139 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `in het`
- aan een balk, die uit het bos gehaald wordt, moet veel gehakt worden, voor hij in het huis past (=in een religieuze groep, vereniging, etc,: je kunt leden uit een gemeenschap winnen, maar hun moet wel geleerd worden zich aan te passen)
- alle baat helpt zei de schipper, en hij blies in het zeil (=alle beetjes helpen)
- als een pareltje in het goud zitten (=zich tussen aangename personen (buren) bevinden)
- als een spin in het web (=de persoon of organisatie waar alles om draait)
- als het hek van de dam is lopen de varkens in het koren (=als er geen toezicht is springen kinderen of ondergeschikten uit de band)
- bij iemand in het krijt staan (=aan iemand iets schuldig zijn)
- de boel in het honderd sturen (=in de war maken/verstoren)
- de deugd zit in het midden. (=gezegd als iemand tussenin zit)
- de hakken in het zand zetten (=zich opstellen als felle tegenstander van een voorstel of ontwikkeling, zonder de bereidheid te zoeken naar positieve aspecten of naar compromissen)
- de kat in het donker knijpen (=kwaad doen waar niemand het ziet)
- de kerk in het midden laten (=bij een meningsverschil geven beide personen wat toe om het eens te worden)
- de kerk midden in het dorp laten. (=het laten zoals het is)
- de kop in het zand steken (=doen alsof er geen gevaar dreigt en er niets aan doen)
- de krant brengt de leugens in het land. (=niet alles wat de media schrijft klopt.)
- de lont in het kruit steken/werpen (=een uitbarsting veroorzaken)
- de lont in het kruit werpen (=mensen laten loskomen, opstoken)
- de muizen dansen in het spek. (=er is welvaart)
- de naald in het spek steken. (=stoppen met werken.)
- de zon in het water kunnen zien schijnen (=kunnen verdragen dat een ander ook iets krijgt)
- de zon niet in het water kunnen zien schijnen (=jaloers zijn, iets niet kunnen verdragen)
- die in het voorjaar niet zaait, in het najaar niet maait. (=als je jong bent moet je sparen voor je eigen oude dag)
- een doorn in het oog zijn (=ergens aan ergeren)
- een duit in het zakje doen (=een kleine bijdrage leveren. (Historisch: de kleinst mogelijke gave in het collectezakje van de kerk).)
- een ei in het nest laten (=iets op voorraad hebben)
- een gat in het dak krijgen (=niet erg slim zijn)
- een ijzer in het vuur hebben (=een plan hebben dat nog onbekend is voor de buitenwereld)
- een kat in het donker/nauw maakt rare sprongen (=in een benarde situatie doet men vreemde dingen)
- een knuppel in het hoenderhok gooien (=opschudding veroorzaken)
- een knuppel in het honderd gooien (=kritiek geven zonder namen te noemen)
- een loodje in het zakje doen (=een kleine bijdrage leveren)
- een nul in het cijfer zijn (=niets in te brengen hebben)
- een oog in het zeil houden (=in de gaten houden)
- een oogje in het zeil houden (=alert zijn)
- een oude rot in het vak (zijn) (=alles van het vak afweten en alles weten hoe te doen)
- een reef in het zeil doen (=besnoeien in de uitgaven, bezuinigen)
- een snee in het oor hebben (=dronken zijn)
- een spaak in het wiel steken (=door iemands ingrijpen gaat een plan van de ander niet door)
- een sprong in het diepe wagen (=een risico nemen en iets nieuws proberen.)
- een stok in het wiel steken (=iets of iemand tegenwerken)
- er de hand voor in het vuur steken (=heel zeker weten dat iets zo is)
- er is maar een f in het abc (=het juiste midden vinden, is moeilijk)
- er is meer dan de molen in het woud omgegaan (=er is iets bijzonders gebeurd)
- er naar uitkijken als de pastoor naar het geld in het kerkenzakje (=iets vol verwachting tegemoet zien)
- er verdrinken er meer in het glas dan in de zee (=er gaan veel mensen dood door het drinken van alcohol)
- geen hart in het lijf hebben (=geen greintje medelijden kennen)
- geld in het water gooien (=geld verspillen)
- haring in het land, dokter aan de kant (=haring eten is zeer gezond; haring is zelfs één van de beste vissen voor je gezondheid)
- het is gezond om in het vuur te pissen (=het is goed om hevigheid te kalmeren)
- het maar in het midden laten (=niet argumenteren)
- huilen met de wolven in het bos (=het er niet mee eens zijn maar wel de baas gelijk geven en bevestigen)
50 betekenissen bevatten `in het`
- alles op haren en snaren zetten (=alle middelen aanwenden / alles in het werk stellen)
- de aardappelen komen niet voor de eikenblaren (=boerenregel. De aardappelplant begint te groeien als de eik in het blad komt)
- het beste paard van stal (=de belangrijkste persoon in het gezelschap)
- in de lift zitten (=de situatie waarin het zit wordt beter)
- een hoofd als een boei krijgen (=een erg rode kleur krijgen in het gezicht, erg blozen)
- een duit in het zakje doen (=een kleine bijdrage leveren. (Historisch: de kleinst mogelijke gave in het collectezakje van de kerk).)
- een vreemde eend in de bijt (=een vreemd exemplaar in de groep. (Een bijt is een opening in het ijs))
- er schuilt een addertje onder het gras (=er is een verborgen risico in het spel)
- geld maakt niet gelukkig (=er is meer in het leven dan rijkdom)
- de bocht achter/onder de arm houden (=extra voorzichtig zijn, iets nog niet garanderen. (een bocht houden in het touw dat je laat vieren))
- wie zijn eigen tuintje wiedt, ziet het onkruid van een ander niet (=het is beter om energie te steken in het verbeteren van jezelf, dan in het bekritiseren van anderen)
- van hoop alleen kan men niet leven. (=hoop is belangrijk maar niet voldoende om te slagen in het leven)
- ieder is zichzelf het naast (=iedereen kiest in het slechtste geval voor zichzelf)
- een paling (snoek) gevangen hebben (=iemand die per ongeluk in het water is gevallen)
- iemand een worst voorhouden (=iemand een voordeeltje in het vooruitzicht stellen, teneinde hem te bewegen ergens mee akkoord te gaan)
- iemand blij maken met een dode mus (=iemand iets goeds in het vooruitzicht stellen, dat uiteindelijk waardeloos zal blijken te zijn)
- iemand iets onder de roos vertellen (=iemand in het geheim iets meedelen)
- er gaat een belletje rinkelen (=ik begin het te begrijpen)
- in de slappe was (=in de contanten, in het geld)
- en petit comité (=in een klein genootschap, in het geheim)
- aprilletje zoet, heeft nog wel eens een witte hoed (=in het begin (de hoed) van april kan het nog wel eens sneeuwen)
- in den vreemde (=in het buitenland)
- op grote schaal (=in het groot , zeer veel voorkomend)
- het in de gort jagen (=in het honderd sturen)
- een man zonder vrouw is als een paard zonder teugels. (=in het huwelijk hebben man en vrouw elkaar nodig)
- in partibus infidelium (=in het land der ongelovigen)
- in het aanzijn roepen (=in het leven roepen)
- in rook opgaan (=in het niets verdwijnen)
- in het vizier hebben (=in het oog hebben, binnen het gezichtsveld zijn)
- voor aap staan (=in het openbaar belachelijk zijn)
- in somma (=in het totaal)
- een snoek vangen. (=in het water vallen)
- een goeie vis moet drie keer zwemmen (=in het water, in de boter of kookvocht en in de wijn)
- van Lillo komen (=je dom houden. Volgens de overlevering vindt dit gezegde zijn oorsprong in het (ontkennende) gedrag van de inwoners van Fort Lillo na een aan hen toegeschreven roofoverval op een boerderij te Waarde in 1579)
- kleine vossen bederven de wijngaard (=kleine fouten kunnen zorgen voor grote problemen in het geheel)
- de wereld wil bedrogen zijn. (=mensen trappen steeds weer in hetzelfde praatje)
- de dans ontspringen (=niet in het onheil betrokken worden)
- zijn zeis in een anders koren slaan (=stelen, zich in het werk van iemand anders bemoeien)
- tot in de puntjes (=tot in het kleinste detail)
- van de naald tot de draad (=tot in het kleinste detail)
- van naald tot draad (=tot in het kleinste detail)
- ad infinitum (=tot in het oneindige)
- ad calendas graecas (=tot in het oneindige uitstellen)
- het is hollen of stilstaan (=van het ene uiterste in het andere belanden)
- hollen of stilstaan (=van het ene uiterste in het andere vallen)
- leef niet om te eten maar eet om te leven (=vergeet niet om ook plezier te maken in het leven)
- de voorsten doen wat de achtersten niet mogen (=wie eerst komt is in het voordeel)
- ongelukkig in het spel gelukkig in de liefde (=wie tegenslag heeft in het spel heeft misschien wel geluk in de liefde)
- iemands doopceel lichten (=zeer uitgebreid vertellen/uitzoeken wie iemand is en wat die in het verleden allemaal gedaan heeft)
- iets tussen neus en lippen zeggen (=zonder dat je het merkt in het geheel iets zeggen)
50 dialectgezegden bevatten `in het`
- ''Bèste bang dat dien moel iëder verslete is es dien vot!?` (=opmerking als iemand je in het voorbijgaan niet groet) (Steins)
- 'n Hond in 'n hok (=De hond in het hok) (Vechtdals)
- 'n schêj wi-j de verlingdje beekstraot (=de scheiding in het haar is niet recht) (Weerts)
- 'n worst veurholl'n (=iets moois in het vooruitzicht stellen) (Westerkwartiers)
- 'ne kop wie eine ríéthamer höbbe (=flinke hoofdpijn, of drukkend gevoel in het hoofd) (Steins)
- 'R zit weer 'n oar in de beutr' (=Er is weeral ruzie in het gezin) (Harelbeeks)
- 't is e goe menojewuuf (j van Jules) (=die vrouw is goed in het huishouden) (Veurns)
- 't is gruen hout (=ze hebben ruzie in het huishouden) (Antwerps)
- 't is kjirremes'in uis (=ruzie in het huishouden) (Kaprijks)
- 't keurtn van de daugen (=in het najaar worden de dagen minder lang) (Meers)
- 't zit 'n vijze loos (=er mankeert iets in het hoofd) (Waregems)
- “Un guidon”, da’s Frans, joeng, “ne” giedõ, da’s Essels! (=Zeg het toch in het Hasselts) (Hasselts)
- ' t geplets van de zwemmers int woater (=het geluid van de zwemmers in het water) (Sint-Niklaas)
- a smèitj èm (=hij geeft zich volledig, hij gaat volledig op in het spel) (Meers)
- A'j t earste knoopsgat mist, krie'j t buis nich too (=Als je in het begin een fout maakt, komt het niet meer goed) (Twents)
- Ach, Brand is erger. (=er zijn wel ergere dingen in het leven .) (Utrechts)
- achter 't gat (=in het geniep) (Wolvertems)
- achter 't gat iets doen (=in het geniep iets doen) (Sint-Niklaas)
- Achter ‘t gat (=in het geheim) (Harelbeeks)
- achter d'aug (=niet officieel, in het geniep) (Wichels)
- akrauw dree (=in het niets vergaan) (Walshoutems)
- alkaks (=in het geniep) (Sint-Niklaas)
- alle enties zwõmt int water (=alle eendjes zwemmen in het water) (Lutters)
- an den életriek leën (=in het stopkontakt steken) (Kaprijks)
- aon iemëd zën slip goên hange (=iemand volgen tot in het uiterste) (Munsterbilzen - Minsters)
- As de zun in't westen steet, bint de lui'n 't drokst (=Als de zon in het Westen staat, zijn de luien het drukst) (Twents)
- bau steed zene kop toch mèr! (=denk in het vervolg wat beter na) (Munsterbilzen - Minsters)
- baukpaajn hëbbe (=pijn in het hart hebben) (Munsterbilzen - Minsters)
- be den troep (=in het leger) (Kaprijks)
- Beter in de stad dan in mij gat (=Een scheet laten in het openbaar.) (Bevers)
- blak en bluët (=in het zicht) (Moes)
- bliksem in unne kaolen bôom, gift hil ut jaor strôom. (=als het vroeg in het jaar onweert, zullen we een nat jaar krijgen.) (Tilburgs)
- Boe ligget kniepke? Bouten int zouwke. (=Waar ligt het knoopje? Buiten in het gootje.) (Peers)
- d'r op toe kiek'n (=een oogje in het zeil houden) (Westerkwartiers)
- d'r wordt veul ongegund brood eet'n (=de zon niet bij een ander in het water kunnen zien schijnen) (Westerkwartiers)
- D'r zit een haar in de boter (=ruzie in het huishouden) (turnhouts)
- d’r is nog niks versjaerdj (=er is nog niets in het vooruitzicht) (Heitsers)
- da 's wiggesmeetn geld (=dat is geld in het water gooien) (Waregems)
- da motte uittut ligt ouwe (=dat moet in het donker bewaard worden) (Oudenbosch)
- da schuurt de moag (=zand in het eten) (Antwerps)
- da sköt hum ' t verkeerdn keelgat in. (=dat schiet hem in het verkeerde keelgat) (Vechtdals)
- daaj kniepde hum èn den doenkele (=zij had schrik in het duister) (Munsterbilzen - Minsters)
- dae heet aan de krînte gezaete (=iemand met uitslag in het gezicht) (Weerts)
- dae kump in het ossebook (=jongen die nog steeds geen meisje heeft) (Venloos)
- dae verzwaarsdje zien hieël geldj inne café (=hij smeet zijn geld over de balk in het café) (Heitsers)
- Dao haet d' n bekker zien vrouw doorhaer gejaag (=Er zitten gaten in het brood) (Venloos)
- Dao hieët de bekker zien wiêf door gejaagdj (=als er te veel holle plekken in het brood zitten) (Weerts)
- dat ken me gien spier schill'n (=dat interesseert mij in het geheel niet) (Westerkwartiers)
- dat lopt d'r as 'n rooie droad deurhen (=dat komt in het hele verhaal terud) (Westerkwartiers)
- dat maag 'em de pret niet drukk'n (=dat zal geen roet in het eten gooien) (Westerkwartiers)
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen