Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

6 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `kijkt`

  1. hij heeft schelvisogen hij kijkt als een schelvis (=hij kijkt je lodderig, dom of onbetrouwbaar aan)
  2. hij kijkt als een snoek op zolder (=hij is zeer verbaasd)
  3. hij kijkt als Jonas in de walvis (=hij zit benauwd te kijken)
  4. hij kijkt alsof hij zijn laatste oortje versnoept heeft (=hij kijkt heel ongelukkig (een oord is een oude munt))
  5. hij kijkt er naar uit als de pastoor naar het geld in het kerkenzakje (=hij kijkt ergens vol verwachting naar uit)
  6. in het veen kijkt/ziet men niet op een turfje (=wie rijk is let niet op een euro meer of minder)

5 betekenissen bevatten `kijkt`

  1. het is zo lang als het breed is (=het blijft hetzelfde, hoe je het ook bekijkt)
  2. hij zet er de lakense bril bij op (=hij kijkt bijzonder scherp toe)
  3. hij kijkt er naar uit als de pastoor naar het geld in het kerkenzakje (=hij kijkt ergens vol verwachting naar uit)
  4. hij kijkt alsof hij zijn laatste oortje versnoept heeft (=hij kijkt heel ongelukkig (een oord is een oude munt))
  5. hij heeft schelvisogen hij kijkt als een schelvis (=hij kijkt je lodderig, dom of onbetrouwbaar aan)

Het dialectenwoordenboek kent 37 spreekwoorden met `kijkt`

  1. Venloos: Dae kièk wie einen boetsauto (=Hij kijkt erg verbaasd)
  2. Zeeuws: je trok un hezicht van ouwe lapn (=je kijkt sip)
  3. Gronings: Hai glimt as n' honnekeudel ien moaneschien (=Hij kijkt verheerlijkt)
  4. Twents: hee kik met 't ene oog in de andere wèke (=Hij kijkt scheel)
  5. Kortemarks: zn oîgn droajn roent ol van ze gat (=hij kijkt scheel)
  6. kortemarks: je kykt lik nen oend up e zieke koe (=hij kijkt verbaasd)
  7. Tilburgs: kèkt tis offie kèkt en assie kèkt nie kèèke (=kijk eens of hij kijkt, en als hij kijkt,niet kijken)
  8. Lichtervelds: je voagt er zne broek an (=hij kijkt er niet naar om)
  9. Tilburgs: hè kèkt nie op unnen bos peejkes (=hij kijkt niet zo nauw)
  10. Kortemarks: ze kiekt zo scheel lik e blad schelpn (=ze kijkt raar)
  11. Rotterdams: Je vrete uit je bek zitte kijke (=Iemand die naar je eten kijkt/ bedelen)
  12. Wierings: hij kiekt of ie in de furk sit (=hij kijkt of hij in de vork zit)
  13. Gents: zijn ien uuge zegt sloapwel (soms ook fuurt ) tegen 't andere (=iemand die loens of scheel kijkt)
  14. Munsterbilzen - Minsters: ermoej ès troef (=overal waar je kijkt zie je ellende)
  15. Venrays: hy kiekt ow net an of ie het in keule huurt donderen (=hij kijkt je net aan alsof hij het in Keulen hoort donderen)
  16. Epers: Äj zo nauwe kiek, kuj in Gòttel nog niet wonen (=Als je zo precies kijkt, kun je nergens wonen)
  17. Lokers: ij kijkter noar gelijk nen uil op ne kluit (=Hij begrijpt er niets van)
  18. Gronings: hai glimt as n honnekeudel ien duustern (=hij kijkt verheerlijkt)
  19. wijlres: doe kieks wie votverbrand (=je kijkt heel verbaasd)
  20. Zeeuws: ek wat vaai an (=kijkt [te] lang naar iemand)
  21. Ransts: Dië heed ok een laakbiddersgezicht (=Hij kijkt zeer somber)
  22. Rijsbergs: Ge kek mar. (=Je kijkt maar.)
  23. kortemarks: tis lik ne bezikte zak (=hij kijkt beteuterd)
  24. Tilburgs: kiek is ofter kiek en aster kiek, nie kieke (=kijk eens of hij kijkt en als hij kijkt nietkijken)
  25. Tilburgs: kèèke òf ie kèkt en as ie kèkt nie kèèke (=kijken of hij kijkt,en als hij kijkt niet kijken)
  26. Schijndels: kik is of ie kikt dan moete nie kekken (=kijk eens of hij kijkt en als hij kijkt moete niet kijken)
  27. Westerkwartiers: hij het 'n gezicht as 'n oorwurm (=hij kijkt zeer ontevreden)
  28. Munsterbilzen - Minsters: dae hèt e gezich waaj ne stront (=die kijkt lelijk)
  29. Zeeuws: ie kiekt as un uul op un zieke koeie (=hij kijkt een beetje dom)
  30. Ransts: das zeker ne vertegenwoordiger van de Blauw Hand(azijnfabriek) (=iemand die zeer stuurs kijkt)
  31. Kaatsheuvels: kèkt ies of ie kèkt en aanders nie kèke (=kijk eens of hij kijkt en anders niet kijken)
  32. Gents: den diene zijne rugge is uuk nat als gij tschiept, zijn ien uuge zegt foert tegen tandere (=iemand die scheel kijkt)
  33. Waregems: ie kijkt noch ip noch omme (=hij ziet niemand staan)
  34. Waregems: ie kijkt noch ip no neere (=hij gunt (mij, ons) geen blik)
  35. Steins: Emes mit e gezich wie ein tuut wuif (=Iemand die niet al te vrolijk kijkt)
  36. Dordts: Je kijkt regelrecht de Noord in (=Vrouw, rok aan, de benen gespreid)
  37. Sallands: Kiek ik oe an en ie kiekt mi-j an, dan kieke wi-j naor mekare. (=Als ik jou aankijk en jij kijkt mij aan, dan kijken we elkaar aan.)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen