen.)
- het tij keren (=een ontwikkeling stoppen. Bijvoorbeeld ten aanzien van het toenemen van zinloos geweld. Zie getij)
- één zwaluw maakt nog geen zomer (=één positieve gebeurtenis betekent niet dat alle problemen opgelost zijn.)
- de vierschaar spannen. (=een rechtzitting houden. (vierschaar = middeleeuws gerechtelijk bestuur))
- een sprong in het diepe wagen (=een risico nemen en iets nieuws proberen.)
- zo rood als een kreeft (=een rode kleur hebben. (kreeft wordt knalrood tijdens het koken))
- te boek staan. (=een schuld hebben.)
- met de billen bloot (=eerlijk en open zijn over fouten of tekortkomingen.)
- geen dag zonder zorgen (=er is altijd wel iets om je zorgen over te maken.)
7 dialectgezegden bevatten `n.`
- Den dieën ee zeekre in nun peirdestront gebloazen, zijn totte stoa vol mee sproet' n. (=Hij heeft een gezicht met sproeten.) (Evergems)
- Iene zien loek' n dichte bats' n. (=Iemand een klap verkopen.) (Twents)
- J' èt zitt' n. (=Hij zit ermee opgescheept.) (Zwevegems)
- Kom d' rin, dan ko' j d' roet kiek' n. (=Kom binnen.) (Deventers)
- Met ' n oald hoes en ' n joonk wief he' j altied wat te knooi' n. (=Met een oud huis en een jonge vrouw heb je aaltijd iets om handen) (Twents)
- Slok reep' n. Repen=strengen van het paardentuig. (=Weinig inspanning leveren.) (Achterhoeks)
- Van twis in de zak zitt' n. (=Tegendraads zijn.) (Zwevegems)
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen