Spreekwoorden met `ies`

Zoek

28 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `ies`

  1. achter de tralies (=opgesloten)
  2. alle baat helpt zei de schipper, en hij blies in het zeil (=alle beetjes helpen)
  3. alsof er een engeltje over je tong piest (=iets lekker vinden)
  4. dat kan ik wel in mijn holle kies stoppen (=dat is wel een heel klein beetje)
  5. een boer met kiespijn lacht niet (=mensen met pijn kunnen moeilijker ontspannen)
  6. een kies uittrekken (=veel geld afhandig maken)
  7. een meid en een aardappel kies je zelf (=een vrouw kun je niet door iemand anders laten uitkiezen)
  8. een Pietje precies (=iemand die de dingen altijd heel precies wil doen)
  9. een vos verliest wel zijn haren maar niet zijn streken (=mensen veranderen zelden echt)
  10. hoe hoger het hart, hoe lager de ziel (uit het Fries) (=hoogmoed is het kenmerk van een dwaas)
  11. iemand een kies trekken (=iemand veel geld afnemen)
  12. iemand naar de barbiesjes wensen (=iemand verwensen)
  13. iesus hominum salvator (=jezus de redder der mensheid)
  14. iets in zijn holle kies kunnen stoppen (=gezegd van eten : het is de moeite niet, het is te weinig)
  15. kies het minste van twee kwaden (=als er enkel slechte oplossingen zijn, kiest men de minst slechte)
  16. kunnen missen als kiespijn (=veel liever niet hebben)
  17. lachen als een boer met kiespijn (=lachen zonder echt blij te zijn)
  18. met de konijnen door de tralies kunnen eten (=zeer mager zijn)
  19. met de witte perdekies naar Velzeke rijden (=krankzinnig worden. In Velzeke bevindt zich een sanatorium; de `witte perdekies` (witte paardjes) verwijzen naar een ziekenwagen, waarmee de geestesgestoorde afgevoerd wordt. Uitdrukking uit het zuiden van Oost-Vlaanderen)
  20. met hem kan men geen spies draaien (=met hem valt niet samen te werken)
  21. naar de bar(re)biesjes gaan (=totaal verloren gaan zonder dat er iets van overblijft (bijv. een schip dat vergaat))
  22. op oud ijs vriest het licht (=een oude kwaal komt gemakkelijk weer boven)
  23. precies in mijn straatje zijn (=me precies goed uitkomen op het juiste moment)
  24. te vies om met een tang aan te pakken (=heel vies en smerig)
  25. waar niets is verliest de keizer zijn recht (=van wie niets heeft, kan men niets vorderen)
  26. wat de boer aan het koren verliest zal hij aan het spek wel terugvinden (=waar iemand iets verliest zal iemand (anders) iets winnen)
  27. wat het huis verliest, brengt het weer terug (=als men iets in huis zoek maakt, komt het meestal vanzelf weer tevoorschijn)
  28. wat men aan het zaad spaart verliest men aan de oogst (=verkeerde zuinigheid is niet goed)

92 betekenissen bevatten `ies`

  1. alles malletje naar malletje doen/maken (=alles steeds weer op precies dezelfde manier doen)
  2. kies het minste van twee kwaden (=als er enkel slechte oplossingen zijn, kiest men de minst slechte)
  3. een spiering is vis als er anders niet is (=als je honger hebt, ben je niet kieskeurig / bij gebrek aan beter)
  4. wee de wolf die in een kwaad gerucht staat (=als je je goede naam verliest is die haast niet terug te winnen)
  5. als de armoede binnenkomt vliegt de liefde het venster uit (=armoede betekent vaak het einde van vriendschappen en relaties)
  6. keur baart angst. (=bang zijn om niet de goede keuze te maken door een teveel aan opties)
  7. het is muis als moer, een staart hebben ze allemaal. (=beide opties zijn vervelend)
  8. heeft de duivel `t paard gegeten, dan neemt hij de toom ook nog. (=ben je eenmaal in handen van slechte mensen gevallen, dan verlies je alles.)
  9. als jut voor de haakmand staan (=beteuterd, triest)
  10. dan zwaait er wat (=dan dreigen zware repercussies)
  11. regen in mei, dan is april voorbij (=de natuur kiest vanzelf de goede volgorde)
  12. de rode cijfers (=de verliescijfers)
  13. oefening baart kunst (=door veel te oefenen verbeteren de prestaties)
  14. door het lint gaan (=door woede je emoties niet (meer) onder controle kunnen houden)
  15. het beestje bij zijn naam noemen (=duidelijk en precies zeggen hoe je over iets of iemand denkt; precies zeggen hoe iets zit)
  16. advocaat van de duivel spelen (=een mening geven waar je het zelf niet mee eens bent, maar die je geeft om reacties uit te lokken)
  17. de broek lappen en het garen toegeven (=er veel verlies aan overhouden)
  18. er is geen zalf aan te strijken (=ergens niets aan kunnen doen of geen enkel zinvol advies mogelijk voor iemand)
  19. jezelf tegenkomen (=geconfronteerd worden met de gevolgen van je eigen acties.)
  20. je kruit droog houden (=geen onnodige acties ondernemen of energie verspillen.)
  21. arbeider in de wijngaard des heren (=geestelijk beroep (priester,dominee) uitoefenend)
  22. goed geld naar kwaad geld gooien (=geld ergens insteken waarvan bekend is dat het verlies oplevert)
  23. wat baten kaars of bril, als de uil niet zien en wil. (=gezegd als een koppig iemand advies of hulp negeert)
  24. het schip ingaan (=groot risico nemen, leidend tot verlies)
  25. te vies om met een tang aan te pakken (=heel vies en smerig)
  26. het is knudde met een rietje (=het is triestig / het lijkt nergens op)
  27. het is knudde met de pet op (=het is triestig / het lijkt nergens op)
  28. iets naar zijn hand zetten (=het precies (laten) doen zoals hij wil)
  29. in de roos schieten (=het precies goed raden/doen)
  30. het hart zinkt hem in de schoenen (=hij verliest alle moed)
  31. de stoppen slaan bij hem door (=hij verliest zijn zelfbeheersing)
  32. het huilen staat hem nader dan het lachen (=hij ziet er vooral de trieste kant van)
  33. elk meent zijn uil een valk te zijn (=ieder denkt het beste over de eigen prestaties)
  34. ieder trekt aan zijn streng (=ieder kiest voor zichzelf)
  35. ieder is zichzelf het naast (=iedereen kiest in het slechtste geval voor zichzelf)
  36. een Pietje precies (=iemand die de dingen altijd heel precies wil doen)
  37. een man van de klok zijn (=iemand die steeds precies op tijd is)
  38. iemand een koud bad geven (=iemand kalmeren , illusies ontnemen)
  39. er je eigen plasje overheen doen (=iets een beetje veranderen zodat helemaal naar je zin is. In werksituaties kan dit soms uit de hand lopen, als er veel belanghebbers zijn die allemaal hun eigen plasje over een document willen doen. Het kan dan resulteren in een onleesbare tekst.)
  40. goedkoop is duurkoop (=iets goedkoops kan later kosten veroorzaken, bijvoorbeeld door slechte werking, reparaties of onderhoud)
  41. er geen speld tussen kunnen krijgen (=iets klopt precies, geen gelegenheid krijgen in een gesprek ertussen te komen)
  42. wat in het vat zit, verzuurt niet (=iets wat goed is en goed bewaard wordt, verliest zijn waarde niet / wat beloofd is zal ook worden ingelost)
  43. nood zoekt list. (=in benarde situaties worden ongebruikelijke oplossingen gevonden)
  44. vuil water blust ook vuur. (=in moeilijke situaties moet je creatief en niet te kieskeurig zijn)
  45. je kunt wel dansen, ook al is het niet met de bruid (=je kunt je best amuseren ook al is het niet altijd precies wat je zou willen)
  46. met twee monden praten (=jezelf tegenspreken in verschillende situaties, niet eerlijk zijn)
  47. met de witte perdekies naar Velzeke rijden (=krankzinnig worden. In Velzeke bevindt zich een sanatorium; de `witte perdekies` (witte paardjes) verwijzen naar een ziekenwagen, waarmee de geestesgestoorde afgevoerd wordt. Uitdrukking uit het zuiden van Oost-Vlaanderen)
  48. angst is een slechte raadgever (=laat je niet leiden door angst. / Emoties zijn gevaarlijk)
  49. laten we elkaar geen mietje noemen (=laten we precies zeggen hoe we denken over de ander)
  50. precies in mijn straatje zijn (=me precies goed uitkomen op het juiste moment)

50 dialectgezegden bevatten `ies`

  1. ' k gô minnen beste vriend ies e polleke geven ; 'k gô min petettjes ies afgieten, 'k gô pissen (=ik ga een plasje doen) (Sint-Niklaas)
  2. ''die ies mee de meziek mee'' (=spoorloos) (Waalwijks)
  3. 'k bèn ies noargeloapen (=voor een korte wijl ergens haastig of al lopende binnenkomen) (Sint-Niklaas)
  4. 'k zal ô boeksken ies open doen (=ik zal het eens verder vertellen over jou) (Sint-Niklaas)
  5. 'k zal tèn ies e vogelke vur ô vangen (=iemand een loze belofte doen) (Sint-Niklaas)
  6. 't ies is brook'n (=breken - het ijs is gebroken) (Westerkwartiers)
  7. ' k gô mè ies goe schrobberen (=ik ga mij eens heel goed wassen) (Sint-Niklaas)
  8. A'j er now ies goed an toekomen (=Op de keeper beschouwd, serieus bekeken.) (Giethoorns)
  9. Aa' d ou muil / Aa' d ou bekkes nou ies (=zwijg eens even) (Hams)
  10. ach dè ies zôn zuut programma op de tillevisie. (=ach, dat is zo'n zoet programma op de televisie) (Kaatsheuvels)
  11. ain n swien ien t ies joagen (=iemand het gras voor de voeten wegmaaien) (Gronings)
  12. As ie nou de taofel ies gaot dekken (=Als jij nou de tafel eens gaat dekken) (Hoogeveens)
  13. As ie oe ies wat vraogt, mu'j niet overal op antwoorden (=Als hij je iets vraagt moet je niet overal op antwoorden) (hoogeveens)
  14. aste gees vèsse moeste iës wiëte ofter wol vès zit (=je moet de klok niet willen luiden als je niet weet waar de klepel hangt) (Munsterbilzen - Minsters)
  15. Aste sloëpend rijk wils wiëne, moeste iës zien én sloëp te geraoke (=rijk worden is niet gemakkelijk) (Bilzers)
  16. Bringt da ies hier (=Breng dat eens hier!) (Bevers)
  17. da gonnik ies uitvissen (=dat zal ik eens onderzoeken) (Sint-Niklaas)
  18. Da ies Miep dur vroaijer (=Dat is het vriendje van Miep) (Ossendrechts)
  19. da kan de bèste iëvërkoëme, mér de loempst iës (=slimmeriken zijn er meestal beter vanaf dan lomperiken) (Munsterbilzen - Minsters)
  20. das zoveel as pist er ies tegen (=het helpt niet) (Sint-Niklaas)
  21. De de kolken zullen er nog ies naor beven (=Het zal je er naar vergaan) (Giethoorns)
  22. de kantenier, iës Vanheusde van Miëseme, en ternoë Gus Stas van on de staose èn Minster, onderhoele de waeg en de slaute van Minster, zaumèr èn hun ééntsje opte viloo mètten sjoep enne bessem...en twor ammel goed onderhaage (=de respektievelijke kantoniers, Vanheusden van Meershoven en Guust Stas van Munster, onderhielden de straten en grachten van Munster zomaar in hun ééntje, met schop en bezem op de fiets...en het was netter dan nu.) (Munsterbilzen - Minsters)
  23. De kolken zullen er nog wel ies van beven (=Het zal er naar vergaan) (Giethoorns)
  24. De kolken zullen er nog wel ies van bevenbeven (=Let op, het zal er je naar vergaan) (Giethoorns)
  25. die schöt nog wel ies met spek (=die overdrijft nog wel eens) (Noord-Veluws)
  26. Doe ies nie zo kiêm (=Doe eens niet zo flauw) (Kaatsheuvels)
  27. doede gij ies ruustig aon (=doe eens rustig aan) (Kaatsheuvels)
  28. doent mor ies noar dor meugen der veel achterkommen (=doe het maar eens na dat kunnen er niet veel) (Sint-Niklaas)
  29. Doet ies een efforken (=Span je eens wat in) (Hams)
  30. doette vengster ies vast (dicht) (=sluit het raam eens) (Sint-Niklaas)
  31. Dut ies t akie, dut ies êilegoar ‘t akie (=Dit is het toppunt, dit is helemaal het toppunt) (Volendams)
  32. eeme op glaad iês lei-je (=iemand anders in de problemen brengen) (Weerts)
  33. Êi ies van véjrbêi ‘t dàrrde klap-ek (zie ook weetjes) (=Hij is niet een Volendammer of hij is een Edammer) (Volendams)
  34. ei mag zèn kalot ies loaten afdoen (=hij mag eens naar de kapper gaan) (Sint-Niklaas)
  35. Ej ies niet nes un aor, ej ies un aordigaitje (=Hij is eigenaardig vanwege zwakbegaafdheid) (Volendams)
  36. Ej ies niet nes un oar (=hij is zwakbegaafd) (Volendams)
  37. Es we nou mar ies wiesse wes ze won (=Als we nou maar eens wisten wat ze wilde) (Kaatsheuvels)
  38. ès weer ies zèn kloten ont schuren (=hij zit daar weer eens niets te doen) (Sint-Niklaas)
  39. Gao d'r ies anstaon!!!! (=Dat moet je maar mee maken.Kom daar ens om.) (Giethoorns)
  40. Gaot ies fut (=Ga eens weg) (Hoogeveens)
  41. ge meugdô zoû (kalot) ies loaten afdoen (=je moet dringend je haar laten knippen) (Sint-Niklaas)
  42. Ge moet ies een nuve piel in au uerapparoat steken want ik paas da ze leeg is. (=Je moet een niewe batterij in je hoorapparaat steken want ik denk dat ze leeg is.) (Vrasens)
  43. Ge zoggut mar ies vur du' n blakke moete brengen (=Je zou het maar eens duidelijk moeten maken) (Kaatsheuvels)
  44. Gif mij ies a jeyken (=Aai me eens) (Hams)
  45. gifta ies (=geef dat eens) (Sint-Niklaas)
  46. goed besloag'n ten ies komm'm (=goed voorbereiden op een klus) (Westerkwartiers)
  47. gou piest iest ies (=ga eerst eens plassen) (Hams)
  48. hai jagt mie n zwien in t ies (=hij werkt me tegen) (Gronings)
  49. Het ies brek (=Het ijs breekt) (Hoogeveens)
  50. hij begeft zich op glad ies (=hij neemt risico's) (Westerkwartiers)


Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen