Spreekwoorden met `kl`

Zoek


164 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `kl`

  1. aan alles een kleurtje weten te geven (=voor alles wel een uitleg weten)
  2. aan de pan blijven hangen/kleven (=zich om bestwil ergens mee bemoeien maar er slecht afkomen)
  3. aan dovemans deur kloppen (=vragen terwijl men geen gunstig antwoord hoeft te verwachten)
  4. aan een klein vogeltje past geen grote bek. (=kinderen moeten gehoorzamen)
  5. aan het klokzeel hangen (=bekend maken)
  6. alles kort en klein slaan (=de hele inboedel kapot slaan)
  7. als apen hoger klimmen willen, ziet men gauw hun blote billen (=iemand die meer wil dan hij kan, maakt zich snel belachelijk)
  8. als de boeren niet meer klagen en de pastoors niet meer vragen, dan nadert het einde der dagen (=sommige mensen veranderen nooit)
  9. als een blinde over de kleuren oordelen (=spreken alsof men een kenner is, over iets waar men niets van weet)
  10. als honden konden bidden zou het kluiven regenen (=als is een niet ter zake doende opmerking)
  11. als klap op de vuurpijl (=een verrassing)
  12. beter kleine meester dan grote knecht (=liever een bescheiden zelfstandige dan een grote knecht bij een baas)
  13. bij de kladden krijgen (=te pakken krijgen)
  14. bij iemand aankloppen (=hulp vragen)
  15. bij kleine hapjes leert men een hond eten. (=geleidelijk aan kun je zelfs aan onmogelijke dingen wennen.)
  16. bij kleine lapjes leert men de hond leer eten. (=geleidelijk aan wen je zelfs aan de onmogelijkste dingen.)
  17. binnen de lijntjes kleuren (=netjes handelen, niets doen wat niet mag)
  18. daar ben ik mooi klaar mee (=nu heb ik een probleem)
  19. daar is wat aan te kluiven (=daar is werk aan)
  20. daar staan klompen (=tevergeefs wachten)
  21. dat gaat erin als klokspijs (=dat gaat er gemakkelijk in)
  22. dat gaat je niet in de kouwe/koude kleren zitten (=dat is heel ingrijpend. Daar ben je niet snel overheen (bijvoorbeeld een traumatische ervaring))
  23. dat heb ik nog nooit op een klomp horen spelen (=dat is al te gek)
  24. dat is een klontje boter uit zijn pap (=dat kost een flink deel van zijn fortuin)
  25. dat raakt mijn koude kleren niet (=ergens niets mee te maken hebben en zich niet voor interesseren)
  26. dat zal mijn klomp niet roesten (=ik maak me er niet druk om; het kan mij niet schelen)
  27. de eerste klap is een daalder waard (=een goed begin is het halve werk)
  28. de grote klok luiden (=op opvallende wijze bekend maken)
  29. de grote vissen eten de kleine (=de ondergeschikten moeten doen wat de baas zegt / het slachtoffer worden van overmacht.)
  30. de groten rijden te paard en de kleinen hangen tussen hemel en aarde. (=de machtige lui leven op kosten van de gewone man)
  31. de klad zit er in (=het gaat niet goed)
  32. de kleintjes vallen niet groot (=wordt gezegd als eerder kleine vruchten verkocht worden)
  33. de kleren maken de man (=iemands kleding bepaalt het aanzien dat hij krijgt)
  34. de klok achteruit zetten (=terug naar oude toestanden gaan)
  35. de klok hebben horen luiden maar niet weten waar de klepel hangt (=ergens over gehoord hebben, zonder er echt iets van af te weten)
  36. de klok luiden maar niet schaften (=wel beloven maar niet doen)
  37. de klop is er op (=ze is 28 jaar)
  38. de kluts kwijt zijn (=in de war zijn)
  39. de koninklijke weg bewandelen (=eerlijk zijn)
  40. de noppen van de kleren houden (=onkosten met zich meebrengen)
  41. door het kluisgat aan boord komen (=de lagere rangen doorlopen alvorens bevelhebber te worden)
  42. een aangeklede aap (=een bespottelijk iemand)
  43. een boer op klompen (=een lomperd)
  44. een grote lantaarn, een klein licht (=veel praat, maar weinig verstand)
  45. een houten/stijve klaas zijn (=nooit iets leuks willen)
  46. een klap van de molen (beet) hebben (=niet goed bij het verstand zijn)
  47. een klap van de molen gekregen hebben (=niet goed meer bij verstand zijn)
  48. een klap van een lamme aap krijgen (=gekwetst worden)
  49. een klein hartje hebben (=weinig durven/gauw bang zijn)
  50. een klein lek doet een groot schip zinken (=een geringe onachtzaamheid kan tot grote schade leiden)

150 betekenissen bevatten `kl`

  1. het zwaard aangorden (=(zich klaarmaken om) de strijd aan (te) binden)
  2. aan de veren kent men de vogel (=aan het uiterlijk (verzorging/kleding) kun je zien met wat voor iemand je te maken hebt)
  3. het oor strelen (=aangenaam in de oren klinken)
  4. na gedane arbeid is het goed rusten (=als een klus geklaard is kan men er tevreden op terug kijken)
  5. de kat de bel aanbinden (=als eerste een begin maken aan iets moeilijks (een lastige klus of een ingewikkeld gesprek))
  6. elke dag een draadje is een hemdsmouw in een jaar (=als je iedere dag een beetje doet komt het karwei uiteindelijk klaar)
  7. wie zijn billen brandt, moet op de blaren zitten (=als je iets doms doet, moet je de gevolgen dragen (liefst zonder klagen))
  8. in zijn achterhoofd hebben (=als reserve klaar hebben)
  9. iets in de verf zetten (=beklemtonen, accentueren)
  10. wie hoog klimt kan laag vallen (=belangrijke zaken snel kwijt raken door kleine dingen)
  11. maak je borst maar nat (=bereid je voor op een zware klus (of op veel tegenstand))
  12. op de poot spelen (=bij de kleinste tegenslag flink te keer gaan/razen)
  13. vasthouden aan een strootje (=blijven hopen op een kleine kans.)
  14. wanneer de boeren niet meer klagen, nadert het einde der dagen (=boeren klagen altijd)
  15. in februari klagen de boeren het minst. (=boeren klagen altijd maar februari heeft de minste dagen om in te klagen (grapje))
  16. steen en been klagen (=constant en hevig klagen. (klagen bij alles wat heilig is, bv. botten (=been) in een graf (=steen)))
  17. daar zitten graten in (=daar klopt iets niet)
  18. van huis en haard verdreven (=dakloos zijn)
  19. op de schobberdebonk leven (=dakloos zijn en/of bedelend leven)
  20. dat is een alikruik van een vent. (=dat is een kleine dikke man.)
  21. dat is de druppel die de emmer doet overlopen (=dat is maar een kleine ergernis, maar samen met wat er al gebeurd is, wordt het niet meer geaccepteerd)
  22. dat kan ik wel in mijn holle kies stoppen (=dat is wel een heel klein beetje)
  23. het sluit als een bus (=de beredenering klopt)
  24. de jongste ezel moet het pak dragen (=de jongste moet de vervelende klusjes opknappen)
  25. het koren van de molen zenden (=de klanten wegjagen - zichzelf benadelen)
  26. het klopt als een bus (=deze uitdrukking is een contaminatie van het sluit als een bus met: het klopt als een zwerende vinger)
  27. niet kunnen rijmen (=dingen die niet met elkaar kloppen of het samen niet kunnen begrijpen)
  28. goed gereedschap is het halve werk (=door de juiste hulpmiddelen te gebruiken wordt het karwei snel geklaard)
  29. een ongeluk zit in een klein hoekje (=door een kleine fout kunnen gemakkelijk erg nare ongelukken gebeuren)
  30. aan de bel trekken (=duidelijk maken dat er iets aan de hand is; duidelijk maken dat er iets niet klopt)
  31. boeren en varkens worden knorrend vet (=een boer die klaagt heeft daar wellicht geen reden toe)
  32. een hoofd als een boei krijgen (=een erg rode kleur krijgen in het gezicht, erg blozen)
  33. een koopman een loopman. (=een goede verkoper gaat bij zijn klanten langs)
  34. een veeg uit de pan krijgen (=een klap incasseren / op zijn donder krijgen / een standje krijgen)
  35. een ridder van de el (=een kleermaker)
  36. een bitter beetje (=een klein beetje)
  37. wie zijn naasten te schande maakt, onteert zichzelf (=een klein foutje, kan een groot geheel te schande maken)
  38. niet het zout op zijn patatten verdienen (=een klein inkomen hebben)
  39. een tipje van de sluier oplichten (=een klein stukje van het onbekende onthullen)
  40. een klein visje een zoet visje (=een klein voordeel of winstje dat met weinig moeite is verkregen)
  41. een loodje in het zakje doen (=een kleine bijdrage leveren)
  42. een duit in het zakje doen (=een kleine bijdrage leveren. (Historisch: de kleinst mogelijke gave in het collectezakje van de kerk).)
  43. geen centje pijn. (=een kleine moeite.)
  44. een visje verschalken (=een kleinigheid meepikken)
  45. een taling uitzenden om een eendvogel te vangen (=een kleinigheid opofferen om iets belangrijks terug te krijgen)
  46. het varkentje wassen (=een klusje wel even doen)
  47. hoe eerder dood, hoe eerder begraven. (=een nare klus beter niet uitstellen)
  48. zo rood als een kreeft (=een rode kleur hebben. (kreeft wordt knalrood tijdens het koken))
  49. te weinig om te leven en te veel om te sterven (=een te kleine aalmoes)
  50. een druppel op een gloeiende plaat (=een zeer kleine bijdrage aan iets groters)

Eén dialectgezegde bevat `kl`

  1. das van mên (of, den hond zën) kl (=dat valt dik tegen) (Munsterbilzen - Minsters)



Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen