Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

13 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `keel`

  1. de baard in de keel hebben (=overgang van kinderstem naar volwassen stem)
  2. de keel kost veel (=herhaalde dronkenschap leidt tot armoede)
  3. die heeft een graat in z'n keel (=hij is (spreekt) bekakt)
  4. een brok in de keel krijgen (=emotioneel aangedaan zijn)
  5. een keel als schuurpapier hebben (=een erg droge keel (keelpijn) hebben)
  6. een keel opzetten (=hard schreeuwen)
  7. een krop in de keel hebben (=emotioneel aangedaan zijn)
  8. het de keel uithangen (=ergens genoeg van hebben)
  9. het mes op de keel zetten (=onder sterke druk zetten)
  10. Hij praat met een hete aardappel in de keel (=Hij praat op een bekakte manier)
  11. iemand het mes op de keel zetten (=iemand onder zware druk zetten)
  12. iemand naar de keel vliegen (=op iemand erg kwaad worden, aanvallen, ermee vechten)
  13. zo vast staan als een muts met zeven keelbanden (=erg vast staan)

Eén betekenis bevat `keel`

  1. een keel als schuurpapier hebben (=een erg droge keel (keelpijn) hebben)

Het dialectenwoordenboek kent 35 spreekwoorden met `keel`

  1. Sint-Niklaas: gereutel (=keelgeluid van stervende)
  2. Waregems: ne puid ee mijn keele (woardeure da 'k moe (h)oest'n) (=prikkeling in de keel (met hoest))
  3. Waregems: steeën'n (zucht'n en steeën'n) (=klagende keelgeluiden maken)
  4. Vechtdals: da sköt hum 't verkeerdn keelgat in. (=dat schiet hem in het verkeerde keelgat)
  5. Gents: ne pui in de keele en (=een hese, schorre stem)
  6. Bargoens (kamptaal): keeltie van de waagen (=Persoon woonachtig in een woonwagen)
  7. Zeeuws: ie praat mie un hrie-ette in zn keele (=brouwen [spreken])
  8. Harelbeeks: J'ee ne peut in zyn keele (=Hij is hees)
  9. Waregems: de krop in de keele (=erg aangedaan (tijdens het spreken))
  10. Munsterbilzen - Minsters: iemed kreete (=iemand de keel uithangen)
  11. Venloos: D'n druuëge nek (=een droge keel)
  12. Bilzers: doë zit ne kwakker én men kael (=ik moet mijn keel schrapen)
  13. Sint-Niklaas: 't eten is pikant (=dat eten brandt in mijn keel)
  14. Munsterbilzen - Minsters: ich stik van den dos (=ik heb een droge keel)
  15. Lichtervelds: tangt mn bottn uut (=het hangt me de keel uit)
  16. Herentals: t'is heir van me kloeten (=hangt me de keel uit)
  17. Zwevegems: 't è iets in't verkieerde keelgat geskoot'n. (=Ik heb me verslikt.)
  18. Waregems: 't es 'em in 't verkeeërde keelgat uskootn (=het heeft hem zwaar gestoord)
  19. Brakels: het verk'n keelt (=het lawaai van een varken in doodstrijd)
  20. Kortemarks: jeet e verlottn keelegat (=hij kan zeer warm voedsel verorberen)
  21. Lichtervelds: mn êrte klopt in me keele (=mijn hart bonst van de schrik)
  22. Sint-Niklaas: ne puit in zèn keel ein (=hees praten)
  23. Sint-Niklaas: ne puit in de keel ein (=moelijk spreken)
  24. Rotterdams: Het kom me me strot uit (=Het komt me m'n keel uit)
  25. Drents: 't Kwam mij dwars veur de hals te zitten (=Ik kon het niet door de keel krijgen)
  26. Sint-Niklaas: dad ang min keel uit (=dat verveelt mij)
  27. Harelbeeks: Myn keel stoa drwugge (=Ik heb dorst)
  28. Westerkwartiers: één 't mes op 'e keel zett'n (=iemand dwingen)
  29. Brakels: ètte dujst goa nor Blujst, der ès ee oonse en ij it Fideelke èn ij piest van ier tot iejn ou keelke (=dorstige kinderen sussen (mits geen drank vooradig of te duur))
  30. Rotterdams: mn keel niet aan de kapstok hangen (=alle lekkers niet willen afslaan)
  31. Wagenings: keel keel wat un wee wo (=kerel kerel wat een weer)
  32. Zottegems: 't hangt mijn kijt' uit (=het hangt mij de keel uit)
  33. Sint-Niklaas: ei eé ne krop in zèn keel (=hij staat op het punt om te beginnen wenen)
  34. Munsterbilzen - Minsters: ich hüb ne kwakker èn men kael (=ik moet mijn keel eens schrapen)
  35. Waregems: 't keend zet zijn keel' oopn (=het kind huilt hard)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen