47 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `in zij`
- blijf uit zijn kielwater of je raakt in zijn zog (=blijf uit zijn buurt, want je wordt er slechter van)
- dat kan hij in zijn zak steken (=dat is raak - die zit!)
- dat ligt hem in zijn mond bestorven (=daar spreekt hij veel over)
- dat staat niet in zijn woordenboek (=dat kent hij niet, daar doet hij niet aan mee, heeft hij nog nooit van gehoord)
- de Benjamin zijn (=het lievelingetje zijn)
- de kriebel in zijn gat hebben (=niet kunnen stilzitten)
- een gat in zijn hand hebben (=geld te gemakkelijk uitgeven)
- een knoop in zijn zakdoek leggen (=iets doen om ergens zeker aan herinnerd te worden)
- een krul meer in zijn staart hebben dan een ander (=speciaal willen zijn)
- een krul meer in zijn staart hebben dan een gewoon mens (=zich een beetje aanstellen)
- een stuk in zijn kraag hebben (=dronken zijn)
- een varken heeft wel een krul in zijn staart. (=er is altijd iets om trots op te zijn)
- elk is een dief in zijn nering (=ieder zoekt zijn voordeel)
- er mankeert iets in zijn bovenkamer (=hij is niet goed bij zijn verstand)
- geen profeet is in zijn (eigen) land geëerd (=in tegenstelling tot vreemden, zijn mensen uit je woonplaats minder bereid te luisteren)
- heel wat in zijn mandje hebben (=veel geleerd hebben, veel weten)
- het in zijn broek doen (=in de broek plassen van schrik of van het lachen)
- het scheelt hem in zijn bovenverdieping (=hij is niet goed wijs)
- iemand in zijn eigen sop gaar laten koken (=iemand aan zijn lot overlaten (iemand die iets niet goed gedaan heeft))
- iemand in zijn eigen vet gaar laten smoren (=iemand die iets misdaan heeft aan zijn lot overlaten)
- iemand in zijn kielwater zeilen (=iemand op de hielen volgen)
- iets in zijn holle kies kunnen stoppen (=gezegd van eten : het is de moeite niet, het is te weinig)
- iets in zijn schild voeren (=iets van plan zijn, een geheim hebben, stilzwijgend een plan uitvoeren)
- in zijn achterhoofd hebben (=als reserve klaar hebben)
- in zijn eigen vet gaar koken (=aan zijn lot overlaten (iemand die iets misdaan heeft))
- in zijn hemd laten staan (=voor schut laten staan)
- in zijn knollentuin zijn (=het naar de zin hebben)
- in zijn kraag duiken (=de kraag hoog opzetten tegen de koude)
- in zijn laatste schoenen lopen (=het einde naderen - erg ziek zijn)
- in zijn nopjes zijn (=erg blij ergens mee zijn)
- in zijn sas zijn (=erg tevreden met iets zijn of plezier met iets hebben)
- in zijn schik zijn (=blij en opgewekt zijn)
- in zijn schulp kruipen (=zich in zichzelf terugtrekken, niet verder aandringen)
- in zijn sop gaar laten koken (=zijn kritiek en protesten negeren)
- in zijn vaandel schrijven (=in zijn programma opnemen)
- in zijn vuistje lachen (=in jezelf ergens plezier hebben / Op ietwat stiekeme wijze ergens voordeel van hebben)
- in zijn wiek geschoten zijn (=zich beledigd voelen)
- in zijn zak hebben (=iemand goed kennen, iets helemaal begrijpen, iets voor elkaar hebben)
- maart heeft een krul in zijn staart. (=in maart kan het wisselvallig zijn)
- maart heeft knepen in zijn staart (=weerspreuk)
- recht in zijn schoenen lopen/staan (=eerlijk zijn, niets misdaan hebben)
- van achteren kijkt men de koe in zijn gat (=achteraf is het makkelijk kritiek geven)
- veel in zijn mars hebben (=veel aanleg hebben en veel weten)
- vlinders in zijn buik hebben (=verliefd zijn)
- zijn land ligt in zijn schoenen (=hij is een grote opschepper)
- zitten alsof men een luis in zijn oor heeft (=alsof hij door zijn geweten beschuldigd wordt)
- zo kwaad als een spin zijn (=erg kwaad zijn)
13 betekenissen bevatten `in zij`
- bakkerskinderen eten oud brood. (=aan het vak dat men uitoefent, besteedt men in zijn directe omgeving weinig aandacht.)
- geen turf hoog zijn (=erg klein zijn, erg teleurgesteld zijn)
- iemand de loef afsteken (=ergens beter in zijn dan iemand)
- een slak komt er net zo goed als een kikker. (=iedereen doet dingen in zijn eigen tempo)
- een kind van zijn tijd (=iemand die leeft volgens de in zijn tijd heersende opvattingen)
- iemand aan zijn angel krijgen (=iemand in zijn macht krijgen)
- iemand in de tang nemen (=iemand zo vasthouden dat hij of zij niet kan ontsnappen. / Iemand in zijn macht hebben)
- aan een touwtje hebben (=in zijn macht hebben)
- het heertje zijn (=in zijn nopjes zijn)
- in zijn vaandel schrijven (=in zijn programma opnemen)
- glashard liegen (=liegen zonder er iets van in zijn houding te laten merken)
- kant noch wal raken (=totale onzin zijn)
- weten waar Abraham de mosterd haalt (=weten hoe iets in zijn werk gaat; dingen goed snappen)
3 dialectgezegden bevatten `in zij`
- Hij is in zij gat gebeten (=Hij is in zijn eer gekrenkt) (Bevers)
- iemand nen trôk in zij cabine gêven (=iemand in zijn klokkenspel slaan) (Gents)
- in zij gat gebeten (=niet goed gezind zijn) (Vels)
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen