4 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `met iets`
- de draak met iets steken (=ergens niets van geloven en er grapjes over maken)
- de hand met iets lichten (=niet scherp opletten, het niet te streng nemen)
- iemand doodverven met iets (=iemand bestemd voor een post achten, iemand als de dader van iets afschilderen (doodverf is grondverf)[1])
- met iets op de proppen komen (=iets vertellen, ermee voor de dag komen)
13 betekenissen bevatten `met iets`
- geen bericht is goed bericht (=als je niet weet hoe het met iets of iemand gaat, kun je ervan uitgaan dat het goed gaat, zolang je geen slecht bericht ontvangt)
- in zijn sas zijn (=erg tevreden met iets zijn of plezier met iets hebben)
- iemand iets voor de voeten gooien (=iemand met iets confronteren)
- iemand iets in de maag splitsen/stoppen (=iemand met iets opzadelen)
- in het niet zinken (=in vergelijking met iets anders nog weinig waarde hebben)
- je kan wel dansen al is het niet met de bruid (=je kan ook wel tevreden zijn met iets minder dan het beste)
- met een dood kalf is het goed sollen (=men kan gerust wat proberen met iets dat al verloren is)
- nieuwe messen snijden scherp (=met iets (iemand) nieuws is het aangenaam werken)
- in touw zijn (=met iets druk bezig zijn)
- zo lang aardappels poten als je mest hebt (=met iets zo lang mogelijk doorgaan)
- met andermans veren pronken (=weglopen met de ideeën van een ander, met iets van een ander zelf gaan pronken)
- met de klompen van het ijs blijven (=zich met iets niet inlaten)
- iets uit zijn mouw schudden (=zonder moeite met iets komen)
33 dialectgezegden bevatten `met iets`
- ambettant zen (=met iets verveeld zijn) (Antwerps)
- autdrëppë (=stilletjes aan stoppen met iets) (Munsterbilzen - Minsters)
- der zun aken inslon (=zich met iets bemoeien (pejoratief)) (Veurns)
- dwjeis zin (=niet vlug met iets akkoord zijn (eigenzinnig zijn, tegenwerken) ) (Sint-Niklaas)
- e lank gezich trèkke (=niet blij zijn met iets) (Munsterbilzen - Minsters)
- een eir hemme lak een strontkeir (=stoefen met iets minderwaardigs) (Winksels)
- ën raar smoel trèkke (=niet opgezet zijn met iets of iemand) (Munsterbilzen - Minsters)
- es ein koo de start op stuk, beginne ze allemaol te bieze. (=Als een persoon met iets begint, volgt de rest vanzelf.) (Steins)
- get op zen knieëk hûbbe (=met iets verveeld zitten) (Munsterbilzen - Minsters)
- gienen blijf weten (=geen raad weten met iets) (Gents)
- Hij komt mee zun aaier nao Paose (=Te laat met iets aankomen, hij komt met zijn eieren na Pasen.) (Haarsteegs)
- iemand bij de viede zett'n (=iemand met iets opschepen (sluw) ) (Waregems)
- iemand e plezier doen (=iemand spontaan helpen met iets) (Sint-Niklaas)
- iemand iet oepsolfere (=iemand iets aansmeren/ met iets opzadelen) (Rotselaars)
- iemand iet opsolferen (=iemand met iets opzadelen) (Hulsters (NL))
- iemëd wo geen zittende k... hèt, vènd nie rap ne goeje stoel (=twijfelaars zijn niet rap met iets tevreden) (Munsterbilzen - Minsters)
- iemes gét opsolfere (=iemand met iets opzadelen) (Bilzers)
- iets op de moage liggen (maag) (=met iets verveeld zitten) (Lovendegems)
- Je bedoelt het goed maor je blijft an de pan hange (=Hij probeert de waarheid boven tafel te krijgen / situatie te redden / te bemoeien voor de goeie zaak / Zich om bestwil met iets bemoeien maar komt er slecht van af.) (Utrechts)
- jee gièèn zittnd gat (=hij is altijd met iets bezig) (Kortemarks)
- jéter zijne buik van vil (=slechte ervaringen met iets gehad hebben) (Knesselaars)
- mee vijgen nao paosen kommen (=met iets te laat komen) (Graauws)
- met 'n metwos noar 'n zi'jen spek gooien (=met iets kleins wat groters proberen te bemachtigen) (Diems)
- met een wors naor een zieje spek gooien (=met iets kleins, iets groots proberen binnen te halen) (Oldebroeks)
- mèt get opgesjëp zittë (=opgezadeld zitten met iets) (Munsterbilzen - Minsters)
- mijne zak afklopp'm (=stoppen met iets te doen) (Zeels)
- oe mièèr daj in ne stroent roert oe mièèr dat stienkt (=zich bemoeien met iets dat niet zuiver is) (kortemarks)
- Spotteruusies willen nog wel ies braanden (=Het zal er je naar vergaan, wanneer men de spot heeft met iets of iemandmet iets) (Giethoorns)
- vloeën: Opgezet zijn gelèk nen ont mé vloeën (=Niet erg gelukkig met iets zijn) (Lebbeeks)
- wel 't kleine niet eert, is 't grode niet weerd (=wie niet blij is met iets kleins, waardeert ook het grote niet) (Westerkwartiers)
- wimpële (=met iets bluffen (door opvallend er mee bezig te zijn) ) (Munsterbilzen - Minsters)
- zën fikke verbranne aoën kaad watter (=erg voorzichtig met iets omgaan) (Munsterbilzen - Minsters)
- zijne tsoep aan en (=geen geluk hebben met iets) (Gents)
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen