Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


20 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `kou`

  1. bang zijn zich aan koud water te branden (=erg voorzichtig zijn)
  2. dat gaat je niet in de kouwe kleren zitten. (=dat is heel ingrijpend. Daar ben je niet snel overheen (bijvoorbeeld een traumatische ervaring).)
  3. dat raakt mijn koude kleren niet. (=ergens niets mee te maken hebben en zich niet voor interesseren.)
  4. denken met kousen en schoenen in de hemel te komen (=denken dat men zich niet moet inspannen)
  5. ergens heet noch koud van worden (=zich nergens iets van aantrekken)
  6. geen kou aan de lucht (=geen gevaar)
  7. het laat mij Siberisch koud (=het interesseert me totaal niet.)
  8. het naadje van de kous willen weten. (=alle details willen weten.)
  9. iemand een koud bad geven (=iemand kalmeren , illusies ontnemen)
  10. iemands koude kleren niet raken (=helemaal niet storen of hinderen)
  11. iets langs je (koude) kleren af laten glijden (=ergens niets van aan trekken)
  12. iets niet koud laten worden (=ergens onmiddellijk op ingaan)
  13. iets zo beu zijn als koude pap (=iets grondig beu zijn)
  14. ijskoud zijn gang gaan (=zich nergens van aantrekken)
  15. langs zijn koude kleren laten afglijden (=onverschillig laten)
  16. met de kous op de kop thuiskomen (=teleurgesteld thuiskomen)
  17. Nog geen koude aardappel waard zijn (=Weinig waard zijn)
  18. op kousenvoeten (=stilletjes, ongemerkt)
  19. van een koude kermis thuiskomen (=teleurgesteld thuiskomen)
  20. zo koud als een kaalgeschoren schaap. (=heel erg koud.)

5 betekenissen bevatten `kou`

  1. in zijn kraag duiken (=de kraag hoog opzetten tegen de koude)
  2. zo koud als een kaalgeschoren schaap. (=heel erg koud.)
  3. als de dagen (gaan) lengen, gaat/gaan de vorst/winter/nachten strengen. (=het koudste deel van de winter valt na de kortste dag.)
  4. hij heeft vissebloed (=hij is zo koud als een vishij is gevoelloos)
  5. vissenbloed hebben (=koudbloedig zijn, weinig gevoel hebben, niet gauw koud hebben)

Het dialectenwoordenboek kent 124 spreekwoorden met `kou`

  1. Venloos: d'n klets kriegen (=koudje vatten)
  2. Sint-Niklaas: twurd allangsom kaar (=het wordt stilaan kouder)
  3. Mestreechs: kale sjiet (=kouwe kak)
  4. Diesters: tes braa kou (=het is vrij koud)
  5. Booms: Mieaka woamieka mieaopdemetbraka ! (=Mie had kou, waar had mie kou ? Mie had op de markt wreed koud !)
  6. Antwerps: k zen een kawelakke (=ik ben een koukleum)
  7. Staphorsts: ee ef de kousen op sok (=de kousen op sokformaat aanhebben (afgezakte kousen))
  8. Ninoofs: ne patat (=gat in de kous)
  9. Antwerps: assek....asse zain verbraande koule (=als ik....)
  10. Hals: ei zitchj op iete koulen (=hij is ongeduldig)
  11. Fries: 'it is jûns kâlder os bûten, it skeelt in himt (=Het is s'avond's kouder dan buiten, het scheelt een hemd)
  12. Snekers: Tis savons kouwer dan buten (=Het is 's avonds kouder dan buiten)
  13. Antwerps: asse: asse zaain verbrande koule (=als ze)
  14. Mestreechs: aon koume gestieveld (=aan komen gelopen)
  15. Waregems: 'n erte van koukebrooëd (=goed hart)
  16. Koekelaars (Koukeloars): ol toope (=allemaal samen)
  17. Bornems: t is kout van den iëne (=het is kwart voor 1)
  18. Giethoorns: Op oze voeten lopen (=Op de kousen lopen)
  19. Zeeuws: soeg tis koud buutn (=koud)
  20. Waregems: een kouwe vang'n (=verkoudheid opdoen)
  21. Tegels: kaaje heng (=koude handen)
  22. Noorderkempisch: dekouwei (=De koude Heide)
  23. Westfries: Wie koud is is lui! (=koud? Hoezo koud?)
  24. Bilzers: het ès ne pit kaaër as gistere (=het is kouder dan gisteren)
  25. Tegels: kaai heng (=koude handen)
  26. brabants: kauw voet (=koude voeten)
  27. Bornems: mieaakaawouaaMiekaaoepdemetaaMiekaa (=Mie had kou waar had Mi kou op de markt had Mie kou)
  28. Izegems: kouten van land en zand en prochieaffairens (=Over van alles spreken)
  29. Lochristis: hij ee mee zijjn tjien deur zij kousse gezeedn (=zijn condoom was gescheurd)
  30. West-Vlaams: Mien koesen slokeren (=Mijn kousen zakken af)
  31. Maasbrees: van un kouj kermis thoes kome (=het verwachte niet krijgen)
  32. Heist-op-den-Berg: bes in heer schoene (=Zonder kousen in de schoenen)
  33. Genneps: Niks óp d'n haos hèbbe (=Niks op de kous hebben)
  34. Gelaens (Geleens): Razele van de kaw. (=Rillen van de kou.)
  35. Giesbaargs: a eet kiekevlees (=rillen,beven (van de kou))
  36. Koekelaars (Koukeloars): Me zien vors. (=We zijn weg.)
  37. Munsterbilzen - Minsters: reire van de kaa (=bibberen van de kou)
  38. Zeeuws: snippen vangen (=in de kou staan)
  39. Veurns: klutterbillen van de koede (=rillen van de kou)
  40. Ransts: go is nor elle moeke, ze hee viskes gebakken in de koulschup (=tegen een kind dat men wil wegsturen)
  41. Waregems: iemand over de kouter voer'n (=een loopje nemen met iemand)
  42. Gelaens (Geleens): Zoa bot wie 'ne kouter (=Heel erg bot (van mes))
  43. Bilzers: as de doëch lenge geet de wênter strenge (=als de dagen lengen wordt het kouder)
  44. Kalforts: met Kalfort kermis zit de winter in Coolhemdreef (=de zomer is voorbij, het wordt stilaan kouder)
  45. Evergems: get eu kessens verkeerd an (=doe je kousen goedd aan)
  46. Evergems: 't zijn goaten in heur kesses (=er zitten gaten in haar kousen)
  47. Koekelaars (Koukeloars): 'k Ho no kottem. (=Ik ga naar huis.)
  48. Koekelaars (Koukeloars): t' is stoend were (=t' is slecht weer)
  49. Mestreechs: de sjevraoije laope mieg langs miene rögk (=koude rillingen hebben)
  50. Mestreechs: koupe, heer kuip ziech e nuij pekske (=kopen, hij koopt een nieuw kostuum)


Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen