Spreekwoorden met `is maar`

Zoek

7 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `is maar`

  1. er is maar een f in het abc (=het juiste midden vinden, is moeilijk)
  2. er is maar een grote mast op een schip (=er is er maar één de baas)
  3. het is maar een strovuurtje (=het ziet er erg uit, maar het is snel voorbij)
  4. het is maar een weet (=als het eenmaal bekend is, is het niet moeilijk meer)
  5. het is maar hoe de kaarten vallen (=het hangt van het lot af)
  6. je mag wel ergens anders honger krijgen, als je thuis maar komt eten. (=een getrouwde man mag wel met knappe meisjes flirten, daar moet het bij blijven.)
  7. lekker is maar één vinger lang (=oppervlakkige genoegens geven ook maar een betrekkelijke voldoening. / leuke dingen duren meestal maar erg kort)

3 betekenissen bevatten `is maar`

  1. dat is de druppel die de emmer doet overlopen (=dat is maar een kleine ergernis, maar samen met wat er al gebeurd is, wordt het niet meer geaccepteerd)
  2. dat was op het nippertje (=dat is maar net gelukt)
  3. een ketting is niet sterker dan de zwakste schakel (=het geheel is maar zo sterk als het zwakste onderdeel)

50 dialectgezegden bevatten `is maar`

  1. 't is d'r moar mondjesmoat (=er is maar amper voldoende) (Westerkwartiers)
  2. 't is maar een schorte griuët (=het is nogal klein) (Kaprijks)
  3. 't is maar viuër de leude (=het is niet serieus bedoeld) (Kaprijks)
  4. 't is mèr 'nnen treej (=het is maar een klein stukje) (Luyksgestels)
  5. 't is moa voe d' oardiegied! (='t is maar voor de leuke kant ervan!) (Veurns)
  6. 't is moar 'n spultje (=het is maar spel) (Westerkwartiers)
  7. 't is moar krekt hou'st bekiekst (='t is maar net hoe je het bekijkt) (Westerkwartiers)
  8. 't is mor een vloûg (=het is maar een kleine regen) (Sint-Niklaas)
  9. ' t is baut sjakosj (=het is maar niks) (Melseels)
  10. at waor is zienge ze in de kerk (=het is maar de vraag of dat waar is) (Oudenbosch)
  11. Buurmans goed is maar íén keer te koop. (=Nu of nooit!) (zaans)
  12. d’r is mieër versliet ane vaan as de persessie waerd is (=de voorbereiding is heel intensief maar de opbrengst is maar gering) (Heitsers)
  13. da mèr ë slap beiske (=dat is maar een kleine verdienste) (Munsterbilzen - Minsters)
  14. da's gin vette (=dat is maar een kleine opbrengst, winst etc.) (Hulsters (NL))
  15. da's moar 'n schijndje (=dat is maar een heel klein stukje) (Westerkwartiers)
  16. da's moar haalf en haalf (=dat is maar zo zo) (Westerkwartiers)
  17. da's moar krap aan (=dat is maar net aan) (Westerkwartiers)
  18. da's mor 'n vortsmiederke (=dat is maar een niemendalletje) (Westerkwartiers)
  19. da' s moar ' n soam' nroapsel (=dat is maar een bijelkaar gezocht spul) (Westerkwartiers)
  20. daaj ès mér een sjiet graut (=ze is maar een stompje groot) (Munsterbilzen - Minsters)
  21. daaj hër haajskë ès mèr ne viërëk graut, ë kraupkietsjë (=haar huis is maar een voorschoot groot, een echt kruipgat) (Munsterbilzen - Minsters)
  22. Daddis mau e gat in daug (=Dat is maar een onbeduidend plaatsje) (Onze-Lieve-Vrouw-Waver)
  23. Dae alles van te veure wis, ging ligge veurdet hae veel (=Het is maar goed dat je niet alles van tevoren weet) (Weerts)
  24. das mèr dinnëkës (=dat is maar povertjes) (Munsterbilzen - Minsters)
  25. das mér provëzwaar (=dat is maar een voorlopige titel) (Munsterbilzen - Minsters)
  26. das slappe kos (=dat is maar zwakjes) (Munsterbilzen - Minsters)
  27. Dat is maar nie mooi (=Als iets mooi is) (Leids)
  28. dat is moar 'n wazz'n neus (=dat is maar voor de vorm) (Westerkwartiers)
  29. Dat wil ich gezaát ha (=Het is maar dat je het weet) (nijswillers)
  30. dat wol ich gezaag hëbbe (='t is maar dat je het weet en onthoudt) (Munsterbilzen - Minsters)
  31. de bès ne sjeven almënak, wiësset nau (=je bent tegendraads, 't is maar dat je het weet) (Munsterbilzen - Minsters)
  32. de ziesem zene paoternoster opte rêg (=hij is maar mager) (Munsterbilzen - Minsters)
  33. den aonhaager zink en de broekësjijter stink (=wie volhoudt mag victorie kraaien, wie opgeeft is maar een) (Munsterbilzen - Minsters)
  34. doë ès mèr rauw iëvergegon (=dat is maar half werk) (Munsterbilzen - Minsters)
  35. doë geeste geen dikke kiëtële van sjijte (=dat is maar een magere opbrengst) (Munsterbilzen - Minsters)
  36. dreig braud aete (='t is maar magere kost) (Bilzers)
  37. en Eek steet a petsje met zeek bau de kèster ze koske en week (=Eik is maar een hand groot) (Bilzers)
  38. Haa is moa ne scheet groët (=Hij is maar klein) (Hulshouts)
  39. Hulte, dès mar twee hèùze èn en musseklèm. (=Hulten, dat is maar een klein gehucht.) (Tilburgs)
  40. ijis van de kouwe kaant (=hij is maar aangetrouwd) (Oudenbosch)
  41. J' es moa g'acht lik 't oor an zin skoen (=Hij wordt volledig miskend. (hij is maar geacht als de modder aan zijn schoenen) ) (West-vlaams)
  42. Mèt eine volle móndj kalle is mer ein kwestiej van oefene! (=Met een volle mond praten is maar een kwestie van oefenen!) (Kinroois)
  43. och, 't is moar spel (=ach, het is maar spel) (Westerkwartiers)
  44. Oos laeve is mer eine kwaolikke sjeet, misjien is dit de hèl van ein anger planeet? (=Ons leven is maar een kwalijke scheet, misschien is dit de hel van een andere planeet!) (Kinroois)
  45. Spörk, ziëve haajs en geen körk (=En Spurk is maar een nietig gehucht) (Munsterbilzen - Minsters)
  46. t-is ònmöökele (=het is maar behelpen) (Tilburgs)
  47. tès mèr nen trae um (=het is maar een kleine omweg) (Munsterbilzen - Minsters)
  48. tés mèr waajset bezies (=het is maar hoe je het bekijkt) (Munsterbilzen - Minsters)
  49. tis e prulle van niet (=het is maar een kleinigheid) (Kortemarks)
  50. tis moa ne wiestepoepre (=hij is maar een wispelturig iemand) (Lichtervelds)


Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen